|
| |||
| Zeeburg Nieuws | |||
|
| |||
|
Amsterdam, 10 juli 2001.
Aan het Dagelijks Bestuur van Stadsdeel Zeeburg,
Geacht bestuur,
Ten aanzien van aanvraag voor een bouwvergunning voor een multifunctioneel gebouw aan de Van Lohuizenlaan delen wij u hierbij onze zienswijze mede:
1. Bouwhoogte:
In het bestemmingsplan "Cruquius Industriegebied" is voor het perceel bedrijven B3 ("Flevohuis") een maximale bouwhoogte van 15 meter vastgelegd. Blijkens de toelichting bij dit bestemmingsplan is hiervoor gekozen, omdat bij het stadsdeel de wens leeft "bebouwing in drie of vier lagen te realiseren (-) die een schermfunctie kan vervullen voor met name geluidhinder naar de woongebieden ten westen van de IJburglaan." (nu Th.K. van Lohuizenlaan). De bewoners konden zich destijds vinden in dit uitgangspunt.
In het concept Stedebouwkundig Programma Van Eisen (SPVE) d.d 8 februari 2001 wordt gesproken van "voortschrijdend inzicht": intensief grondgebruik, hogere bouwhoogte waardoor een verruiming van bouwvolume mogelijk is.
Bovendien zijn zij van mening dat de vrijstellingsbepaling in artikel 5 lid 6 van het bestemmingsplan hier wel erg ruimhartig wordt toegepast door op grond hiervan een vijfde verdieping mogelijk te maken en vervolgens ook een dakopbouw te realiseren.
In het concept-SPVE wordt op bladzijde 3 gesteld dat het bestemmingsplan Cruquius Industriegebied "de jurisdictie geeft voor de bouwplannen". Derhalve maken wij bezwaar tegen de vijfde bouwlaag en de maximale hoogte van 19.20. Wij achten deze uit stedebouwkundig opzicht niet aanvaardbaar en bovendien in strijd met de oorspronkelijke uitgangspunten voor Bedrijven B3, waarover in het verleden consensus bestond.
2. Parkeren
Blijkens een toelichting in de uitwerking randvoorwaarden multifunctioneel gebouw, onder punt 9 van het concept-SPVE, zal "het aantal vierkante meters bedrijfsvloeroppervlak, afgeleid van het programma op de begane grond en de eerste verdieping, maximaal ongeveer 2600 m2 bedragen, er zullen dus minimaal 20 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd."
Wij brengen u in herinnering dat bij uitspraak van de Raad van State d.d. 5 maart 1999, aan de vrijstellingsbepaling onder artikel 12 lid f goedkeuring is onthouden. Op bladzijde 10 onder 2.11 van het vonnis overweegt de rechter namelijk het volgende:
"Gelet op de doelstelling van deze vrijstellingsbepaling kon in het bestreden besluit hieraan niet in redelijkheid goedkeuring worden verleend, nu met deze bepaling onvoldoende is verzekerd dat bij de verlening van deze vrijstelling betrokken belangen, waaronder het belang dat is gediend met een toereikend aantal parkeerplaatsen in het plangebied, voldoende worden beschermd."
Dat via een achterdeur deze vrijstellingsbepaling alsnog wordt "toegepast" achten wij in strijd met het oordeel van de Raad van State. Het bouwplan dient derhalve te worden verworpen, dan wel aangepast. Aanpassing zou kunnen door het vergroten van de parkeerkelder, danwel door vermindering van het bruto bedrijfsvloeroppervlak, bijvoorbeeld door het verlagen van de bouwhoogte, waarmee tevens ons onder punt 1 genoemde bezwaar is weggenomen.
Hieraan willen wij toevoegen dat op tekeningen van de herinrichting van het maaiveld rond de Van Lohuizenlaan aan de zijde van de woningen sprake is van een verdubbeling van het aantal parkeerplaatsen. Aangezien hiertoe momenteel geen noodzaak bestaat kan niet anders worden geconcludeerd dan dat het uw streven is een verwacht tekort aan parkeerplaatsen binnen het industriegebied af te wentelen op de aangrenzende woonwijk. Wij protesteren hier met klem tegen, vooral ook omdat genoemde herinrichting aanzienlijke consequenties zal hebben voor de bestaande groenvoorziening.
