Toekomstvisie IJmeer
Naar een Waterpark IJmeer binnen het Wetland IJsselmeer
21 november 2005
ANWB, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer,
Gemeente Almere, Gemeente Amsterdam, Gemeente Muiden, Provincie Flevoland, Provincie Noord-Holland
|
BINNENZIJDE SCHUTBLAD De
belangen van de DEELNEMERS AAN de Verkenning IJmeer Staatsbosbeheer ·
Staatsbosbeheer beheert verschillende
natuurgebieden rondom het IJmeer. Aan de Gooische kust is dat de
Diemervijfhoek, een natuurgebied dat direct grenst aan Ijburg. Aan de
Waterlandse Kust gaat het onder andere om het natuurgebied Waterland-Oost en
de Hoekelingse Dam. In Flevoland beheert Staatsbosbeheer verschillende
natuurgebieden in Almere en de Oostvaardersplassen. Daarnaast is
Staatsbosbeheer de aanbieder van natuurgerichte recreatie (met als accent
‘natuur bij de stad’). ·
In het IJmeer worden nieuwe
natuurgebieden ontwikkeld. Van een aantal is Staatsbosbeheer beoogd
beheerder. Natuurmonumenten ·
Heeft in de omgeving van het IJmeer
de volgende gebieden in eigendom: IJdoorn, Naardermeer, Vechtplassen. ·
Door de ‘IJburg-strijd’ is
Natuurmonumenten verbonden aan het IJmeer. ·
Het IJmeer met Markermeer,
IJsselmeer, Naardermeer en Vechtplassen zijn onderdeel van de Ecologische
Hoofd Structuur (EHS) en de Natte As. Beide zijn voor Natuurmonumenten
essentiële instrumenten om voldoende ruimte voor de natuur in Nederland te
bereiken. ANWB ·
De ANWB heeft in zijn statuten de
doelstellingen van de vereniging verwoord. Deze komen in grote lijnen neer op
het behartigen van de belangen van de leden op het terrein van
verkeer&vervoer en recreatie&toerisme. ·
Belangrijke speerpunten zijn
Recreatie Dichtbij Huis en Ketenmobiliteit. ·
Recreatie Dichtbij Huis beoogt de
‘mismatch’ tussen aanbod en vraag naar recreatiemogelijkheden in en om de
belangrijkste stedelijke gebieden te agenderen en op te heffen. ·
Ketenmobiliteit beoogt verschillende
vervoersmodaliteiten aaneen te smeden tot bruikbare vervoersketens. De
noodzaak daarvan is met name groot in stedelijke netwerken, waar
bereikbaarheid van de variëteit aan bestemmingen zwaar onder druk staat. Provincie Noord-Holland·
Belangrijke issues voor Noord-Holland
zijn: Behoud en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied in en
om het IJmeer met name de kwaliteit en kwantiteit van het water
(drinkwaterreserve en calamiteiten berging), kwaliteit van recreatie
(natuurbelang versus recreatiebelang), kwaliteit van verstedelijking en tot
slot behoud van veiligheid, die is toegesneden op toekomstige peilstijgingen
in het IJmeer. Provincie
Flevoland ·
Vindt
het van groot belang dat Almere en Lelystad een gezicht aan het water kunnen
ontwikkelen. ·
Wil
de verbindingen met de Noordvleugel van de Randstad verbeteren, onder andere
door een extra wegverbinding via het IJmeer. ·
Ziet
goede mogelijkheden voor ontwikkeling van de kwaliteit van de natuur op het
niveau van het wetland van het IJsselmeergebied (inclusief randmeren en
binnendijkse moeraszones) als geheel. Gemeente Almere·
De gemeente Almere heeft behoefte aan
een concreet toekomstperspectief op het IJmeer gezien de gewenste
ontwikkeling van de stad richting het IJmeer. ·
Het college van B&W heeft in het
stadsmanifest een keuze gemaakt voor een stad aan het IJmeer. Gemeente Amsterdam ·
Amsterdam heeft na IJburg op eigen
grondgebied geen plaats meer voor stadsuitleg en zal geheel aangewezen zijn
op binnenstedelijke locaties. Daar denkt Amsterdam in de periode 2010-2030
zo’n 50.000 woningen toe te kunnen voegen aan de voorraad van 2010. Daarmee
wordt ongeveer 1/3 van de regionale bouwopgave gedekt (Noordvleugel 150.000
in periode 2010-2030). ·
Een fors aandeel van binnenstedelijk
bouwen in de totale regionale woningopgave levert de beste bijdrage aan het
beheersen van mobiliteit- en milieueffecten. Doordat de stad de komende
decennia een intensivering van stedelijke functies zal kennen, wordt
Amsterdam stedelijker. Het kunnen bieden van diverse recreatiemogelijkheden
in de directe omgeving wordt daarmee belangrijker. Water- en oeverrecreatie
vormen daarvan een typisch bij de regio passend voorbeeld. ·
Om als samenhangend stedelijk gebied
(Amsterdam / Almere) te kunnen gaan functioneren is een onderling verbonden
netwerk van verbindingen en stedelijke centra een vereiste. Gemeente
Muiden
·
De gemeente Muiden heeft er belang
bij dat het recreatief gebruik van het IJmeer verbetert en hand in hand gaat
met versterking van de ecologische waarden van het gebied. ·
Mogelijke veranderingen in het IJmeer
moeten leiden tot een verbetering van de positie van de kern Muiden als
thuisbasis voor de bruine vloot en als vaardoel voor de pleziervaart in het
algemeen. Daarnaast dient de aantrekkelijkheid van Muiderberg als woonkern
gelegen aan een groot water met strandfaciliteiten niet te worden aangetast,
maar bij voorkeur te worden versterkt. ·
Om die redenen is het van essentieel belang
dat de beleving van het grote open water vanuit de Vechtmond bij Muiden en
vanuit de kust bij Muiderberg in de plannen voor de toekomst van het IJmeer
blijft gewaarborgd. |
INHOUDSOPGAVE
Voorwoord
Samenvatting
·
1. Wat vooraf ging
·
2. Wat is er aan de hand in en om het IJmeer?
2.1 Huidige situatie
2.2 De ongewenste autonome ontwikkelingen
2.3 De groen-blauwe vraagstukken
2.4 De rood-grijze vraagstukken
2.5 De recreatieve vraagstukken
·
3. Het lange termijnperspectief van het IJmeer
in ruime omgeving
3.1 Het IJmeer/Markermeer: Ecologische mainport in
het wetlandsysteem (2050)
3.2 Het IJmeer: Waterpark van de Noordvleugel
(2030)
·
4. De eerste stap naar ontwikkeling
4.1 De koppeling van de rood-grijze en
groen-blauwe schaalsprong
4.2 Uitwerking groen-blauwe schaalsprong
4.3 Uitwerking rood-grijze schaalsprong
4.4 Integratie groen-blauw en rood-grijs
4.5 Afweging en keuzes
4.6 De inzet van de Verkenning IJmeer
·
5. Op weg naar de uitvoering
5.1 Stand van zaken VHR en KRW
5.2
Ecologische surplus maakt buitendijkse ontwikkeling mogelijk
5.3 Ontwikkelingsstrategie
5.4 Naar één ontwikkelingsfonds?
5.5 Het belang van ‘werk met werk maken’
5.6 Een actieve rol voor de private investeerders
·
6. Tot besluit
VOORWOORD
Van
Verkenning naar Visie
Voor u ligt de ‘Toekomstvisie IJmeer’, het resultaat van een
weinig alledaagse, maar bijzonder geslaagde samenwerking tussen acht overheden
en maatschappelijke organisaties.
Op, in en rondom het IJmeer zijn allerlei ontwikkelingen
gaande met betrekking tot waterkwaliteit, natuurbehoud en –ontwikkeling,
verstedelijking en versterking van recreatieve functies. Tegelijk staat de
ecologische waarde van IJmeer en Markermeer onder grote druk. Eind 2003 was dat
complex aan problemen en kansen in het gebied aanleiding om onder de vlag van
de Vereniging Deltametropool een verkenning te starten. Hoe kunnen de
ontwikkelingen in en rondom het IJmeer zo worden gestuurd, dat over vijftig
jaar nog steeds een aantrekkelijk, of juist een nog aantrekkelijker IJmeer
bestaat voor zowel mens als dier?
Die inspanningen resulteerden in de ‘Verkenning IJmeer
2004’. Dat rapport schetste een bijzonder overzicht van de ontwikkelingen in
het IJmeer en de mogelijke oplossingsrichtingen voor de gesignaleerde problemen
op het gebied van water, natuur en verstedelijking. De samenstellers*
ondertekenden een gezamenlijke intentieverklaring waarin ze aangaven verder te
willen samenwerken aan het bewerkstelligen van een kwaliteitsslag die het
IJmeer en omgeving nodig heeft om het ‘Waterpark van de Noordvleugel’ te
worden. Minister Peijs sprak destijds haar waardering uit voor het initiatief
en gaf aan de resultaten mee te willen nemen in de rijksbesluitvorming rond het
Noordvleugelprogramma.
Verkenningen zijn relatief eenvoudig en veilig te
realiseren. Veel meer durf gaat gepaard met het maken van een visie. Dan moeten
er immers keuzes worden gemaakt. De bestuurders hebben de moed getoond om hun
intentieverklaring als opstap te zien naar een veel ambitieuzer vervolg. Het
resultaat van de Verkenning IJmeer 2004 moest in 2005 de leidraad worden voor
een gezamenlijk te formuleren visie. Daarbij werd van bestuurlijke zijde
nadrukkelijk gesteld, dat men geen genoegen zou nemen met een zouteloos
compromis. Om het draagvlak te vergroten en een betere bestuurlijke inbedding
te bewerkstelligen is het samenwerkingsverband vanaf dat moment uitgebreid met
de provincies Noord-Holland en Flevoland, terwijl ook de gemeente Muiden is
gevraagd om aan te schuiven.
Dat het gelukt is om een gezamenlijk gedragen visie te maken
mag met recht een prestatie heten. In de voorliggende visie wordt duidelijk hoe
de partijen invulling willen geven aan de maximale ambitie voor zowel natuur
als verstedelijking en de samenhang daartussen. Belangrijk winstpunt is verder
dat er een algemeen gedragen koers is uitgezet voor de toekomstige ecologische
groenblauwe opgave in het gebied. Ook zijn de vele keuzemogelijkheden uit de
Verkenning 2004 nader uitgewerkt en onderzocht, waarbij keuzes zijn gemaakt en
maatregelen in de tijd zijn uitgezet. Tenslotte is nog meer kennis vergaard op
het gebied van kengetallen, procedures en mogelijke financiering.
