Nederlands-Indië en de Atjeh oorlog

Sultan Mohammed Daoed biedt zijn onderwerping aan in januari 1903. Rechts van het portret van koningin Wilhelmina, generaal J.B. van Heutsz, voor het portret zijn adjudant, kapitein Colijn.
Door: Roger Thomas
(Geplaatst: 25 mei 2000) - Ruim 300 jaar koloniaal verleden geven Indonesië en voormalig Nederlands-Indië een speciale betekenis. Niet alleen was Nederland generaties lang verbonden met haar kolonie ze heeft er ook oorlogen gevoerd en handel mee gedreven. Indië heeft vele koloniale oorlogen gekend. Tijdens de opkomst van het moderne imperialisme speelde Nederland haar rol mee.
Ons land was pas laat geindustrialiseerd. De kolonie was in dit proces van economisch belang. In de jaren 1870 werd een begin gemaakt met de exploitatie van Indië door het particuliere bedrijfsleven. Tot die tijd was het vooral de Nederlandse staat daar voor verantwoordelijk.
Gedurende de jaren 1870 speelde ook het op Noord-Sumatra gelegen onafhankelijke sultanaat Atjeh een belangrijke rol in de Nederlandse koloniale politiek.
Het uitbreken van de Atjeh oorlog
Het Nederlandse koloniale gezag breidde zich in de 2e helft van de 19e eeuw verder uit over het uitgestrekte Indische eiland Sumatra. Ten zuiden van Atjeh bevond zich een belangrijk nieuw plantage gebied voor met name de productie van tabak. Hiervoor was in dit oosten van Sumatra de Deli-maatschappij opgericht.
Klachten over Atjehse zeerovers en het streven naar een effectiever koloniaal gezag brachten een koloniaal conflict dichterbij.
Met de andere koloniale grootmacht, Groot-Brittannie was afgesproken in het Sumatratraktaat(verdrag) dat Nederland op Sumatra de vrije hand zou krijgen.
Generaal-majoor Köhler werd belast met de eerste militaire expeditie naar Atjeh. De aanleiding om tot de aanval over te gaan bleek eenvoudig. Zo werd het verraad van Atjeh geboren.
De oorlogsverklaring en de militaire expeditie van generaal-majoor Köhler.
Op 26 maart 1873 verklaarde Batavia (zo heette toen het huidige Jakarta) Atjeh de oorlog. De expeditie zou jammerlijk mislukken. De sultan beschikte over goed bewapende en getrainde soldaten. Op 14 april doden zij generaal-majoor Köhler waardoor zijn expeditie ten einde kwam. De sultan van Atjeh zou Amerikaanse en Italiaanse militaire steun in Singapore gezocht hebben. Nederland vroeg hierover opheldering bij Atjeh. In feite was de oorlogsverklaring al opgesteld waardoor de militaire expeditie van Köhler kon beginnen.

Op het Hollandsche Kerkhof in Banda Atjeh liggen de Nederlandse slachtoffers van 30 jaar Atjeh-oorlog
De tweede expeditie van generaal van Swieten
In de tweede expeditie onderleiding van generaal van Swieten werd de kraton (het vorstenverblijf) van de sultan veroverd. De sultan met aanhang was voortijdig vertrokken. Dat van Swieten niet het verblijf van de sultan moest veroveren maar het gehele gebied dorp voor dorp moest bezetten werd pas later duidelijk.
De zware verliezen in Atjeh leiden in Nederland tot felle discussies. Van Swieten werd in Nederland door Indische oud-officieren verweten te zachtmoedig tegen de Atjehers op te treden.

Verovering kraton sultan Atjeh 28 januari 1874, zittend links generaal J. van Swieten
De eerste 10 jaar van de oorlog zouden niet de gewenste onderwerping van Atjeh opleveren. Grote aantallen slachtoffers aan Nederlandse kant en Atjehse kant waren het gevolg. Alleen het centrum van Atjeh, het huidige Banda Aceh was in Nederlandse handen samen met de haven van Olehleh.
De geconcentreerde linie en het tekort op de Indische staatsbegroting.
Om zich in deze moeilijke situatie te kunnen handhaven werd besloten tot een nieuwe militaire strategie: de geconcentreerde linie. De marine zou een blokkade van de kust van Atjeh uitvoeren. Rond de vestiging van de Nederlanders werden versterkte forten gebouwd. De reden voor deze nieuwe verdedigingstactiek was een tekort op de Indische staatsbegroting. Het voortslepen van de oorlog begon zijn financiële tol te eisen.

