Nederlanders en hun reis naar de Oost
Een geschiedenis van de Nederlandse handelsreizen naar Azië en de rol van Amsterdam binnen de VOC

Afbeelding van de Javaanse handwerkslieden en slaven bij het vervaardigen van een prauw.
door Roger Thomas
(Geplaatst: 10 juli 2002) -
De Nederlanden werden in de 16e eeuw een economisch macht binnen Europa. In de periode 1495-1520 vond een bloei plaats van de Europese wereldhandel. Een belangrijke rol hierin speelde de Zuidelijke Nederlanden. De handelsstad Antwerpen speelde een vooraanstaande rol. Rond 1500 verplaatste de Portugezen hun handelsactiviteiten naar deze stad. Vanaf 1550 was Antwerpen uitgegroeid tot de handelsplaats voor stapelgoederen in Noordwest-Europa. In 1568 begint de opstand van de Nederlanden tegen de Spaanse overheersing (in de boeken bekend als de 80-jarige oorlog of opstand).
Antwerpen wordt in 1585 als de strijd zich naar het zuiden verplaatst volledig afgesloten voor de handel. Benauwde protestantse kooplieden verlaten in grote getale de stad en vestigen zich in het noordelijker gelegen Amsterdam. Zij brengen hun handelscontacten en hun kennis van de zuidelijke handel mee naar Amsterdam. Dit was van vitaal belang voor het succes van de VOC en de Oost-Aziatisch handel en indirect voor de latere economische bloei van Holland.

Het Oostindisch huis, het hoofdkwartier van de VOC, in de Oude Hoogstraat in Amsterdam
Ook Engeland dreef met Antwerpen intensief handel. Op de jaarmarkten van de Europese steden Keulen, Antwerpen, Frankfurt en Lyon werden Engels lakenstoffen verhandeld. Via Spanje werd handel gedreven met Noord-Italie, Castilie, Baskenland en Sevilla. In dit netwerk van handelscontacten gingen de Nederlanden tijdens de 16 eeuw een belangrijke rol spelen.
De Zuidelijke Nederlanden (het gebied van wat nu België is) hadden zich al rond 1500 ontwikkeld door vroeg industriële productie van luxeproducten voor de Europese export. Hieronder zijn bekend de zijdeweverij, glas-en spiegelindustrie en meubelmakerij.
Daarnaast vind rond 1600 een sterke bevolkingtoename plaats in de Nederlanden. Tussen 1514 en 1622 nam de bevolking met 144 procent toe. Samen met een sterke bevolkingsgroei namen de steden in omvang toe.
Brabant en Vlaanderen hadden ervaring en kennis van de Spaanse en Portugese gebieden. Er was een wisselhandel ontstaan en het bankwezen speelde een grote rol. Veel kooplieden uit Brabant en Vlaanderen verbleven korte of langere tijd in Spanje of Portugal waar ze in contact kwamen met de handel op Azië. Ze hoorden de verhalen van de Portugese Indiëvaarders.
De Engelsen richten nog voor de VOC ontstond de East India Company op in 1601. Deze was kleiner en had minder kapitaal dan de latere VOC. In de strijd met Spanje werden in de havens van Spanje Nederlandse schepen in beslag genomen tussen 1585 en 1600. Dit is volgen vele onderzoekers een van de reden geweest waarom Nederlandse handelaren gedwongen werden de route naar Azië zelf te ontdekken. Meest voor de hand liggend was de tocht rond het zuiden van Afrika, rond Kaap de Goede Hoop. Kaarttechnieken uit de zuidelijke Nederlanden leverden de techniek hiervoor. Een bekende cartograaf was Plancius, een predikant uit Brussel. Cornelis de Houtman die een tocht via de zuidelijke route voorbereidde verbleef in opdracht van enkele Amsterdamse kooplieden geruime tijd in Lissabon. Jan Huygen van Linschoten reisde naar Azië via Portugese schepen en bracht informatie mee voor de cartografen Plancius en Paludanus.
Eerder was de route via het noorden mislukt doordat een expeditie onder leiding van Willem Barentsz (dit was de derde poging) strandde op de noordpunt van Nova Zembla met de beruchte overwintering op Nova Zembla in het "Behouden Huys." Hiermee was deze route volgens Plancius waardeloos geworden. Plancius ideeën van een noordelijke route bleken niet uitvoerbaar.
Lansiers had rond 1590 Portugese kaarten in bezit gekregen waarop de route naar het oosten stond. De kaarten waren afkomstig van een Portugese cartograaf.

Kooplieden in Bantam (West-Java) als zij naar de pasar, of grote markt gaan.
Vijf jaar later zou Cornelis de Houtman in opdracht van een groep Amsterdamse kooplieden de eerste tocht wagen via de zuidelijke route en bereikte hij via de Straat van Sunda de Indonesische archipel.
De eerste tocht naar Azië in 1595, 1598 en 1601 bracht winst op. Er werd maar met 5 schepen gevaren. De prijs bedroeg rond de 300.000 gulden. De bemanning bestond uit tweehonderdvijftig zeelieden die twee jaar en vier maanden weg bleven. Een schip bracht een kleine lading specerijen mee terug. Ruzie op de boten van De Houtman maakte de reizen nog moeilijker. Op Java ontstonden conflicten met lokale machthebbers in de gebieden waar men aan wal ging.
De Compagnie van Verre van De Houtman kreeg van Oldenbarneveld - de raadspensionaris - licenties en het recht konvooien op te zetten naar Indonesië.
Na het 12-jarig bestand met de Spanjaarden in de 80-jarige opstand werd de Verenigde Oost Indische Compagnie, de VOC opgericht. Het zou nog tot 1641 duren tot de VOC Malacca (het huidige Schiereiland van Maleisië) op Portugal zou veroveren. Koning Joao IV van Portugal legt zich hierbij neer en stopt de steun van de Portugezen in Azië aan de eigen kolonisten omdat hij de Nederlanders in de strijd met Spanje in Europa nodig heeft als bondgenoot. De Portugese belangen in Europa blijken de doorslag te geven boven de belangen van de Portugese kolonisten in Azië.
De West Indische Compagnie ontstaat in 1621 voor de handel met Noord-Amerika. Er ontstaan kolonistennederzettingen op Manhattan, een eiland dat van de Indianen wordt gekocht voor de schamele prijs van 60 gulden. Nieuw Nederland ontstaat en men houdt zich bezig met de handel in huiden. De plek rond Manhattan krijgt de naam Nieuw-Amsterdam en kende een bevolking van 2500 bewoners in 1642. Nieuw Nederland wordt later na de Tweede Engelse oorlog in 1667 geruild met Engeland voor Suriname.

Slavendans. (litho uit 1839)
Doordat Engeland en Frankrijk sterk economisch aanwezig waren in dit gebied is de WIC nooit sterk geweest. Na het einde van de 80-jarige Oorlog was de WIC erg verzwakt. Zij zocht tot 1734 haar toevlucht tot de slavenhandel via forten voor de West-Afrikaanse kust. Er vond verscheping plaats van Afrikaanse slaven naar de eilanden in het Caribische gebied. De slaven werden verkocht aan landbouwplantagegebieden in onder andere Noord-Amerika.
De VOC zou een toonaangevende rol gaan spelen in de kolonisatie van de Indonesische archipel. Haar handelskapitalisme zou van blijvende invloed worden in dit gebied. Zij zou het begin vormen van een lange periode van koloniale overheersing.
Hoe zij deze rol speelde wordt in de volgende artikelen nader beschreven. Dit is het eerste deel in een serie over de rol van de VOC in de kolonisatie van Indonesië.
Roger Thomas