Het proces dat de negen partijen doorliepen, is een
voorbeeld voor de nieuwe sturingsfilosofie in de Nederlandse ruimtelijke
ordening. Regionale overheden en maatschappelijke partijen nemen gezamenlijk,
met inachtneming van de rijkskaders, het initiatief
om oplossingen aan te dragen voor complexe regionale ruimtelijke problemen. De
regionale overheden en maatschappelijke partijen hebben met deze visie een
duidelijk perspectief geschetst voor de toekomstige ontwikkeling van het
IJmeer en omgeving. De eerste stap is gezet. Een belangrijke eerste stap op de
nog lange weg naar een evenwichtige, hoogwaardige groenblauwe schaalsprong die
onmisbare voorwaarden schept voor de gewenste verstedelijking in de zuidflank
van het gebied. Het is nu zaak om op het ingeslagen traject voort te gaan.
Daarbij kunnen de regionale partijen veel bereiken, maar hebben zij zeker ook
de steun van het rijk nodig.
Namens de stuurgroepleden,
Daan Monster
Onafhankelijk voorzitter Stuurgroep Verkenning IJmeer
Samenvatting
Gedurende twee jaar hebben acht belangrijke regionale
partijen de krachten gebundeld in de Verkenning IJmeer. De werkgroep
inventariseerde bestaande plannen voor het IJmeer, onderzocht alternatieve
scenario’s en ontwikkelde op die basis een integrale visie op het gebied vanuit
een lange termijnbeeld, waarbij bovendien vanuit het grootst mogelijke
schaalniveau naar de opgave is gekeken. Deze unieke samenwerking, waarin
betrokken gemeenten en provincies, maar ook de ANWB en Staatsbosbeheer
aanhaakten bij het oorspronkelijke initiatief van de Vereniging
Natuurmonumenten, heeft geresulteerd in een samenhangende visie op de toekomst
van het IJmeer. De hier gepresenteerde Toekomstvisie IJmeer schetst een
aanstekelijk perspectief. De complexiteit van de verschillende opgaven is op
inventieve wijze benut om de rol van het IJmeer in de Noordvleugel van de
Randstad substantieel te versterken. Er liggen uitgelezen kansen om met de
ecologische winst van een robuuster ecosysteem in het IJmeer de gewenste
condities te creëren voor verstedelijking aan de westzijde van Almere, voor
vergroting van de economische dynamiek in de regio, voor de noodzakelijke
aansluiting tussen Amsterdam en Almere en voor een veel sterker
gedifferentieerd aanbod van recreatieve functies in en rond het water.
Een belangrijke constatering van de Verkenning is dat de
ecologische waarde van het IJmeer sinds begin jaren ‘90 achteruit holt. Als er
niet wezenlijk wordt ingegrepen zal de ecologische situatie steeds verder
verslechteren. De Verkenning IJmeer stelt dat er maatregelen nodig zijn die
moeten leiden tot beter ontwikkelde oeverzones, tot een betere waterkwaliteit
(meer helderheid) en tot een veel sterkere interactie met en versterking van de
omliggende wetlands (Waterland, Vechtstreek en Oostvaardersplassen). Het gaat
daarbij dus om een grotere schaal dan alleen het IJmeer. Deze inzet op een
samenhangend wetlandsysteem wordt waardevoller geacht dan alleen de
instandhouding van de aantallen vogels, die ingevolge de VHR beschermd zijn.
Tegelijk is duidelijk dat Almere een oplossing moet vinden
voor de gewenste groei van het aantal inwoners. Die schaalsprong kan niet los
kan worden gezien van de relatie tot Amsterdam en de economische ontwikkeling
van de Noordvleugel. Ook hier geldt, dat de implicaties van de opgave veel
groter zijn dan het schijnbaar beperkte plangebied. De Toekomstvisie IJmeer
koppelt de gewenste roodgrijze schaalsprong onvoorwaardelijk aan een
groenblauwe schaalsprong die nodig is om Markermeer en IJmeer voor verder
verlies van natuurwaarden te behoeden.
Sterker nog: zonder de noodzakelijke investeringen in de
ecologische kwaliteit van genoemde waterlandschappen – niet alleen tot behoud
van het bestaande maar ingezet om op allerlei niveaus kwaliteitsverbetering te
realiseren – is iedere investering in verdere verstedelijking rond het IJmeer
een onhaalbare ambitie. Diezelfde redenering geldt voor de beoogde verbetering
van de ontsluiting (wegen, spoor) ten behoeve van een groeiend Almere en voor
de ontwikkeling van nieuwe recreatiefuncties in en rond het IJmeer
(bijvoorbeeld langs de Muidense kust). Al die opgaven zijn ten nauwste met
elkaar verbonden. Zonder verstedelijking geen natuurontwikkeling; zonder
natuurontwikkeling geen recreatie en zonder recreatie geen verstedelijking… De
schaalsprongen zijn daarom in deze Toekomstvisie als een samenhangend complex
benaderd.
De Toekomstvisie concludeert dat het welslagen van de
groenblauwe schaalsprong de belangrijkste voorwaarde is voor succesvolle
verstedelijking op de as Schiphol – Amsterdam – Almere; voor de aanleg van een
noodzakelijke oeververbinding tussen Almere Pampus en IJburg; en voor het
scheppen van diversiteit in nieuwe recreatiemogelijkheden langs de oevers van
het IJmeer. Alleen wanneer het lukt om het IJmeer te ontwikkelen tot een
waterpark dat onderdeel uitmaakt van het grotere wetlandsysteem IJsselmeer kan
tijdens en na het ontwikkelingsproces (ruimschoots) worden voldaan aan de Vogel
en Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Alleen dan zal bovendien een
voldoende robuust systeem tot stand worden gebracht (een ecologisch surplus) om
zonder schade aan het systeem de woningbouwopgave in de zuidelijke flank te
kunnen realiseren.
Voor de financieringsmogelijkheden van deze bouwopgave is
het van evident belang dat rond die nieuwbouwlocaties aantrekkelijke woon-werk
milieus en hoogwaardige recreatieve functies ontstaan die private investeerders
tot deelname zullen bewegen. Vanuit datzelfde perspectief is een optimale
ontsluiting van grote betekenis. Voor het eerst zal Almere zich ruimtelijk op
het westen (water / Amsterdam) gaan oriënteren, en ontstaan er mogelijkheden om
een substantieel deel van de bouwopgave voor de stad in het water van het
IJmeer tot stand te brengen.
De deelnemers aan de Verkenning IJmeer hebben hun visie rond
het Waterpark IJmeer vertaald in vier denkmodellen: het autonome model, een klein,
een middelgroot en een groot alternatief. Die varianten zijn op hun
consequenties getoetst (zowel vanuit groenblauw perspectief als met het oog op
de roodgrijze mogelijkheden). Het laatste model is ongetwijfeld het meest
gedurfde en kapitaalintensieve, maar tegelijk aantoonbaar ook het meest
kansrijke. Het Large-Model voorziet grootschalige buitendijkse verstedelijking
in het IJmeer, de realisatie van de IJmeerweg via een vaste oeververbinding
tussen Amsterdam en Almere Pampus (inclusief metro en trein) en beziet de
ontwikkeling van het Waterpark IJmeer in het kader van het grote wetlandsysteem
IJsselmeer. De lange termijnvisie die hoort bij deze grootschalige
herontwikkeling van Markermeer en IJmeer (>50 jaar) kan – met het eindbeeld
in gedachten – worden voorbereid door de ambities van het Medium-Model als
eerste stappen in die richting te beschouwen.
Een dergelijke grootschalige ontwikkeling heeft alleen kans
van slagen wanneer alle betrokken partijen – regio en rijk – participeren in
één ontwikkelingsorganisatie. Gezien het bovenregionale belang van dit deel van
de Noordvleugel is rijksbetrokkenheid bij de investeringen ten behoeve van het
ontwikkelingsproject IJmeer niet meer dan logisch. De plek die IJmeer en
Markermeer innemen in de Ecologische Hoofdstructuur (Natura 2000) zal ook de
Europese overheid tot deelname aan dit ambitieuze en unieke project moeten
aanzetten.
1. Wat
vooraf ging
In en rondom het
IJmeer doen zich op het gebied van woningbouw, verkeer, natuur en recreatie
verschillende ontwikkelingen voor die om een samenhangende visie vragen. De
afgelopen twee jaar hebben acht belangrijke regionale stakeholders zich
verbonden in de Verkenning IJmeer. Het was de Vereniging Natuurmonumenten die
in 2003 de aanzet tot dit initiatief gaf, aanvankelijk in samenwerking met
ANWB, Staatsbosbeheer en de gemeenten Amsterdam en Almere. Na een
tussenrapportage in 2004 sloten ook de provincies Flevoland en Noord-Holland en
de gemeente Muiden zich bij de Verkenning IJmeer aan.
Bestaande rapporten
en plannen voor het gebied werden in kaart gebracht; de eigen scenario’s van de
verschillende deelnemers geanalyseerd en alternatieve scenario’s onderzocht.
Doel was een aantal duidelijke ambities en randvoorwaarden te formuleren die
moeten voorkomen dat deelvraagstukken telkens weer autonome initiatieven zullen
uitlokken. Zo’n versnipperde vorm van ontwikkeling zien de deelnemers aan de
Verkenning als een onwenselijk perspectief voor de toekomst van het IJmeer.
Daarom startte het proces met de vraag: ‘Wat is er nodig voor een kwalitatief
hoogwaardige toekomstige ontwikkeling van het IJmeer?’.
|
De
stappen van de Verkenning IJmeer ·
2003:
analyse + ambitie ·
2004:
de bandbreedtes + afwijzen autonome ontwikkelingen ·
2005:
de visie: uitwerking van de ambitie |
De les van de Verkenning IJmeer
Het verleden heeft
laten zien dat het plaatsen van het ene belang boven het andere
(verstedelijking boven ecologie of ecologie boven verstedelijking) tot
maatschappelijk onwenselijke en/of financieel onhaalbare oplossingen leidt. De Verkenning
IJmeer ambieert te laten zien dat een integrale aanpak vanuit gelijkwaardige
belangen oplossingen aanreikt waarmee meer doelen tegelijk worden gediend. In
de ogen van de deelnemende partijen is dit de enige manier om op verantwoorde
wijze met dit deel van het IJsselmeergebied om te gaan.
Drie samenhangende thema’s
De samenhangende
thema’s zijn:
·
Een blauwgroene schaalsprong van het
IJmeer en omgeving
·
Het verstedelijkingsconcept van de
Noordvleugel met een schaalsprong van Almere
·
Een nieuwe infraverbinding tussen
Amsterdam en Almere door het IJmeer
De drie
ontwikkelingen zijn van elkaar afhankelijk, sterker nog: ze veronderstellen
elkaar, en zullen dus ook gezamenlijk moeten worden ingezet. Bij zowel de
blauwgroene schaalsprong als de verstedelijking spelen bijvoorbeeld de
belevingswaarde en de recreatiemogelijkheden in en rond het IJmeer een
belangrijke rol.
