Zeeburg Nieuws

Voorpagina
Archief
Honderd jaar Indische Buurt

Koloniale kwesties

Kaart


Lombok & Bali nu: Decoratie uit buitenverblijf van de Radja in Narmada op Lombok

De Nederlandse verovering van Lombok


De Radja van Lombok geeft zich over aan het Nederlands gezag. Geromantiseerd beeld.

Door: Roger Thomas

(Geplaatst: 16 juli 2000) - Het ten oosten van Bali gelegen eiland Lombok is lang buiten de Nederlandse invloedsfeer gebleven. Het eiland werd bestuurd door 2 vorstenfamilies uit het oosten van Bali, het huis van Karangasem-Mataram.
Het Balische vorstenbewind bestuurde zowel het eigen gebied op Bali als het gehele eiland Lombok.
Eind 19e eeuw was dit geslacht van radja's(vorsten) op het toppunt van hun macht. Zij bouwden paleizen en tempels op beide eilanden. Er bestonden spanningen tussen de oorspronkelijke moslimbevolking op Lombok, de Sasaks en de hindoeistische radja's van Bali.
Vooral het autocratische bewind van de Balische vorsten leidde tot opstanden op Lombok. Bestuur en belastingheffing waren in handen van deze vorsten.

De islamitische Sasakbevolking van Lombok in opstand
In 1891 brak op Lombok een grote opstand uit tegen de overheersing van Bali. Oorzaken waren de strenge belastingheffing en de toepassing van het Balische recht op Lombok. Daarnaast moesten de Sasaks in vreemde krijgsdienst op Bali strijden in de oorlogen tussen de vorsten.De Sasakbevolking zocht steun in de strijd bij het Nederlandse koloniale gouvernement. Nederland weigerde de radja stoomschepen(voor het overbrengen van militairen) en wapens te leveren. In 1894 vond er een Nederlandse inmenging in dit conflict plaats die uitstekend paste in de koloniale verdeel en heers politiek. Dit zou voor Bali ingrijpende gevolgen hebben.


De Nederlandse bevelhebbers met de onderworpen Balische prinsen. In het midden generaal Vetter, links generaal Van Ham. Naar de marge gedrukt zitten rechts Goesti Gdé Djilantik en uiterst links Ratoe Agoeng Ktoet.

De Lombokoorlog
Bij het aantreden van de nieuwe gouverneur-generaal jhr C.H.A. Van der Wijck die in 1893 werd benoemd werd de goedkeuring gegeven voor deze oorlog. In het voorjaar van 1894 besloot deze gouverneur-generaal tot een militaire expeditie naar Lombok.
Doel van de tocht waren de vorstensteden Mataram en Tjakra Negara. Na landing op Lombok van de Nederlandse troepen werd er allereerst onderhandeld met de vorst. Deze wilde zich niet schikken naar de wensen van de Nederlanders. Op 25 en 26 augustus nam hij wraak op de Nederlanders door een geheime aanval op het militaire kamp te openen. Bij deze aanval vielen veel doden en 300 gewonden aan Nederlandse kant. Onder de doden was ook de ondercommandant generaal-majoor P.P.H.Ham.
De aanval kreeg later de naam "het verraad van Lombok". De vorst was geen open gevecht aangegaan maar had de Nederlandse militairen in de rug aangevallen. Nederland zinde op wraak voor deze smadelijke nederlaag van het KNIL.


De verovering van Tjakra Negara, 18 november 1894. Schoolplaat.

De slag om Tjakra Negara
Onder leiding van generaal Vetter vond in november van dat jaar de aanval op het vorstenverblijf plaats. Details uit de slag zijn teruggevonden in de brieven van Colijn aan zijn vrouw. De 2 brieven komen uit de collectie van het Historisch Documentatiecentrum van het Nederlands Protestantisme van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Colijn schreef aan zijn vrouw:

"Na den 8e aanval bleven eenige weinigen over, die genade vroegen, ik geloof 13. De soldaten keken mij vragend aan. Een 30-tal mijner manschappen was dood of gewond. Ik keerde mij naar achteren om een sigaar op te steken. Eenige hartverscheurende kreten klonken en toen ik mij weer omdraaide waren ook die 13 dood"

Een ander passage uit de tweede brief:

"Aan Balische zijde vochten vrouwen mee, soms zelfs met kinderen aan de hand. Ik heb er een gezien die met een kind van 1/2 jaar op den linker arm, en een lans in de rechterhand op ons aanstormde. Een kogel doodde moeder en kind."

"We mochten geen genade meer geven. Ik heb 9 vrouwen, die genade vroegen op een hoop moeten zetten en ze zoo dood laten schieten. Het was onaangenaam werk maar het kon niet anders..."

Aan zijn vrouw schreef hij in een latere brief:

"Danken wij, mijn lieveling, den Heere onzen God voor zijne weldaden en zegeningen. Hij heeft ons in de ure des gevaars bewaard..."


De weinige overlevenden van de Lombokse dynastie: de familie is in ballingschap in Batavia (Jakarta) op Java.

Na deze bloedige veldslag was van de steden Mataram en Tjakra Negara niet veel meer over dan ruines. Het Balische rijk van Mataram-Karangasem was voorgoed vernietigd. De vorst werd afgevoerd en naar Batavia verbannen. Hij stierf in 1895 in ballingschap ver van zijn volk.

De rijke juwelen uit het verwoeste paleis van de radja werden als exotische kunstvoorwerpen in het Rijksmuseum tentoongesteld. Dat het hier om geroofde oorlogsbuit ging werd tactvol verzwegen.


© 2000 Honderd jaar Indische Buurt Archief Voorpagina Redactie