3. Onttrekking bedrijfsruimte aan het Industriegebied
In haar advies aan de bestuursrechter van de Raad van State schrijft mevrouw ir. M.L.A. Huizer op 14 juli 1998 (StAB/32874):
"Met de AIV vind ik echter de keus om ter plaatse ook de vestiging van horeca en recreatieve en sociaal-culturele voorzieningen mogelijk te maken weinig gelukkig. Ik kan mij voorstellen dat bij het stadsdeel de wens leeft op deze locatie, bij de ingang van het industrieterrein, bebouwing te realiseren die "een schermfunctie kan vervullen voor met name geluidhinder naar de woongebieden ten westen van de IJburglaan'. Verder vind ik ook wat te zeggen voor het idee om de mogelijkheid te creëeren een aantal (aan bedrijven) dienstverlenende functies (zoals de in de toelichting genoemde broodjeszaak, copieerwinkel of technisch adviesbureau) onder te brengen op één locatie. In die situatie hoeft naar mijn oordeel ook niet gevreesd te worden voor een onaanvaardbare verkeersaantrekkende werking.
De bestuursrechter verwierp in zijn uitspraak van 5 maart 1999 het beroep van de AIV maar concludeerde onder punt 2.8 van het vonnis:
"Blijkens de plantoelichting is ondermeer voor deze ruimere bestemming gekozen in verband met de dienstverlenende functie die een aantal van dit soort voorzieningen kan hebben voor de bedrijven of werknemers in het eigenlijke industriegebied."
In het "multi-functionele gebouw" bent u voornemens op de begane grond een kinderdagverblijf te vestigen. Op de eerste etage zou een ruimte komen voor de Onspanningvereniging "Flevo". De overige 3 etage's worden ingericht als kantoorruimte. In ambtelijke kringen circuleren naar verluidt plannen deze kantoorruimte te bestemmen voor huisvesting van de Stichting Welzijn Zeeburg. Daarnaast constateren wij op grond van uitlatingen van stadsdeelvoorzitter Tjeerd Herrema en mededelingen tijdens de informatieavond dd 3 april 2001, dat u overweegt op het belendende perceel een ZMOK-school te vestigen.
Daarmee zou de invulling van Plandeel Bedrijven B3 op 100 % sociaal-cultureel uitkomen. Wij achten dit in strijd met de hierboven aangehaalde strekking van het oordeel van de Raad van State. Wij zijn het in dit geval eens met het bezwaar van de Amsterdamse Industrie Vereniging dat hiermee bedrijfsgronden aan het Industriegebied worden ontrokken, nu niet aannemelijk is dat genoemde vestigingen "een dienstverlenende functie hebben (-) voor de bedrijven en werknemers in het eigenlijke industriegebied," zoals de Raad van State in 1999 nog veronderstelde.
Bovendien moeten wij constateren dat de door de adviseur van de Raad van State, mevrouw ir.M.L.A. Huizer, uitgesproken vrees, dat de ruime begripsomschrijving t.a.v. Bedrijven B3 "de mogelijkheid biedt hindergevoelige functies te leggen naast bedrijven die tenminste enige hinder kunnen veroorzaken", nu helaas realiteit wordt omdat direct aangrenzend aan de door het bestemmingsplan toegestane hinderlijkheidscategorie IV, een kinderdagverblijf is geprojecteerd en hier wellicht ook een ZMOK-school zal worden gevestigd. Wij vinden deze ontwikkeling, vooral ook in het belang van de kinderen, ongewenst.
Wij wijzen u erop dat de in het bouwplan opgenomen buitenspeelruimte voor de kinderen van het kinderdagverblijf pal naast metaal-constructiebedrijf Vecht Metaal BV is gelegen en bovendien op minder dan vijftig meter afstand is gesitueerd van oudijzerhandel Kapteijn, een bedrijf dat zelfs tot in de woningen aan de Van Lohuizenlaan ernstige geluidhinder veroorzaakt.
4. Procedure:
Op grond van het voorgaande zijn wij van mening dat aan de minimale vereisten t.a.v. van "inspraak en overleg" in de ZPP niet is voldaan. Bovendien vragen wij ons af of de ZPP de geëigende procedurevorm is gezien de gewijzigde omstandigheden rond de herziening van het bestemmingsplan.
Op informele wijze hebben wij tijdens de afgelaste "discussiebijeenkomst" van 3 juli jl kennis kunnen nemen van een aantal ideeën rond de toekomstige inrichting van dit maaiveld, zoals ondermeer de reeds genoemde verdubbeling van het parkeerareaal, en de herinrichting van de eindhalte van bus 22.
Wij betwijfelen of deze ideeën op voldoende draagvlak bij omwonenden kunnen rekenen en stellen andermaal vast dat zij niet aan de orde zijn geweest tijdens de inspraakavond, waarmee ons inziens de legitimiteit aan deze bijeenkomst ontvalt.
Hoogachtend,
M.C.H. van Etten |
||
|
|
|||
| © 2001 | Naar boven Voorpagina | Redactie | |