De in de Verkenning
IJmeer samenwerkende partijen zijn ervan overtuigd dat alleen het combineren
van sectorale doelen voldoende ‘ontwikkelingsdruk’ genereert om te komen tot
inventieve en haalbare oplossingen voor de toekomst van het IJmeer.
De kernboodschap van
de Verkenning IJmeer is dan ook: combineer de ambities! Omdat beleving en
recreatie voor een sterk groeiende bevolking belangrijk zijn, is gekozen voor
het motto ‘Waterpark IJmeer’.
|
Waterpark
voor de Noordvleugel De term Waterpark geeft uitdrukking
aan de ambitie om het IJmeer met de omringende kust te ontwikkelen tot een
gebied waarin recreatie, natuur en verstedelijking in harmonie samengaan. De
toevoeging ‘voor de Noordvleugel’ geeft aan dat het waterpark een voorziening
is van regionale betekenis. Het samengestelde begrip waterpark duidt op de
twee kernwaarden van het toekomstige IJmeer. Water wijst op het oerelement
waaruit Holland is gevormd: de zee, de delta, de rivieren, de plassen en de
meren. Het woord park duidt een afgebakend gebied aan in een stedelijke
omgeving, waarin zowel voor mens als natuur plaats is. |
In de voorliggende Toekomstvisie
IJmeer, de vrucht van twee jaar samenwerking tussen acht regionale partijen,
wordt aangegeven wat de noodzakelijke en gewenste ontwikkelingen zijn om van
het IJmeer in de toekomst een aantrekkelijker gebied te maken. Met het
opstellen van deze visie hebben de regionale betrokkenen hun verantwoordelijkheid
genomen. Een verantwoordelijkheid die zij ook in de toekomst blijven nemen.
Maar het is evident dat de toekomstige ontwikkeling van het IJmeer meer is dan
een louter regionale opgave. Ook het rijk heeft taken en bevoegdheden. Rijk en
regio moeten daarom vanaf nu samen aan de slag.
Consensus met het
rijk over de verbondenheid van de rood-grijze en de groen-blauwe opgave is de
komende tijd van cruciaal belang. Gezamenlijk dient te worden vastgesteld hoe
en aan de hand van welke ambitie een integrale ontwikkelingskoers kan worden
ingezet. Welke opgaven zijn regionaal en welke dienen als bovenregionaal
aangemerkt te worden? Hoe worden organisaties op hun taken ingericht? Een
dergelijke definitie van rollen, verantwoordelijkheden en de allocatie van
middelen maken deel uit van de noodzakelijke koersbepaling.
2. Wat
is er aan de hand in en om het het IJmeer?
2.1 Huidige situatie
In het IJmeer lijken alle aspecten van
de actuele Nederlandse ruimtelijke ordening samen te komen.
Het IJmeer:
·
Heeft, als onderdeel van het
IJsselmeergebied, een belangrijke waterstaatkundige functie voor
midden-Nederland;
·
Is, als onderdeel van Natura 2000,
aangewezen als Speciale Beschermings Zone (SBZ) in het kader van de Europese
Vogelrichtlijn. Kleine delen zijn aangemeld onder de Habitatrichtlijn;
·
Vormt door de ligging tussen Amsterdam
en het snel groeiende Almere een interstedelijk gebied van grote
landschappelijke en recreatieve betekenis;
·
Biedt kansen voor het ontwikkelen van
kwalitatief hoogwaardige woonmilieus;
·
Vormt een barričre voor de almaar
toenemende verkeersproblemen;
·
Heeft een rijke cultuurhistorie;
·
Is onderdeel van de belangrijke
scheepvaartroute naar het noorden.
Dit scala aan
uiteenlopende belangen en potenties leidt niet vanzelf tot een hoogwaardige
ontwikkeling van het IJmeer. Het tegendeel is het geval. Vooralsnog is het
IJmeer het toneel van allerlei autonome ontwikkelingen, vaak alleen aangestuurd
vanuit sectoraal beleid. Het ecosysteem is instabiel, wat tot op heden
resulteert in teruglopende natuurwaarden. Tegelijk neemt de stedelijke en
recreatieve druk op het gebied toe. Zonder bijsturing dreigt het IJmeer een
'dode waterplas' te worden, een plas zonder noemenswaardige natuurwaarden, met
recreatieve wildgroei aan de oevers en met een waterkering waarachter de nieuwe
stadswijken schuilgaan.
Bijzonder is het feit
dat hier verschillende schaalniveaus door elkaar heen spelen:
·
Recreatieve en landschappelijke
aspecten hebben vooral betrekking op het niveau van het IJmeer en zijn directe
omgeving;
·
Verstedelijking moet beschouwd worden
op het niveau van de gehele Noordvleugel;
·
Waterveiligheid op het schaalniveau van
het Markermeer;
·
Ecologische aspecten hebben betrekking
op het gehele IJsselmeergebied.
|
ECOLOGISCHE EN RECREATIEVE Afronding van het IJsselmeerproject De aanleg
van de Afsluitdijk ruim 70 jaar geleden veranderde het ecosysteem van het
IJsselmeergebied van een lagune in een zoutwatergetijdegebied in een
grootschalig binnenmeer met zoet water. Gedurende de vorige eeuw volgden
nieuwe ‘dramatische’ ingrepen in het ecosysteem met de aanleg van de
IJsselmeerpolders en de Houtribdijk. De huidige ecologische situatie is te
kenmerken als jong en in ontwikkeling, met veel pionierssoorten, veel slib
(overigens ook al ten tijde van de Zuiderzee) en dus weinig doorzicht en snel
veranderende populaties. De overgangen tussen land en water zijn hard en de
aanwezige natuurgebieden hebben veelal een (te) kleine schaal terwijl zij ook
versnipperd ten opzichte van elkaar liggen. Het laatste
grote onderdeel van het IJsselmeerproject – de Markerwaard – gaat weliswaar
definitief niet door; maar de onevenwichtige ecologische en hydrologische
situatie in het IJmeer/Markermeer vraagt om een oplossing. Zoals tijdens de
slotfase van de Deltawerken de aandacht is gegroeid voor een verantwoorde
ecologische en recreatieve afwerking van de Deltawerken zal er ook aandacht
moeten zijn voor de ecologische en recreatieve inrichting van het
IJsselmeergebied na de vele ingrepen. De eerste stappen zijn door het rijk
gezet. De Integrale Visie IJsselmeergebied genereert een eerste ronde
investeringen in natte natuur. Voor het Natura 2000-gebied IJmeer/Markermeer
is inmiddels (in het kader van de instandhoudingsdoelen VHR) een
herstelopgave geformuleerd. |
{ ILLUSTRATIE/KAARTEN: HUIDIGE
SITUATIE + AUTONOME ONTWIKKELING }
2.2 Onwenselijke autonome ontwikkelingen
Als
oplossingsrichtingen worden gekozen om daarmee sectorale problemen op te
lossen, zonder uitdrukkelijk het effect op of belang voor andere sectoren in de
afweging mee te nemen, dan dreigt het IJmeergebied ten prooi te vallen aan
volledige en onherstelbare versnippering. Die ontwikkeling doet zich ook op
andere locaties in Nederland voor. Het verschil is echter dat hier de
omvangrijke verstedelijkingsdruk op dit gebied (onder meer door de groei van
Almere en de toenemende druk op het gebied tussen Diemen en het Naardermeer)
als een katalysator voor autonome ontwikkeling kan werken. Dat is ongewenst. De
veelheid aan (soms strijdige) opgaven dwingt tot het zoeken van creatieve
oplossingen waarbij sectorale doelen en middelen worden gecombineerd, zodanig
dat het IJmeer zal uitgroeien tot een rustpunt in de grootstedelijke dynamiek
van de Noordvleugel.
VOORBEELDEN VAN ONGEWENSTE AUTONOME ONTWIKKELINGEN Het is zeker
niet zo dat iedere autonome ontwikkeling per definitie strijdig zal zijn met
andere sectorale belangen in het gebied. Maar het behoeft vermoedelijk weinig
betoog om te beseffen dat een vooraf geformuleerde, overkoepelende visie op
het complete IJmeer zou hebben betekend dat minstens een aantal van die
ontwikkelingen anders zou zijn ingestoken. Lokale
en gespreide ontwikkelingen In de
autonome ontwikkeling is een gedrag herkenbaar waarbij elke gemeente zijn
eigen (buitendijkse) project in de vorm van woningbouw, bedrijventerrein of
recreatiegebied wil gaan ontwikkelen. Dit leidt vervolgens tot lokale
natuurcompensatiemaatregelen, waardoor uiteindelijk de oevers van het IJmeer
steeds verder worden opgedeeld en de natuur niet substantieel versterkt
wordt. Integrale
dijkverhoging Als gevolg
van de peilverhoging zullen de waterkeringen op termijn moeten worden
aangepast. De meest voor de hand liggende – en in waterstaatkundig opzicht
ook afdoende – oplossing is dat de dijken opgehoogd en/of verbreed zullen
worden. Voor andere sectoren heeft dijkverzwaring echter een groot aantal
nadelen. Landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle elementen zoals de
oude zeedijken bij Waterland en bij Muiden zullen mogelijk van karakter
veranderen. Dijken worden nog grotere barričres dan ze nu al zijn, zowel voor
de mens (wonen achter de dijk) als voor plant en dier (relatie land-water).
Het verweven van stad en landschap wordt ingewikkeld en voor de fauna wordt
het water moeilijker bereikbaar. Ook zal het aanzienlijk meer inspanning
kosten om ecologische verbindingszones te realiseren. Recreatieve
wildgroei Door de
grote toename van het aantal inwoners rondom het IJmeer, en doordat Amsterdam
(IJburg) en Almere (Almere Pampus) een gezicht aan het IJmeer krijgen, zal de
recreatieve druk op het gebied sterk toenemen. Dit is een resultante van
potenties van het IJmeer, en dus op zich geen negatieve ontwikkeling. Wanneer
deze ontwikkeling op zijn beloop wordt gelaten, zal er echter een
ongecontroleerde recreatieve groei ontstaan die de kwaliteit van het gebied
aanzienlijk kan aantasten. Lokale
toepassing VHR Momenteel
wordt de VHR rigide toegepast. Een saldobenadering is niet mogelijk, waardoor
kansen om de natuur als geheel te verbeteren verloren gaan en ook recreatieve
kwaliteiten, zoals watersportvoorzieningen in IJburg niet uitgevoerd worden. |
|
DE IJMEER
RUMMICUB In de
zogenaamde 'IJmeer Rummicub' zijn alle sectorale ruimtelijke
oplossingsrichtingen overzichtelijk op een rij gezet. Op deze manier is
inzichtelijk gemaakt welke oplossingsrichtingen wel en niet bij elkaar
passen. Uit de IJmeer Rummicub blijkt dat er veel overlap zit tussen de
verschillende oplossingsrichtingen. Dit levert vele kansen op voor het
creëren van win-win situaties, werk met werk maken en het combineren van investeringen.
