Bewonersgroep Zeeburg: "Trapveld inzetten voor werklozen"
Amsterdam/Zeeburg 10 maart 2000 - De Bijlmermeer en Zeeburg zijn het meest gevorderd met hun plannen voor een digitaal trapveldje. Andere buurten zijn echter nog niet zo ver. Voor hen is het waarschijnlijk al te laat. De subsieaanvragen moeten binnenkort worden ingediend omdat de trapveldjes volgens Van Boxtel vóór 1 november hun deuren moeten openen.
Dit bleek donderdag 9 maart tijdens een door het Amsterdams Steunpunt Wonen georganiseerde expert-meeting in het Mozes-huis: Hoe kunnen in verschillende Amsterdamse buurten laagdrempelige internetvoorzieningen opgezet worden die kunnen bijdragen aan het dichten van een informatiekloof tussen 'digibeten' en 'digitalen'.
Kennismaken met internet
Namens een aantal initiatiefnemers uit Zeeburg ontvouwde Henk Grobben van het Wijkopbouworgaan Indische Buurt dat de verschillende buurtplannen coördineert,
al vergevorde ideeën voor een dergelijke "electronische werkplaats".
Het WOIB, dat al in de zomer van 1999 op het initiatief van Van Boxtel was "ingesprongen", wil het eventuele Zeeburgse 'trapveldje' vooral "inzetten voor werklozen" in het stadsdeel. In de 'electronische werkplaats' zouden zij ervaring kunnen opdoen met internet en het gebruik van de computer.
Motiveren
Het 'trapveld', dat een looptijd van vier jaar moet hebben, gaat volgens het wijkopbouworgaan uit van het idee dat het internet dat momenteel in het middelpunt van de maatschappelijke belangstelling staat, zelfs voor laagopgeleide werlozen "voldoende aantrekkingskracht heeft om hen te motiveren", waardoor zij "bijna spelenderwijs kennis en ervaring kunnen opdoen die voor een loopbaan in de huidige complexe samenleving een absoluut vereiste is."
Allochtonen
In de middag- en avonduren zou de werkplaats ook opengesteld kunnen worden voor buurtbewoners die dan kosteloos gebruik kunnen maken van de computers en zo kunnen leren omgaan met e-mail en internet. Verder kan er natuurlijk "gesurfd en "gechat" worden, maar tegelijkertijd zullen de bezoekers gestimuleerd worden om bijvoorbeeld een eigen website te maken".
Ook buurtgroepen, en daarbij wordt vooral gekeken in de richting van allochtone zelf-organisaties, die doorgaans nauwelijks beschikken over apparatuur, zouden op het 'trapveldje' geholpen kunnen worden zichzelf op het internet te presenteren en hun programma's te publiceren.
Taalachterstand
Door de bezoekers in te schakelen bij concrete buurtgerichte projecten, zoals het maken van website's voor scholen, instellingen en bedrijven, zou een buurtnetwerk kunnen ontstaan. De eigen website's van de deelnemers en de website's van scholen, instellingen, bedrijven en migrantenorganisaties zouden gekoppeld kunnen worden aan een centrale website, waarvan ook deze krant deel zou kunnen uitmaken. Door juist ook mogelijkheden te bieden om aan 'nieuws' te 'werken' kan "misschien ook iets gedaan worden aan taalachterstand van de doelgroep, zo is de mening van de initiatiefnemers".
Badhuis
Volgens Grobben zou dit internetcafé-achtige project een plaats moeten krijgen in een cultureel centrum op het Javaplein maar zolang dat nog niet gerealiseerd is, voorlopig onderdak moeten vinden in een winkelpand in de Indische Buurt. Daarbij werd onder andere ook gekeken naar het Badhuis op het Javaplein, dat al geruime tijd leeg staat. "Een mooiere plek voor zo'n voorziening is nauwelijks te bedenken."
Samenwerking
Tijdens de "expert-meeting" bleek een ruime behoefte te bestaan aan nauwere samenwerking om van elkaars ervaringen gebruik te kunnen maken. Een samenwerkingsverband of zelfs een aparte 'back-office' zoals het Amsterdams Steunpunt Wonen graag wil, mag vanwege de beperkte financiële middelen, de ontwikkeling van de lokale initiatieve echter niet belemmeren, zo was de mening van de meerderheid van de aanwezigen.
Een werkgroep gaat daarom een voorstel uitwerken om zoveel mogelijk initiatieven die uit de boot dreigen te vallen, gezamelijk in te dienen. Daarbij zal naast de beschikbare subsidie van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Van Boxtel, nog een forse bijdrage uit andere bronnen gevonden moeten worden.
De tijdens de middag gehouden presentaties zijn online gezet door het ASW. Belangstellenden kunnen zich hier ook opgeven voor de werkgroep.