Internet
Druk achter openstelling netwerken
Vecai
De tarieven voor flatfree internettoegang via kabel en ADSL ontlopen elkaar niet en zijn te hoog voor grote groepen potentiele internetgebruikers. Kan openstelling van de netwerken voor verschillende aanbieders de concurrentie bevorderen?
|
|
'Openstelling biedt internetgebruiker geen soelaas'
DEN HAAG/Zeeburg, 20 oktober 2000 - Het openstellen van de kabel voor concurrerende internetaanbieders biedt de internetgebruiker geen soelaas.
Het kabelbedrijf moet daartoe zijn gloednieuwe, kostbare apparatuur vervangen. De huidige technische problemen en de kosten zullen eerder toenemen. Dat schrijft VECAI-directeur drs. Toine Maes vandaag in een opinie-artikel in Trouw.
Maes wijst erop dat open toegang tot kabelnetwerken niet een Nederlandse, maar
een Europese aangelegenheid is. De Europese Commissie zou voorstellen hebben
klaarliggen die geen open toegang tot televisiekabelnetwerken beogen voor
internet. Alleen wanneer bedrijven een groot marktaandeel hebben, moeten zij ook
anderen toegang bieden tot hun netwerk. De gezamenlijke kabelbedrijven hebben
200 duizend internetabonnees, tegenover circa 3,5 miljoen consumenten die
internetten via KPN, satelliet en de mobiele telecomoperators. Daarmee hebben de
kabelbedrijven een marktaandeel van slechts 5,45 procent, dus geen aanmerkelijke
marktmacht of monopolie, aldus Maes.
Als het kabinet de kabelbedrijven wettelijk verplicht hun netwerken open te
stellen, zou dit over enkele maanden wellicht weer moeten worden teruggedraaid.
Maes betwijfelt echter of de praktische en financiële gevolgen voor de
kabelbedrijven terug te draaien zullen zijn.
De Mediawet is in 1997 geliberaliseerd, om kabelbedrijven te stimuleren extra
diensten als internet en telefonie aan te bieden, als concurrerend alternatief
voor KPN. Daarmee heeft de overheid de kabelbedrijven het vooruitzicht geboden
dat na forse investeringen op termijn winst gemaakt kan worden. Het terugdraaien
van deze liberalisering verdraagt zich niet met een consistent beleid dat
investeerders van de overheid mogen verwachten, meent Maes.
Ook is Maes van mening dat de aantasting van de ondernemersvrijheid 'zeer
zwaarwegende argumenten' vereist, die niet uitsluitend gebaseerd kunnen zijn op
de veronderstelling dat de consument beter af is. Dat zou billijk zijn als de
ondernemer misbruik maakt van zijn monopoliepositie. Maar daarvan is geen
sprake. De consument heeft namelijk keuze uit verschillende netwerken en
aanbieders. Een 'geforceerde toegang' voor andere internetaanbieders zal juist
meer technische problemen met zich meebrengen, betoogt Maes. Hij benadrukt dat
de klant recht heeft op een goed product tegen een redelijke prijs, en dat de
problemen niet worden veroorzaakt door monopolistengedrag.
(Bron: Vecai Journaal / Trouw)
Terug naar week 42
Druk op kabinet voor openstelling kabel groeit
DEN HAAG/Zeeburg, 19 oktober 2000 - De Tweede Kamer voert de druk op het kabinet op om de toegang tot de kabel open te stellen voor internetaanbieders. Een meerderheid van de Tweede Kamer dreigt daartoe zelf het initiatief te nemen, als staatssecretaris De Vries (Verkeer en Waterstaat) niet snel komt met een wetswijziging. Dat bleek gisteren tijdens een debat in de Tweede Kamer. Het standpunt van de Kamer wordt gevoed door de commotie rondom de dienstverlening van kabelbedrijf UPC vorige week.
De Vries wil eerst de discussie in de EU over nieuwe telecomrichtlijnen
afwachten, voordat ze de wet wijzigt. Daarover komt eind december duidelijkheid.
Pas dan kan de staatssecretaris aan de wetswijziging beginnen, die vervolgens op
zijn vroegst op 1 mei ter behandeling aan de Kamer kan worden voorgelegd. Een
kamermeerderheid vindt dat echter te laat. De wetswijzing kan dan niet voor het
zomerreces worden behandeld, en dat betekent dat de wet op zijn vroegst in juni
2002 van kracht wordt. PvdA, D66, CDA en GroenLinks komen daarom na het
herfstreces met een motie waarin De Vries wordt gevraagd uiterlijk 1 maart 2001
een wetsvoorstel in te dienen. Anders dient de Kamer zelf een
initiatiefwetsvoorstel in. De VVD-fractie is tegen en spreekt van een
'prestigestrijd' met de staatssecretaris. (Bron: Vecai Journaal / Financieele Dagblad)
Terug naar week 42
Van der Ploeg: Niet binnen twee jaar openstelling kabelnetten
DEN HAAG/Zeeburg, 18 oktober 2000 - Staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur en Media) denkt niet dat in minder dan twee jaar de kabelnetwerken opengesteld worden voor andere aanbieders. De bewindsman rekent erop dat de liberalisering van de kabelmarkt binnen die termijn niet haalbaar is. Dat zei Van der Ploeg gisteren in de Tweede Kamer, die vindt dat de openstelling sneller moet. De staatssecretaris zegde de Kamer wel toe te onderzoeken of er een onafhankelijke klachtenregeling moet komen.