Aan de andere kant blijkt uit het overzicht ook welke oplossingen elkaar
bijten en wellicht niet samen kunnen gaan. Het Rummicub schema maakt dus ook
de conflictpunten duidelijk. { ILLUSTRATIE: DE RUMMICUB MET
KRUIZEN DOOR DE NULONTWIKKELING + TOELICHTING!!} |
2.3 Groen-blauwe
vraagstukken
Waterveiligheid
Voor de grote wateren
is het motto om deze geschikt te maken voor de extremere rivierafvoeren en de
geleidelijke stijging van de zeespiegel. De nota ‘Waterbeleid voor de 21e eeuw’ van de commissie
Waterbeheer 21e eeuw stelt dat de huidige peilen in het
IJsselmeergebied tot 2050 gehandhaafd kunnen worden indien de spuicapaciteit
bij de Afsluitdijk wordt verdubbeld (gereed in 2013). Daarna moet rekening
worden gehouden met een peilstijging van 1 meter tot 2100. Om een duurzaam
systeembeheer te garanderen is op buitendijkse ontwikkelingen het nee-tenzij
principe van toepassing. Ontwikkelingen moeten anticiperen op de voornoemde
peilstijging en ontwikkelingen moeten waterneutraal plaatsvinden.
Natura 2000
Uitgangspunt voor de
verdere ontwikkeling van het IJmeer is het respecteren van de
instandhoudingdoelstellingen voor het gebied als Speciale Beschermingszone
onder de Vogel- en Habitatrichtlijnen. Hoofdredenen voor deze beschermde status
zijn het vóórkomen van drie kwalificerende watervogelsoorten: Nonnetje,
Kuifeend en Tafeleend en voorts moet rekening worden gehouden met nog 11 andere
vogelsoorten die het gebied gebruiken (de aanwijzingssoorten). De
driehoeksmossel is onmisbaar in de voedselketen van de genoemde Kuifeend en
Tafeleend. De spiering is het belangrijkste voedsel van het Nonnetje. De
Gouwzee en de Kustzone Muiden zijn een belangrijk habitatgebied voor
zoetwatermeren met kranswieren. Na de achteruitgang van de driehoeksmosselen populatie
rond 1992 en de gelijktijdige toename van goed voedsel in de randmeren is een
groot deel van de genoemde vogelpopulaties gemigreerd. Al het mogelijke moet worden
gedaan om de condities voor de beschermde soorten te verbeteren. Dit systeem
bestaat uit gebieden met (plaatselijk) helder water (waar het zonlicht kan
binnendringen), ondieptes en rustige gebieden.
|
De huidige natuurwaarden van het IJmeer/Markermeer (uit de
instandhoudingsdoelen VHR) ‘Het
Markermeer/IJmeer is van belang voor visetende (Fuut, Aalscholver, Nonnetje,
Grote Zaagbek, Dwergmeeuw, Zwarte Stern), mosseletende (Kuifeend, Tafeleend,
Toppereend) en waterplantenetende (Krooneend, Meerkoet, Tafeleend)
watervogels. Voor de soorten van de eerste twee categorieën zijn de
omstandigheden in de jaren negentig verslechterd door afname van de
Driehoeksmossel in het Markermeer en afname van de Spiering in zowel het
IJsselmeer als het Markermeer. Het eerste proces is verbonden aan afname van
de voedselrijkdom na de aanleg van de Houtribdijk in combinatie met de hoge
sliblast, het tweede proces is mogelijk klimaatgerelateerd. Ondanks afname is
vooral het aantal Kuifeenden en het aantal Nonnetjes nog steeds van
internationale en van grote nationale betekenis. Den betekenis van het gebied
voor grote concentraties ruiende watervogels is niet verminderd. De Gouwzee
heeft een bijzondere positie door het voorkomen van een groot veld
Sterkranswier in de zuidelijke helft, waarop door grote aantallen duikende
herbivoren (Krooneend, Tafeleend, Meerkoet) wordt gefoerageerd. Ook voor de
kust van Muiden komt een kranswierveld voor, maar de relatie met watervogels
is hier minder duidelijk.’ |
Versterking Natte As
Het IJmeer maakt deel
uit van de Ecologische Hoofdstructuur. In die context wordt het IJmeer beschouwd
als een belangrijk knooppunt in de nationale natte as die de Zeeuwse delta via
het Groene Hart verbindt met het Natte Hart en het Friese Merengebied. Om het
voortbestaan van moerasecosystemen en -soorten (ringslang, vlinders, noordse
woelmuis, libellen, etc) te garanderen is het onderling verbinden van de
bestaande laagveen- en moerasnatuurgebieden een belangrijk uitgangspunt.
Het IJmeer vomt een
cruciale schakel tussen Vechtplassen/Naardermeer en Flevoland/
Oostvaardersplassen, maar ook in de koppeling van de Vechtstreek met Waterland.
In de huidige situatie functioneert het IJmeer nog onvoldoende als knooppunt:
er is maar in beperkte mate sprake van samenhang met en tussen Vechtstreek,
Waterland en Flevoland.
Slibvraagstuk
Door de bouw van de
Afsluitdijk en de Houtribdijk is het Markermeer/IJmeer een afgesloten meer
geworden. Bovendien is het een ondiep meer met een kleibodem die erodeert. Mede
daardoor en omdat het slib niet aan het systeem wordt onttrokken, is er over
het hele meer een mobiele sliblaag ontstaan die door opwerveling voor troebel
water zorgt. Dit is niet alleen onaantrekkelijk voor zwemmende recreanten maar
ook slecht voor de driehoeksmossel, de waterplanten en dus voor de watervogels.
|
LOPENDE ONDERZOEKEN Door
Rijkswaterstaat/RIZA worden op dit moment verschillende belangrijke
onderzoeken uitgevoerd met betrekking tot waterveiligheid en slib. Het
betreft: ·
Onderzoek naar maatregelen en hun
effecten voor het slibprobleem ·
De vraag of deze ingrepen zich
uitstrekken over het hele meer of alleen de randen ·
De effecten van vooroevers voor
waterveiligheid Resultaten
van deze onderzoeken komen begin 2006 beschikbaar. |
|
DE NOORDVLEUGEL, EEN REGIONALE NETWERKSTAD Passages ontleend aan de
Noordvleugelvisie (november 2005), door de regiobestuurders aangeboden aan
het Rijksprogramma Noordvleugel Samenwerking
en samenhang De
bestuurders van de Noordvleugel van de Randstad hebben de afgelopen jaren de
strategie bepaald voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling tot circa 2030.
Vertrekpunt was de vraag naar bouwlocaties voor 150.000 nieuwe woningen in de
periode 2010-2030. De keuze van bouwlocaties is direct gerelateerd aan de
economische ontwikkeling, de woon-werkbalans en de bereikbaarheid.
Oplossingen vragen een complex samenspel van grote economische dynamiek, het
verbeteren van interne en externe bereikbaarheid, het instandhouden en
creëren van een aantrekkelijke leefomgeving, de inpassing van de verdere
ontwikkeling van Schiphol en de schaalsprong van Almere. De urgentie van die
opgaven en de lange doorlooptijd van de projecten dwingen al op korte termijn
tot besluiten en initiatieven op zowel regionaal- als rijksniveau. Internationale
oriëntatie, nationale inbedding De
Noordvleugel heeft een duidelijke internationale oriëntatie met sterke knooppunten:
een zee- en een luchthaven, een goede aansluiting op het net van
hogesnelheidstreinen, de internethub AMSIX, de concentratie van
kennisintensieve en contactintensieve activiteiten en een groot toeristisch
potentieel. Veruit de meeste dynamiek concentreert zich op de as
Haarlemmermeer/Schiphol–Amsterdam/Zuidas–Almere. Daar wordt intensief gebouwd
en is de noodzaak tot infrastructurele aanpassing het grootst. De
economische druk en de meeste werkgelegenheid is gesitueerd in de
zuidwest-flank van deze as. Voor een evenwichtige ontwikkeling van de regio
dient de economische ontwikkeling zich voort te zetten naar Almere in
samenhang met de woningbouwopgave daar. Ook de projecten uit het
Rijksprogramma Noordvleugel concentreren zich op deze as. Echter, ook de
overige delen van de Noordvleugel leveren een wezenlijke bijdrage aan de
internationale en nationale positionering van de regio, zoals het hele
havenindustriële complex, het agribusinesscomplex, de specifieke woonmilieus
en de waardevolle landschappen. Woningbouwopgave De
aanzuigende werking van de arbeidsmarkt in de Noordvleugel – als trekpaard
van de nationale economie – legt extra druk op de woningmarkt. De
woningbouwopgave voor Almere (45.000 op basis van de Noordvleugel afspraken)
is onlosmakelijk verbonden met het op orde brengen van de bereikbaarheid (weg
en OV, inclusief een IJmeerverbinding) en de uitbouw van voorzieningen,
scholing, werkgelegenheid e.d in Almere/Flevoland. Groen/blauw De
groen-blauwe kwaliteit voegt een belangrijke meerwaarde toe aan de
vestigingsmogelijkheden in de Noordvleugel. Hoewel de verstedelijking druk
veroorzaakt, zullen de groen-blauwe waarden in ieder geval behouden en waar
mogelijk versterkt moeten worden voor een juist evenwicht tussen stad en
land. De dynamiek die er is voor rode en infrastructurele ontwikkelingen zal
ook gebruikt moeten worden voor investeringen in groene en blauwe projecten. Werkgelegenheid Om de
werkgelegenheid in Almere op het niveau van het landelijk gemiddelde te
brengen, is een grote inspanning nodig. De arbeidsmarktoriëntatie is en
blijft sterk bovenlokaal (op het schaalniveau van de Noordvleugel), waarbij
de relatie met de corridor Schiphol-Zuidas-Zuidoost zonder meer het
belangrijkst is. Een nauwe verbondenheid met de (inter)nationale en regionale
economie van de Amsterdamse regio biedt voor Almere de beste garantie voor de
noodzakelijke werkgelegenheidsgroei en een gezonde woon-werkbalans in de
toekomst. Almere/IJmeer De Almeerse
ontwikkelingsaandacht is allereerst gericht op het westen. De stad oriënteert
zich op het IJmeer. Deze strategische keuze voegt een bijzondere kwaliteit
aan de stad toe en tegelijk wordt de band met stad en regio Amsterdam
aangehaald. Een extra verbinding tussen Almere en Amsterdam stimuleert de
private investeringen die nodig zijn voor de ontwikkeling van hoogwaardige
woon- en werkmilieus aan de westkant van Almere. Daarvoor is het van belang
dat de afstand niet alleen in fysieke zin afneemt, maar ook in de beleving
van mensen. Zo wordt ook aansluiting gevonden bij de economisch gunstige
ontwikkeling op de as Schiphol-Zuidas-Zuidoost. Door de intensieve
verstedelijking van Almere te situeren aan de westzijde worden de
verplaatsingsafstanden tot de economische centra tot een minimum
teruggebracht. Gezien de
grote economische potenties, de huidige grondposities in het gebied en de
wens om de ecologische waarde van het IJmeer te verbeteren, liggen er unieke
kansen om in de planvorming rond het IJmeer regionale ontwikkelingskracht te
tonen. Dat kan door een ontwikkelingscoalitie te smeden en in publiek-private
samenwerking gezamenlijk oplossingen te zoeken voor een strategische
integrale gebiedsontwikkeling. |
2.4 Rood-grijze vraagstukken
Concentreren van de verstedelijking op de as Schiphol – Almere
Tijdens de derde
Noordvleugelconferentie zijn er bestuurlijke afspraken gemaakt over
concentratie van de verstedelijkingsopgave op de as
Haarlemmermeer-Amsterdam-Almere. Dat betekent dat er in de as fors geďnvesteerd
moet worden in de aanleg of verbetering van de infrastructuur. Verbetering van
het aanwezige rail- en wegennet speelt namelijk een belangrijke rol in zowel
regionale als nationale verbindingen. De investeringen worden op deze manier
gekoppeld aan de drie sleutelprojecten van het Rijk: Mainport Schiphol, de
Zuidas en de schaalsprong van Almere. Het grootste gedeelte van de tussen 2010
en 2030 noodzakelijke 150.000 woningen zal worden gerealiseerd rondom de
verstedelijkingsas Schiphol – Almere (model ‘Van Zuidwest naar Almere’).