Benteng, versterkt fort van Nederlanders, 1884
Het verraad van Teukoe Oemar, een weerbarstige Atjehse leider.
Na alle tegenslag leek er voor de Nederlanders in de strijd een lichtpuntje. Hoewel de sultan alleen in naam gezag uitoefende lag de werkelijk macht bij de lokale Atjehse leiders. Een van hen was Teukoe Oemar, die strijd voerde met zijn aanwezige troepen. Hij werd met geld, opium en wapens omgekocht en zegde toe deel te nemen aan de expeditie door aan de kant van de Nederlanders te strijden. Een dag voor de expeditie bereikte de Nederlandse militairen het bericht dat Teukoe Oemar met het geld en de wapens was overgelopen naar de Atjehse kant. Tijdens de Nederlandse aanval werd door de troepen van Teukoe Oemar het vuur op de Nederlandse troepen geopend. Dit incident ging de geschiedenis in als het 'verraad van Teukoe Oemar'.

Teukoe Oemar, zittend links, 1896
|

Christiaan Snouck Hurgronje
|
De laatste fase van de oorlog en de rol van J.B. van Heutsz
In de jaren 1892 en 1893 verschijnt in het Indisch Militair Tijdschrift een artikelenreeks onder de titel: 'de onderwerping van Atjeh'. De schrijver is majoor J.B. van Heutsz, hij zou later een prominent en omstreden rol spelen in de Atjehoorlog. Hij schreef in deze artikelenreeks dat de Atjehers zich nooit zouden onderwerpen aan de Nederlanders als dit niet zou gebeuren door het tonen van veel macht. Onder dwang alleen zouden zij zich overgeven. Dit idee was afkomstig van islamkenner en latere hoogleraar aan de universiteit van Leiden: Christiaan Snouck Hurgronje. In 1891 was hij nog adviseur van het koloniale gouvernement.
Zijn theorie ging ervan uit dat de streng islamitische Atjehers alleen door een absolute overmacht zich aan de Nederlanders zouden overgeven.
In 1895 komt ook de latere politicus Colijn in Atjeh aan. Als militair leidt hij verschillende strafexpedities in Atjeh. In 1898 wordt van Heutsz gouverneur van Atjeh. Een deel van Atjeh, 'Groot Atjeh' is dan onder Nederlands gezag gebracht. Later in 1901 zal Colijn de adjudant van Van Heutsz worden.

Colijn als eerste luitenant in Atjeh, omstreeks 1900
|

Joannes B. van Heutsz, bevelhebber van de Nederlandse troepen in Atjeh, foto omstreeks 1904
|
De strafexpedie van luitenant-kolonel Van Daalen.
Terwijl Colijn en Van Heutsz voor een kort bezoek in Nederland waren is in Atjeh en de Bataklanden (een gebied grenzend aan Atjeh) een marechausseekolonel actief. Opvallend is het buitengewoon harde optreden hiervan onder leiding van deze Van Daalen. Hij kreeg opdracht het verzet te breken in de buitengebieden die nog niet onder Nederlands gezag waren gebracht. Zijn optreden koste 2900 Atjehers het leven, waaronder 1150 vrouwen en kinderen. Aan Nederlandse kant vielen 26 doden en 72 gewonden. Van Daalen werd bevorderd tot kolonel.
Later zou van Heutsz vanwege de negatieve berichtgeving op het militaire optreden, Van Daalen ontslaan. Er kwam echter nooit een onderzoek naar het optreden van Van Daalen in Atjeh.

Verovering van Atjehs fort in de Gajo- en Alaslanden. Van Daalen staat links boven.
Hupkens: Meer over de Atjeh-oorlog
|