|
| ||||
| Zeeburg Nieuws | ||||
|
| ||||
|
'Zwarte' basisscholen toppers in Rotterdam
Overgenomen uit dagblad Trouw, 17 april 1999: AMSTERDAM - Leerlingen in de grote steden scoren vaak erg matig op de citotoets, maar toch zijn er aardig wat 'zwarte' scholen die hun leerlingen een aardig eind op weg helpen. Die conclusie is te trekken uit een bewerking van de citoresultaten van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Ook eerdere cijfers van stadsdelen in Amsterdam wezen daarop. Den Haag en Rotterdam blijven met een gemiddelde van respectievelijk 528 en 528 onder de citoscores in heel Nederland: het landelijk gemiddelde is 534,4. De uitslag van een citotoets is een getal dat kan variëren tussen de 500 en 550. Zowel Den Haag als Rotterdam hebben een fors aantal scholen waar de leerlingen behoorlijk matig op de cito scoren: gemiddeldes van rond de 515. Voor de zwakkere leerlingen van die scholen wordt het in het voortgezet onderwijs moeilijk om nog een diploma te halen. De grote steden voeren als excuus voor deze lage score het argument aan dat ze nu eenmaal veel achterstandskinderen op hun scholen hebben. Dat blijkt inderdaad uit citogegevens. Rotterdam heeft bijvoorbeeld opmerkelijk weinig elitescholen maar des te meer scholen in de laagste groep van de cito-ordening. Die ordening, in zeven groepen, draait om het opleidingsniveau van ouders. Den Haag heeft echter ook veel elitescholen. Toch scoren lang niet alle 'zwarte' scholen - bij dit soort scholen gaat het vaak om leerlingen uit allochtone groepen - slecht in Rotterdam. Sterker nog, onder de toppers bevinden zich ook dat soort scholen. Opmerkelijk is bijvoorbeeld de vijfde plaats van basisschool De Zonnehoek uit Hillesluis in de ranglijst van absolute citoscores: een school uit de laagste categorie, maar De Zonnehoek scoort beter dan menige eliteschool. 'Eliteschool' is in Rotterdam trouwens een heel relatief begrip, want de stad kent geen scholen in de hoogste cito-categorie: alleen een handvol scholen in categorie 2 van de 7 groepen. Maar de eerste Rotterdamse basisschool uit deze groep, de Jenaplanschool F. Nansen, staat pas op de vierde plek. De beste gemiddelde citoscore had de Prins Alexander school in Ommoord: gemiddeld 540,1 op de citotoets. Trouw heeft de citocijfers ook bewerkt op een manier waarop rekening wordt gehouden met het niveau van de leerlingen. Daarvoor is gekeken hoe Rotterdamse scholen scoren in vergelijking met soortgelijke scholen in het land - scholen in dezelfde cito-categorie. In de ranglijst die daarmee ontstaat, scoren veel 'zwarte' scholen hoog en scholen in de middengroepen aanmerkelijk minder. De eerder genoemde F. Nansen basisschool bijvoorbeeld verdwijnt naar de onderkant van de ranglijst: de school scoort niet zo hoog als je kijkt naar wat de leerlingen van hun ouders meekrijgen. Op deze correctie aan de hand van het 'niveau' van ouders, die ook gebruikt wordt in de financiering van scholen - de zogeheten gewichtenregeling - is de laatste tijd wel enige kritiek. Het systeem telt sommige groepen allochtonen ten onrechte mee als 'laag opgeleid', want de tweede of derde generatie van deze allochtonen is juist goed opgeleid, luidt de kritiek. De aanwezigheid van elitescholen blijkt in Den Haag geen compensatie voor de slechte scores van de mindere scholen: Den Haag scoort lager dan Rotterdam en voor zover bekend ook lager dan de Amsterdamse stadsdelen. ,,Wij doen pas drie jaar mee aan de citotoets, het moet nog even inslijten'', zegt de Haagse wethouder P. Heijnen. Hij wil in samenwerking met de bijzondere schoolbesturen een 'kwaliteitskaart' ontwikkelen waarop scholen worden omschreven op meer punten dan alleen de citotoets, naar analogie van het voortgezet onderwijs. Het lijkt nog slechts een kwestie van tijd voordat alle openbare basisscholen van Nederland hun citoscores publiceren. Van de grote steden spartelt alleen Utrecht nog tegen: het openbaar onderwijs werkt daar aan een eigen gids, maar het kan nog wel even duren voordat die wordt gepubliceerd. Maar ook een stad als Groningen is van plan met haar citoscores 'publiek' te gaan: in mei. Het bijzonder onderwijs loopt minder hard van stapel. De traditionele vernieuwingsscholen - Jenaplan, Dalton en Montessori - komen niet heel slecht uit de citopublicaties. Ze scoren wisselend.
Overgenomen uit dagblad Trouw, 17 april 1999, |
|||
|
| ||||
| © 1999 | Terug Voorpagina | Redactie | ||