Ook voor de
economische ontwikkeling wordt prioriteit gegeven aan de as
Haarlemmermeer/Schiphol – Amsterdam – Almere. De economische motoren van de as
zijn Schiphol/Haarlemmermeer en de Zuidas. Zuidelijk Flevoland biedt de
mogelijkheid om op een grootschalige manier invulling te geven aan de vraag
naar nieuwe werklocaties binnen de Noordvleugel. De potentiële bijdrage van
Almere aan het economische programma voor de Noordvleugel wordt in de periode
tot 2030 geraamd op ongeveer 150.000 nieuwe arbeidsplaatsen, 1.000 hectare
netto bedrijventerrein en 1.500.000 m2 bruto vloeroppervlak
kantoorruimte.
Ontwikkelen van meer
gedifferentieerde milieus binnen de Noordvleugel
De ambitie is om meer
vraaggericht te gaan bouwen. Aan de ene kant is er behoefte aan meer stedelijke
milieus en aan de andere kant juist aan landschappelijke milieus, uitgaande van
integrale gebiedsontwikkeling, waarbij landschapsontwikkeling en
verstedelijking verweven zijn.
Deze ambitie staat in
schril contrast tot de dagelijkse praktijk. Alle gemeenten rondom het IJmeer ontwikkelen
tot nu toe min of meer suburbane milieus binnen hun eigen grenzen, variërend
van Almere (o.a. Buiten, Poort en Hout), Amsterdam (westelijke tuinsteden) tot
Muiden (KNSF-terrein) en Weesp (Bloemendalerpolder). Het blijkt moeilijk de
beoogde differentiatie op regionale schaal echt handen en voeten te geven.
Ontwikkelen Almere als stad aan
het water
Bij de gewenste
schaalsprong van Almere is het motto om identiteit te geven aan een ‘groot
Almere’, een aantrekkelijke grote stad waarin niet alleen gewoond maar ook
gewerkt en gerecreëerd wordt. In dat kader is gekozen voor een primair
stedelijke ontwikkeling aan de westzijde aan het IJmeer (in combinatie met een
eventuele IJmeerverbinding). Aanvullend vindt aan de oostkant van de stad een
meer landschappelijke ontwikkeling plaats.
Cruciaal in de
verdere ontwikkeling van Almere is het benutten van het 40 kilometer lange
waterfront om de stad een gezicht aan het water te geven. Deze opgave wordt
onderkend in de Nota Ruimte.
Voldoende capaciteit op de as Amsterdam – Almere
De opgave voor
infrastructuur is primair het garanderen van voldoende vervoerscapaciteit voor
auto en openbaar vervoer op de as Amsterdam – Almere. Daarnaast is de opgave
het scheiden van doorgaand en regionaal verkeer wat de doorstroming bevordert,
en het creëren van meerdere toegangen naar Almere waardoor meer spreiding van
verkeer mogelijk is.
Het vraagstuk van de
verbetering van de bereikbaarheid op de as Almere – Amsterdam – Haarlemmermeer
heeft volop de aandacht van het rijk. Door het rijk is een planstudie gestart
naar de ontsluiting van een toekomstig
Almere naar het ‘oude’ land. In deze studie worden twee
hoofdalternatieven bekeken : de stroomlijnvariant en doortrekking van de A6
naar de A9. De verkeerskundige gevolgen van een IJmeerwegverbinding worden
daarbij als scenario onderzocht. Het rijk zal uiterlijk in 2006 een voorlopig
besluit nemen over een financiële reservering voor een verbetering van de
ontsluiting van Almere. Daarnaast loopt de structuurvisie Zuiderzeelijn.
NUT EN
NOODZAAK SCHAALSPRONG ALMERE
·
Er is een groot infrastructureel probleem aan de oostzijde
van Amsterdam (A1, A6, A9, spoorlijn), dat moet worden opgelost (achterstanden
inhalen!). De crux is een splitsing tussen nationale en regionale
verkeersstromen.
·
Er wordt ingezet op een bundeling van investeringen (m.b.t.
infra, woningbouw en economie) op de as Schiphol-Amsterdam-Almere (i.p.v.
overal een beetje).
·
Voorop staat een verdere ontwikkeling van de Noordvleugel
(Schiphol-Amsterdam) als motor voor de nationale economie.
·
Er zijn steeds meer belemmeringen voor woningbouw in de
Noordvleugel (Schiphol, Groene Hart, Waterland, duinen, etc). Almere/Flevoland
biedt voor de lange termijn perspectief voor verstedelijking.
·
Almere zal altijd primair georiënteerd zijn op Amsterdam.
Nabijheid en snelle bereikbaarheid zijn voorwaarden voor de economische
ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling van Almere aan de westzijde (nabij
Schiphol/Amsterdam) is daarom essentieel.
·
Voor Almere is het ontwikkelen van een evenwichtige stad met
toekomstwaarde van belang. Dit betekent een ombuiging van de huidige suburbane
monocultuur naar een meer gedifferentieerde stad, met aan de westzijde meer
stedelijke milieus en aan de oostzijde meer landelijke milieus.
·
Almere moet een eigen identiteit krijgen door het
buitenwater veel beter te benutten dan nu het geval is.
2.5 Recreatieve vraagstukken
De
verstedelijkingsdruk uit zich niet alleen in fysieke vorm door de bouw van
nieuwe woningen en de daarbij horende voorzieningen en infrastructuur. Ongeveer
120.000 mensen zullen in de directe omgeving van het IJmeer komen wonen. Dit
heeft ongetwijfeld consequenties voor de recreatiedruk op het water en de
oevers van het IJmeer.
Ontwikkelen en zoneren van de
oevers
Het IJmeer kent drie
randen die totaal verschillend zijn. Voor elke rand moet dan ook een apart op
de locatie toegesneden programma worden ontwikkeld, waarbij het inrichten en
bereikbaar maken van de oevers van het IJmeer ten behoeve van recreatie
centraal staat. Het ligt voor de hand dat met name zones die aansluiten op de
verstedelijking de beste plaatsen zijn voor intensieve recreatieve inrichting.
Ook kunnen de groen-blauwe randvoorwaarden (vanuit de VHR) aanleiding geven
voor zonering.
Ontwikkelen van het IJmeer tot
een watersportgebied
Een tweede opgave is
het verder ontwikkelen van het IJmeer tot een veelzijdig waterrecreatiegebied
voor kleine en grote watersport. Er wordt een groei in de watersport voorzien
die leidt tot het vergroten van het aantal ligplaatsen van 3.400 nu, naar
minimaal 6.000 ligplaatsen in 2030. Om het IJmeer voor zoveel watersporters
aantrekkelijk te maken en te houden zijn behoud en verbetering van de
vaarmogelijkheden en het ontwikkelen van meer vaardoelen (havens,
ankerplaatsen, eilanden) essentieel. Voorzieningen voor de kleine watersporters
ontbreken nu. Het gaat dan bijvoorbeeld om luwe beschutte vaargebieden,
vaarverbindingen en vaardoelen in de vorm van eilanden.
Ontwikkelen van het IJmeer als
(inter)nationaal toeristisch gebied
In Almere Poort en
Almere Pampus bestaat de mogelijkheid een grootschalig leisure programma te
ontwikkelen dat landelijke en internationale betekenis kan krijgen en in alle
seizoenen een aantrekkelijk aanbod kent. Het gaat dan bijvoorbeeld om een
strand, een boulevard en grootschalige projecten zoals een uitgaanscentrum, een
tropisch zwembad, horeca, hotels en een jachthaven. Een dergelijk omvangrijk
programma biedt wellicht de mogelijkheid om verschillende IJmeerveerdiensten te
exploiteren tussen Almere Pampus, Amsterdam, Muiden, Volendam en Marken.
|
Recreatie
als economische factor Door
bewoners wordt steeds meer waarde gehecht aan een stedelijke leefomgeving in
de nabijheid van hoogwaardige voorzieningen. De ontwikkeling van het IJmeer
tot Waterpark IJmeer voorziet in die behoefte en zal daarmee een belangrijke
vestigingsfactor voor de regio zijn. Dit geldt ook voor bedrijven: de
vestigingsvoorkeuren van werknemers zijn immers veelal bepalend voor de
vestiging van bedrijven. De aanwezigheid in de Noordvleugel
van een vrijetijdslandschap met de omvang en bijzondere kwaliteiten van het
IJmeer is dan ook een stimulerende factor voor de regionale economie. Recreatie is op nationaal niveau een
economische factor van belang: ·
Uitgavne dagtochten: 11,5 miljard
euro (stijging van 70% t.o.v. 1995/6). ·
Groei consumptieve bestedingen (178%
t.o.v. 1975). ·
Vrijetijdsindustrie draagt 6,4 % bij
aan de werkgelegenheid in Nederland. ·
Groei tussen 1993 en 2002 twee keer
zo sterk als de totale economie. |
3.
Het lange termijnperspectief van het IJmeer in ruime omgeving
In
zijn huidige staat kan het IJmeer het best worden omschreven als een instabiel
en daarom kwetsbaar systeem. Vraagstukken rond bijvoorbeeld verdere
verstedelijking in het gebied zijn eigenlijk onoplosbaar zolang niet allereerst
een benaderingswijze wordt gevonden die ervoor zorgt dat het IJmeer zich op
termijn kan ontwikkelen tot een dynamisch maar stabiel ecosysteem. De
ontwikkeling van een robuust ‘wetland’ lijkt een bindende voorwaarde voor
andere ontwikkelingsscenario’s met betrekking tot het gebied.