UPC tracht in een advertentie in de Volkskrant van vandaag de Tweede Kamer ervan
te overtuigen is dat kabelbedrijven geen monopoliepositie hebben. UPC wijst erop
dat de consument de keuze heeft uit een groot aantal ISP's en nieuwe soorten
snel of flatrate internet, zoals ADSL, ISDN en UMTS. Ook vergelijkt UPC zijn
internet-marktaandeel van drie procent met de 55 procent van KPN, en het
marktaandeel van UPC op het gebied van telefonie via een vast net (1 procent)
met die van KPN (93 procent).
UPC wijst tevens op de problemen die zich kunnen voordoen bij openstelling van
de kabel. Dit maakt de internetverbinding niet sneller, en zal zelfs door
technische problematiek eerder een risico van vertragingen en storingen
betekenen, aldus UPC.
Het kabelbedrijf benadrukt tenslotte dat kabelbedrijven met goedkopere telefonie
via de kabel de concurrentie met KPN aangaan.
VECAI-woordvoerder Frans Nijhof wijst in het Telecommagazine ook op de problemen
die zich kunnen voordoen bij openstelling van de kabel. Nijhof schrijft over
moeilijkheden rondom het eigendomsrecht. Kabelbedrijven zijn eigenaars van hun
netwerken en andere aanbieders plegen in feite inbreuk op het eigendomsrecht van
het kabelbedrijf.
Tevens voorziet Nijhof problemen bij de voorziene tariefdalingen. Naar analogie
van KPN redeneert hij dat de tarieven zo sterk kunnen dalen dat kabelbedrijven
een verbod krijgen om de tarieven verder te verlagen, omdat ze de
concurrentiepositie van andere aanbieders benadelen.
Ook meent Nijhof dat openstelling van de kabel in strijd is met de EU-wetgeving
op dit gebied, die juist liberalisering en wegnemen van restrictieve maatregelen
op dit gebied nastreeft. Bovendien hebben kabelbedrijven, na de privatisering
van nutsbedrijven naar commerciële ondernemingen, fors geïnvesteerd in het
upgraden van hun netwerken, met de verwachting op termijn winst te maken. Het
terugdraaien van de liberalisering is in strijd met de algemene beginselen van
een behoorlijk bestuur, zoals het vertrouwensbeginsel, aldus Nijhof.
Tenslotte meldt Nijhof dat kabelbedrijven nimmer misbruik hebben gemaakt van hun
monopoliepositie, omdat in Europees opzicht de Nederlandse kabelbedrijven de
meeste radio- en tv-zenders bieden, die bovendien van zeer goede kwaliteit zijn
en tegen de laagste prijs worden aangeboden. Bovendien is de winstmarge van
kabelbedrijven slechts 0,3 procent. De consument kan uit groot scala aan
internetdiensten kiezen. Met 150 duizend internetabonnees is het marktaandeel
van de kabelbedrijven dan ook slechts 5,45 procent. De rest van de 3,5 miljoen
abonnees heeft internettoegang via KPN.(Bron: Vecai Journaal / ANP, UPC, Volkskrant, Telecommagazine)
Terug naar week 42
Kamer wil versneld open toegang tot kabel
DEN HAAG/Zeeburg, 12 oktober 2000 - De Tweede Kamer wil dat het kabinet zo snel mogelijk concurrentie afdwingt tussen bedrijven die internet aanbieden via de kabel. Een meerderheid van PvdA, CDA, D66 en GroenLinks vindt dat consumenten de keus moeten hebben tussen verschillende providers. Ze denken dat de dienstverlening van kabelbedrijven daarmee vanzelf zal verbeteren.
Dit voorjaar verscheen Kabelnota II, waarin het kabinet pleitte voor
openstelling van de kabelnetten binnen twee jaar. Maar na de negatieve
publiciteit rondom UPC van deze week, moet er volgens een meerderheid sneller
worden gehandeld. Alleen de VVD meent dat concurrentie over twee jaar vroeg
genoeg is. Kamerlid Nicolaï: "We steken geen cent overheidsgeld in de
kabelnetten maar wringen ze wel in een keurslijf van voorschriften. Zij moeten
de gelegenheid hebben hun investeringen terug te verdienen."
(Bron: Vecai Jounaal / Volkskrant, Algemeen Dagblad)
Terug naar week 41
Kabelbranche ontevreden over kabelnota
DEN HAAG / Zeeburg, 25 april 2000
De Tweede Kabelnota van het kabinet kan zeer negatieve gevolgen
hebben voor de kabelbranche, vindt koepelvereniging VECAI.
|
|