Alle
deelnemende partijen in de Verkenning IJmeer onderschrijven de prioriteit van
dit ecologisch perspectief. Hoewel de partijen uiteenlopende belangen
vertegenwoordigen, is er geen twijfel aan de noodzaak om de opgave IJmeer te
zien in het licht van de natuurontwikkeling die al zo’n grote rol speelde toen
Cornelis Lely zijn grootschalige nationale project rond de Zuiderzeewerken
aanvatte. Zij baseren zich daarbij op de sleutelpositie van het IJmeer in het
hart van een aaneengesloten natuurgebied met Europese betekenis. Waar het
IJmeer nu nog als de ‘weakest link’ in dit grootschalige complex beschouwd kan
worden, moet het in de nabije toekomst een essentiële buffer gaan vormen voor
de verankering van de ecologische, maar ook de economische en recreatieve
dynamiek van het complete gebied. Versterking van de rol van het IJmeer in de
omvangrijke groen-blauwe zone van de Noordvleugel biedt grote kansen voor de
natuurontwikkeling ter plaatse, maar voegt ook kracht aan het hele systeem toe.
Door het complex een grotere ecologische weerbaarheid te geven, zullen andere
ingrepen minder snel tot beschadiging leiden: de karakteristieke dynamiek van
een wetlandsysteem biedt voldoende tegenwicht voor nieuwe stedelijke
ontwikkelingen, intensivering van recreatieve functies etc.
De
grootschalige bouwopgave die de komende decennia in Almere moet worden
ingelost, oriënteert zich in het bijzonder op het IJmeer. Daardoor keert de
stad zich voor het eerst in zijn bestaan letterlijk met het gezicht naar
Amsterdam. Terwijl de samenhang tussen de twee steden toeneemt, zijn de
bouwactiviteiten aan de westzijde van Almere ook een ruimtelijk signaal van die
synergie. In het water van het IJmeer worden maritieme woon- en werkmilieus
gecreëerd die een unieke kwaliteit toevoegen aan de diversiteit van de
Noordvleugel. Noch in Amsterdam, noch in het huidige Almere zijn dergelijke
milieus tot nu toe beschikbaar.
De hier gepresenteerde visie is gekoppeld aan het grootste
schaalniveau en kiest voor een perspectief op lange termijn.
3.1 Het IJmeer/Markermeer: ecologische
mainport in het wetlandsysteem (2050)
Ecologische mainport
Het IJmeer en het Markermeer (68.000 ha.) vormen samen met
het open water van het IJsselmeer (108.000 ha.) de kern van een buitengewoon
omvangrijk natuurgebied, dat directe aansluiting heeft met een reeks
aangrenzende (natte) natuurgebieden. De belangrijkste daarvan zijn: Waterland
(1.000 ha.); Flevoland (Oostvaardersplassen/Middengebied/Horsterwold: 12.000
ha.); de randmeren (13.700 ha.); de Friese Meren (20.000 ha.);
Naardermeer/Vechtplassen (5.000 ha.) en Wieden/Weerribben (9.000 ha.). Een
simpele rekensom leert dat we hier dus spreken over een aaneengesloten, door
water gedomineerd natuurgebied met een totale oppervlakte van bijna 237.000 ha.
dat een volstrekt unieke plaats heeft op de groen-blauwe kaart van Europa.
Die
unieke positie is in 2050 stevig gegrondvest doordat in het IJmeer en het
Markermeer verschillende bestaande natuurwaarden zijn gewaarborgd, en vele
andere door middel van inrichtingsprojecten gerealiseerd. De diversiteit aan
landschapstypen en populaties is sterk gegroeid en als geheel is het ecosysteem
aanmerkelijk minder kwetsbaar geworden. Landschappelijk wordt het gebied
gekenmerkt door zijn enorme schaal, de grote open plassen omzoomd door brede
rietoevers en robuuste moerasgebieden en uitlopend in venen en open
weidegebieden. Het wetlandsysteem heeft een andere specifieke kwaliteit aan het
complex toegevoegd, namelijk de veranderlijkheid. Wetlands zijn per definitie dynamische
systemen die nieuwe invloeden absorberen en door aanpassing opvangen.
De oeverzones van het Markermeer en het IJmeer zijn helder,
met een doorzicht van 90-100 centimeter. Zij bieden daardoor een leefgebied aan
een rijke waterplantenvegetatie, die op zijn beurt gunstige omstandigheden
creëert voor de overleving van verschillende vis- en macrofaunagemeenschappen.
Zo zijn er uitgebreide zones ontstaan met fonteinkruiden en driehoeksmosselen.
Voor de kust van Noord-Holland is het slib vastgelegd en zijn er ondiepe,
waterluwe gebieden ontstaan met rijke watervegetaties. Het diepere open water
heeft door de toename van de driehoeksmosselen een doorzicht van 40-50
centimeter.
Het vogelbestand is uiterst gevarieerd. Trekvogels die van
de Noordpool oversteken naar de warmte van Afrika vinden in het IJmeer
/Markermeer een belangrijke ‘stepping stone’ (ecologische mainport) op hun
tocht. Daarnaast zijn er grote populaties vogels die een permanent leefgebied
in de wetlands hebben zoals roerdompen, nonnetjes,. Visarenden en visotters
kunnen naar hartelust jagen op allerlei soorten vis, terwijl in de
moerasgebieden en de vooroevers een uitstekend territorium voor de ringslang is
ontstaan. Aan de oevers van het Markermeer zijn al regelmatig edelherten
gesignaleerd.
Interactie met verstedelijking en recreatie
Gebleken is dat het wetlandsysteem in ruim veertig jaar tijd
zo stevig is geworden dat de extra verstedelijking die inmiddels aan de
zuidpunt van het IJmeer is gerealiseerd geen belemmering meer vormt voor de overleving
van het systeem. Naast de internationale (economische) mainport Schiphol
beschikt de dubbelstad Amsterdam-Almere met zijn 2 miljoen inwoners nu ook over
een ecologische mainport van internationale allure. Die verbindt de wereldstad
met de wereldnatuur en de wereldberoemde cultuurlandschappen in de nabije
omgeving van het IJmeer. Allerlei belevingswaarden zijn rond dit centrum
geconcentreerd: van superstedelijk tot overweldigend landschappelijk; van
optimaal ontsloten tot vrijwel ontoegankelijk; van haastige bedrijvigheid tot
bezonken rust; van cultuurhistorisch stadstoerisme tot oeverrecreatie. Vooral
in en rond het IJmeer is een levendige uitwisseling ontstaan tussen de
stedelijke cultuur en de natuur door middel van stranden, boulevards, eilanden,
uitkijktorens, botenverhuur, campings etcetera.
De natuurgebieden in en rond het IJmeer en het Markermeer
zijn niet achter hekken geplaatst, maar bepaalde delen zijn door een slimme
zonering beter voor recreanten toegankelijk en via voorzieningen voor hen aantrekkelijk
gemaakt dan andere. Met name op de noord-zuid as tussen het Groene Hart en het
Markermeer ligt het primaat bij de dieren. Daardoor is op verschillende
plaatsen de rust van de daar levende populaties gegarandeerd. Natuurliefhebbers
kunnen zich door de terreinbeheerder in deze gebieden rondleiden. Her en der
zijn er vogelspotplaatsen en ook vis- en vogelrestaurants. Op de as Amsterdam –
Almere (en dus het grootste deel van het IJmeer) ligt de nadruk juist op de
mogelijkheid tot recreatie.
Er zijn voldoende diepe delen gereserveerd voor de
waterrecreant, zodat met name de grote recreatievaart (zoals de ‘bruine vloot’)
via het IJmeer een onbelemmerde doorvaart is geboden van Muiden naar het
Markermeer. De kustzone tussen IJburg en Almere Poort en aansluitend de
randmeren combineert op een optimale manier de synergie tussen kleinschalig
water- en oevertoerisme en natuurontwikkeling.
De wetlands van het IJmeer en het Markermeer hebben kortom
zoveel ecologische kwaliteiten, dat ze zowel op regionale en landelijke schaal
als op de Europese kaart een ongeëvenaarde plaats innemen. De ecologische
mainport heeft bewezen een minstens zo vitale component te zijn voor de
ontwikkeling van de dubbelstad Amsterdam-Almere als de economische mainport
Schiphol. Het nationale project Zuiderzeewerken is er met dezelfde visie en
durf waarmee dit project ooit begon tot een apotheose gebracht. Daarin is nu
eens niet de keuze gemaakt tussen natuur en economie, of tussen de habitat van
de mens en die van flora en fauna, maar vervult de keuze voor
natuurontwikkeling alle noodzakelijke voorwaarden voor een voorspoedige
interactie tussen natuur én mens; de ecologische én de economische habitat. In
het hele proces van ontwikkeling van de ecologische mainport is vanaf 2005 bovendien
met glans voldaan aan de VHR-doelen.
3.2 Het IJmeer: Waterpark van de Noordvleugel
(2030)
Uniek recreatiegebied in de Noordvleugel
Het IJmeer neemt een bijzondere plaats in binnen de
variëteit aan landschappen van de Noordvleugel van de Deltametropool. Naast
Waterland, Amstelland, de Vechtplassen en de Noordzeekust met zijn
duinengebied, kenmerkt het IJmeer zich als een uitgestrekt open watergebied dat
bovendien onderdeel uitmaakt van het grotere waterstelsel gevormd door het
IJsselmeer en de randmeren. Zelfs op Europese schaal is een zo groot binnenmeer
in de directe nabijheid van een stedelijk gebied een unieke kwaliteit, waarin
zowel de rust en ruimte en de verschillende waardevolle natuurgebieden een rol
spelen, als de cultuurhistorische en recreatieve elementen langs de oevers.
De beleving van de openheid is een buitengewoon waardevol
kenmerk van het IJmeer. Zeker nu verdichting ervoor zorgt dat openheid in de
Deltametropool een schaars goed is geworden. Toch is rond 2030 ook de openheid
van het IJmeer betrekkelijk. De aanleg van de tweede fase van IJburg heeft
ervoor gezorgd dat de afstand tussen de kop van Almere Pampus en IJburg is
teruggebracht van 8 tot 6 kilometer. De bebouwing van IJburg en ook de
(hoog)bouw in Almere Poort en Pampus bepalen de skyline langs het water en
beide delen van de dubbelstad Amsterdam-Almere zijn verbonden door middel van
een goed ingepaste verbinding. Het IJmeer is in de beleving een
binnenstedelijke baai geworden.
De enorme maat van het Markermeer, de luchten en de
profielen van de historische Zuiderzeestadjes bepalen het beeld op de
noord-zuid as. Langs deze as concentreren zich de grote ecologische (vogeltrek)
en recreatieve bewegingen (zeiljachten en bruine vloot). Oeverontwikkeling,
inpassing en vormgeving van een IJsselmeerverbinding en andere buitendijkse
ontwikkelingen zijn alleen bespreekbaar wanneer zij geen inbreuk maken op deze
gevoelige ruimtelijke condities.
Als Waterpark biedt het IJmeer de volgende faciliteiten:
·
watersportgebied voor de 1,5 miljoen
inwoners van de Noordvleugel;
·
Almere Pampus als maritiem centrum;
·
ruimte voor zeilers, surfers en bruine
vloot;
·
stranden, boulevards, fietsroutes en
toegankelijke oeverzones;
·
schakel in de vaarroutes naar en vanuit
het Groene Hart, de randmeren en Amsterdam.
Contrasten en zonering: de randen van het IJmeer
Het IJmeer is in staat een veelheid aan schijnbaar strijdige
gebruiksfuncties in zich op te nemen. De grote maat van het IJmeer (7.000 ha.)
en een totale oeverlengte van minimaal 60 kilometer vormen twee belangrijke
verklaringen voor dit absorbtievermogen. Daarnaast kent het Waterpark IJmeer
van nature de polariteit tussen stedelijkheid en drukte in Amsterdam en Almere
tegenover rust en cultuurhistorie van Waterland en de Muidense kust.
Rond het IJmeer liggen drie onderscheiden ‘landschappen’ die
samen het karakter van het Waterpark bepalen:
·
Hoewel het ‘landschap’ Amsterdam niet
direct aan het IJmeer grenst, oefent het een belangrijke invloed uit op het
gebruik van het IJmeer, in het bijzonder daar waar het gaat om (inter)nationaal
toerisme;
·
Voor zowel Waterland als Muiderland
geldt dat vooral het behoud van de authenticiteit van deze gebieden een
belangrijke bijdrage levert aan de kwaliteit van het Waterpark IJmeer. Alleen
kleinschalige ingrepen die tot doel hebben de toegankelijkheid en
gebruikswaarde van de waterkant te verbeteren zijn mogelijk, met name in de
zone IJburg-Muiden. Het voormalige KNSF-terrein vervult een voorname rol door
te voorzien in de gestegen recreatieve behoefte. De realisatie van woonmilieus
aan of in de directe nabijheid van het water (zoals IJburg en Almere Pampus)
veroorzaken een aanzienlijke groei van de ‘kleine’ watersport. Dat vraagt
voorzieningen. De aanleg van kleine eilandjes voor de kust zorgt voor beschut
en veilig vaarwater terwijl zij ook nieuwe vaardoelen aanbieden.
·
Het meest ingrijpend veranderde
landschap ontstaat in Almere. Daar wordt een nieuwe stedelijke kustlijn
gerealiseerd met een programma dat op het water georiënteerd is en dat een
(minimaal) regionale betekenis heeft. Het moderne hoogstedelijke stadsgezicht
wordt bepaald door een boulevard, jachthavens, hoogwaardige voorzieningen voor
groeps- en massatoerisme, hotels, sportvoorzieningen, vervoer over water en
mogelijkheden voor winterrecreatie.
Het Waterpark IJmeer biedt op deze manier een breed en
attractief scala aan belevingswaarden, landschappen en functies. Drukke en
stille gebieden wisselen elkaar af; stedelijkheid en natuur zijn elkaars
directe buren; besloten omgevingen liggen er naast open ruimten; oude en nieuwe
landschappen zijn al evenzeer met elkaar verweven als de historische en moderne
culturen langs de oevers. Het gebied is geschikt voor alle allerlei vormen van
recreatief gebruik: varen, wandelen, fietsen, zonnen, zwemmen etcetera.
|
de
verschillende INTEGRALE ontwikkelingsstrategieën per oever Waterland: behoedzame
strategie: accent op beleving natuur, rust en ruimte, cultuur: ·
ontwikkeling fijnmazig routesysteem ·
toevoegen enkele recreatiedoelen ·
ontwikkeling netwerk van
moeraselementen binnen veenweidecomplex door ontpoldering enkele
droogmakerijen Muiderland: paar
interventies: mix tussen beleving natuur, cultuur, waterpret: ·
ontwikkeling doorgaande oostwest
wandel- en fietsroutes + koppeling met achterland (natuurboulevard) ·
ontwikkeling natuureilanden,
recreatie-eilanden (vaardoelen) en luwtedammen ·
uitbreiding jachthaven Muiden ·
waterattractie IJburg Almere:
ontwikkelingsstrategie kustzone: mix tussen beleving waterpret, ruimte en
stedelijke attracties: ·
aanleg stranden, ontwikkeling
jachthavens Poort en Pampus ·
waterattractie Pampus, waterfronten
Poort en Haven ·
ontwikkeling ‘scenic’ kustroute en
koppeling kust – stad |
4. De
eerste stap naar ontwikkeling
Het voorgaande hoofdstuk schetste het toekomstbeeld van de
samenwerkende IJmeerpartijen. De vraag is nu hoe dit perspectief gerealiseerd
kan worden. Ofwel: hoe kan de visie tot aan 2030 worden geoperationaliseerd?
Gezien de schaal, omvang, betekenis en complexiteit van de opgave is de
medewerking van het rijk onontbeerlijk.
Het rijk neemt medio 2006 richtinggevende besluiten over de
ontwikkeling van de Noordvleugel en daarmee de toekomst van het IJmeer.
Belangrijke dossiers zoals de Planstudie Schiphol – Almere, de maatregelen voor
slib en waterveiligheid en de beheermaatregelen voor IJmeer/Markermeer in het
kader van de VHR en de KRW zijn nog volop onder constructie.
In die context wordt hier een aantal principes geformuleerd
die naar de mening van de regionale partijen van doorslaggevend belang zijn
voor het vervolgtraject. Deze principes hebben betrekking op de bandbreedte van
de oplossingsrichting (hoofdstuk 4), de te volgen ontwikkelings- en
financieringsstrategie en het omgaan met de VHR en de KRW (hoofdstuk 5).
Het
is op dit moment niet opportuun om binnen de Verkenning IJmeer harde uitspraken
en maatregelenpakketten te formuleren. Deze kunnen en moeten in samenspraak met
de rijkspartijen worden opgesteld.
4.1 De koppeling van de rood-grijze en
groen-blauwe schaalsprong
De opgave is het IJmeer te ontwikkelen tot een Waterpark van
de Noordvleugel als onderdeel van het aaneengesloten wetlandsysteem rondom het
Markermeer. De uitdaging is daarom het IJmeer te ontwikkelen tot (deel van) een
zo krachtig en robuust ecologisch systeem dat daarbinnen intensievere vormen
van verstedelijking, infrastructuur en recreatie kunnen worden verdragen. Hier
ligt de essentie van de visie waarvoor de acht deelnemende regionale partijen
zich sterk willen maken: de rood-grijze schaalsprong in de Noordvleugel kan
alleen in samenhang met een groen-blauwe schaalsprong worden gerealiseerd. De
twee ambities zijn voorwaardelijk met elkaar verbonden.
De inrichting van het IJmeer is een bijzondere opgave omdat
de functies in het IJmeer niet zonder elkaar kunnen.
Enerzijds zijn door de betekenis van het IJmeer in het kader
van de Vogel- en Habitatrichtlijn maatregelen in het IJmeer ten behoeve van
verstedelijking en infrastructuur alleen juridisch toelaatbaar wanneer zij de
waarde van het gebied niet aantasten. Dat is dus alleen mogelijk als zij
samengaan met forse investeringen in de natuurkwaliteit.
Anderzijds vragen ook de (teruglopende) natuurkwaliteiten
van het IJmeer om inrichtingsmaatregelen van een omvang die mogelijk niet
betaalbaar zijn zonder economische dragers in de vorm van investeringen in
woningbouw, werkfuncties, recreatieve voorzieningen en grondstofwinning. Een
dergelijke koppeling bestaat ook ten aanzien van infrastructuur:
verstedelijking is alleen haalbaar (privaat financierbaar) met een goede
ontsluiting, terwijl een nieuwe IJmeerverbinding alleen haalbaar (publiek
financierbaar) is in combinatie met een hoogwaardige vastgoedontwikkeling in
hoge dichtheden.
De uitwerking ontvouwt met welke combinaties van maatregelen
een duurzame kwaliteit kan worden bereikt, die aan de Europese regelgeving kan
voldoen en tevens tegemoet komt aan de belangen van de verschillende sectoren.
Door de combinatie van stedelijke druk, natuur- en wateropgave worden
bestuurskracht, inventiviteit en investeringsvolume gegenereerd. Hierdoor zal
er voldoende aandrang zijn tot het vinden onconventionele, maar effectieve
oplossingen en zal er een aanzuigende werking zijn op private en publieke
investeerders.
4.2 Uitwerking groen-blauwe schaalsprong
Uitgangspunten
Voorwaarden om tot een robuust samenhangend wetlandsysteem
te komen zijn:
·
Behoud van de openheid van de
waterplassen. Hierbij gaat het om de functionele openheid vanuit het
perspectief van de vogels en om de openheid die de mens beleeft (natuur/rust);
·
Realisatie van grootschalige nieuwe
binnendijkse moerasgebieden binnen het wetlandsysteem waardoor de ecologische
relaties tussen de onderdelen worden versterkt;
·
Locaal uitbreiden van de rust- en
ruigebieden. Vooral de golfluwe delen van het IJmeer/Markermeer blijken nu een
belangrijke rol te vervullen terwijl ze elders (in de nabijheid van goede
voedselbronnen) ontbreken. Door deze gebieden voldoende groot te maken kunnen
ze ook als beschutte vaarverbinding voor kleine boten worden gebruikt;
·
Voorkomen van nieuwe en verzachten van
bestaande barričres tussen het open water en de in de nabijheid gelegen andere
wetlandsysteemdelen door middel van natuurlijke oeverzones en vooroevers;
·
(Locaal) versterken van de
voedselbeschikbaarheid (verbeteren doorzicht);
·
Zonering van menselijke activiteit,
zoals recreatie en visserij, en rustgebieden op de schaal van het IJsselmeer,
waarbij een logisch ordeningsprincipe geldt: recreatie bij de steden en rust op
de verder van de stad gelegen delen;
·
Zo veel mogelijk herstel van het
natuurlijk peilbeheer.
Dit alles kan betekenen dat de groene en blauwe
investeringen vooral gerealiseerd worden op andere plekken dan in het IJmeer
zelf. Versterking van de ecologie in het gehele wetlandsysteem maakt het geheel
zo robuust dat soorten en habitats elders gedijen en een duurzame gunstige
staat van instandhouding gegarandeerd is. Daardoor ontstaat veel meer ruimte
voor overige ontwikkelingen in het IJmeer.
Drie niveaus van maatregelen
De groen-blauwe schaalsprong kent voor het IJmeer/Markermeer
drie niveaus van maatregelen. Van hoog (Markermeer e.o.) naar laag (randen
IJmeer) betreft het de volgende pakketten van ingrepen:
·
Ontwikkeling
van aaneengesloten binnendijkse wetlands in en rondom Markermeer/IJmeer
Doel is de
versterking van de positie van het IJmeer in het te ontwikkelen wetlandsysteem.
De nabij het IJmeer/Markermeer liggende binnendijkse onderdelen van het wetland
moeten hiertoe worden versterkt. Te denken valt aan extra moerasnatuur in het
middengebied van Flevoland (bovenop de reeds geplande 1.000 ha robuuste
verbinding), ontpolderen van een paar droogmakerijen in Waterland en de aanleg
van moeras in de Vechtzone. De wetlandopgave in en rondom het IJmeer/Markermeer
is (gebaseerd op experts: van Eerden, Vera, Wassen) gesteld op zo’n 3.000 ha
nieuwe natuur.
·
Verbetering
van het watersysteem van het IJmeer en Markermeer.
Op de korte termijn
is dit de meest urgente maatregel. Het betreft de verbetering van de
waterkwaliteit (beter doorzicht in delen van het systeem) in combinatie met
maatregelen voor waterveiligheid. Er wordt ingezet op alternatieve kustverdediging
(golfbrekers, strekdammen, eilanden, etc). Dit vraagt nog nadere studie naar de
effecten en het beheer! Deze hydrologische maatregelen zullen in het
buitendijkse gebied een positief effect
hebben op de aanwezige natuurkwaliteit. Hierbij wordt gedacht aan het
afschermen van de ondiepe delen gecombineerd met het afdekken van
erosiegevoelige gebieden. De zoeklocatie hierbij is de kustzone van
Noord-Holland. Lokaal en tijdelijk kunnen diepe putten hierbij als aanvullende
maatregel worden ingezet.
·
Verbetering
van de ecologische kwaliteit van de randen van het IJmeer
Het IJmeer kan worden beschouwd als blauwe scheg van Almere
Amsterdam, maar ook als blauwe schakel tussen Waterland, Vechtstreek en
Oostvaardersplassen. Hier past een natuur die zich laat combineren met de
recreatieve functie van het IJmeer. In concreto betekent dit de aanleg van
luwtegebieden, vooroevers, hard substraat, verontdiepingen, strandjes en
eilanden in de (diepere) kustzones van Almere, Muiden en bij IJburg. Deze
verbetering is gericht op behoud van het gebied als ecologische functionele schakel in de landelijke natte as en
niet als zelfstandig leefgebied.
|
Gebieden |
Doelen |
Mogelijke maatregelen |
|
In en om Markermeer |
Aaneengesloten,
grootschalige wetlandgebieden |
·
Middengebied Flevoland ·
Ontpoldering
Waterland ·
Ext. Beheer
Noordpolder |
|
Markermeer
(buitendijks) |
Delen slibvrij
i.c.m. waterveiligheid |
·
Luwtegebieden in
kustzone Edam-Hoorn ·
Slibputten
Flevolandse kust |
|
IJmeer |
Multifunctionele
oevers |
·
Eilanden Muiden ·
Golfbreker Almere
Poort ·
Ecorand Almere
Pampus |
4.3 Uitwerking rood-grijze schaalsprong
Uitgangspunten
Het eindbeeld voor de rood-grijze schaalsprong is een
dubbelstad Amsterdam-Almere rondom het IJmeer. De grootste transformatie zal
plaatsvinden in Almere. Almere wordt uiteindelijk een grote stad met meer dan
400.000 inwoners. Een stad die zich onderscheidt van andere steden door de vele
recreatiemogelijkheden in het groen en bij de waterfronten. Een stad met een
rijk palet aan woon- en werkmilieus met een globale ordening. De bestaande
suburbane milieus zullen worden aangevuld met meer stedelijke maritieme milieus
aan de westzijde van de stad (Almere Poort en Pampus) en lommerijke groene
milieus aan de oostzijde (Almere Hout en mogelijk Spiegelhout).
De dubbelsteden Amsterdam en Almere zijn optimaal met elkaar
verknoopt: via de Hollandse Brug (A6/A9), maar ook via een IJmeerverbinding. De
IJmeerverbinding is dus gerelateerd aan de schaalsprong van Almere (en niet
alleen aan Almere Pampus).
De eerste stap tot 2030
In de periode tot 2030 wordt een eerste stap gezet in de
schaalsprong van Almere. Voor deze planperiode gelden de uitgangspunten zoals
die bestuurlijk zijn vastgelegd in de Noordvleugel (‘Van Zuidwest naar Almere’) en ambtelijk in het Integraal
Ontwikkelingsplan Almere (‘Almere:
stedelijk west + landschappelijk oost’).
De verstedelijkingsopgave concentreert zich op de as
Schiphol – Amsterdam – Almere. Dit betekent een bundeling van investeringen op
het gebied van infrastructuur en woon- en werklocaties. Het grootste deel van
de woningbouw in de Noordvleugel (150.000 woningen tussen 2010 en 2030) wordt
op de as gebouwd (50.000 woningen in Amsterdam, 29.000 woningen in de
Haarlemmermeer/ Bollenstreek en tenminste 45.000 woningen in Almere).
De discussie met betrekking tot het IJmeer spitst zich tot
2030 met name toe op de mate van verstedelijking in Almere Pampus (in relatie
tot de verstedelijkingsopgave aan de oostzijde van de stad) en het al of niet
aanleggen van een IJmeerverbinding.
Verstedelijkingsopties
Voor de verstedelijkingsopgave van Almere Pampus zijn er tot
2030 drie modellen denkbaar:
·
Almere
Pampus ‘Tot op de dijk’
De waterkering is de
grens van de bebouwing. De grenszone met het water wordt bebouwd in hoge
dichtheden. In deze variant kunnen ongeveer 10.000 – 15.000 woningen in Almere
Pampus worden gebouwd. Er is derhalve een zoekopgave voor 30.000 – 35.000
woningen elders of aan de oostkant van Almere met alle consequenties van dien.
Er is twijfel of dit model voldoende draagvlak voor een IJmeerverbinding
oplevert. Het verkeer wordt in dat geval ‘over land’ afgewikkeld naar de A6 en
de Flevolijn, maar ook via de A27, de A1 (door het Gooi) en de eventuele
raillijn naar Utrecht.
·
Almere
Pampus ‘Beperkt buitendijks’
Er wordt een klein
eiland (ca 400 ha.) aangelegd, waarop 5.000 – 10.000 woningen kunnen worden
gebouwd. Opgeteld bij de 10.000 – 15.000 woningen binnendijks komt het totaal
dus op 15.000 – 20.000 woningen in Almere Pampus. Er resteert in dit model nog
een zoekopgave voor 20.000 – 30.000 woningen elders of aan de oostkant van
Almere.
Mogelijk is er wčl voldoende draagvlak
voor een railverbinding in de ontsluiting van de andere delen van Almere (groot
oost) met een doorkoppeling naar Amersfoort/Utrecht en de doorkoppeling van
Almere via IJburg, Zuidoost naar Schiphol. Deze variant levert naar alle
waarschijnlijkheid voldoende draagvlak voor een IJmeerverbinding. Deze kan nog
vele vormen aannemen (brug, tunnel, brugtunnel).Voor de IJmeerverbinding zijn
twee opties denkbaar:
·
Een treinverbinding als alternatief
voor een spoorverdubbeling van de Flevolijn na aanleg van de Hanzelijn (en een
doorgetrokken Zuiderzeelijn)
·
Een autoverbinding (2x2 regionale weg)
en HOV-busverbinding naar Amsterdam (aansluitend op Zuidtangent)
·
Almere
Pampus ‘Groot buitendijks’
Er worden grote eilanden (ca. 700 ha.) aangelegd, waarop in
verschillende dichtheden 15.000 – 20.000 woningen kunnen worden gebouwd.
Opgeteld bij de 10.000 – 15.000 woningen binnendijks komt het totaal dus op
25.000 – 30.000 woningen. Uitgaande van een uiteindelijke schaalsprong van
Almere is er naar alle waarschijnlijkheid voldoende draagvlak voor
IJmeerwegverbinding (2x2, regionale weg) en een IJmeerrailverbinding. Deze kan
nog vele vormen aannemen (brug, tunnel, brugtunnel).
|
|
Woningbouwopgave
Almere 2010 – 2030: 45.000 woningen |
|||
|
|
Woningaantal
Almere Pampus |
Resterende
opgave in Almere |
||
|
|
Binnendijks |
Buitendijks |
Totaal |
|
|
Tot op de dijk |
10.000 – 15.000 |
0 |
10.000 – 15.000 |
30.000 – 35.000 |
|
Beperkt buitendijks |
10.000 – 15.000 |
5.000 – 10.000 |
15.000 - 25.000 |
20.000 -
30.000 |
|
Groot buitendijks |
10.000 – 15.000 |
15.000 – 20.000 |
25.000 – 35.000 |
10.000 – 20.000 |
4.4 Integratie groen-blauw en rood-grijs
Uitgangspunten
Uit de ambitieniveaus voor ecologie en water (4.2), de
denkmodellen voor verstedelijking en infrastructuur (4.3) kan voor de
planperiode tot 2030 een aantal integrale ontwikkelingsmodellen voor het IJmeer
worden geconstrueerd.
Deze ontwikkelingsmodellen dienen als eerste stap in de
ontwikkeling van het IJmeer als onderdeel van de ecologische mainport in het
wetlandsysteem (3.1) en het IJmeer als Waterpark van de Noordvleugel (3.2).
Uitgangspunt bij alle modellen is het in evenwicht
samengaan van een ecologische schaalsprong met een stedelijke schaalsprong. De
robuustheid van het ecologische en watersysteem bepaalt de ontwikkelingsruimte
voor rood en grijs. Daarnaast geldt als uitgangspunt dat alle modellen
financieel en juridische haalbaar zijn, volgens de nu bekende inzichten en dat
de modellen bovendien faseerbaar zijn.
Programma
Als input voor ŕlle
modellen geldt daarnaast het volgende programma (2010-2030):
·
Een schaalsprong van Almere van
tenminste 45.000 woningen;
·
Toevoegen van nieuwe woon-werkmilieus
(stedelijk čn landelijk) in Almere;
·
Een primair westelijke
(stedelijk/maritieme) oriëntatie van Almere;
·
Een substantiële verbetering van de
vervoercapaciteit tussen Almere en Amsterdam voor zowel OV als weg (naast de
planstudie Haarlemmermeer – Almere);
·
Het handhaven van de openheid van het
IJmeer;
·
Het handhaven van een basisniveau
‘water en ecologie’ in het IJmeer en Markermeer op grond van de VHR en KRW;
·
Een ontwikkeling van wetlands en
overgangszones land-water;
·
Een verbetering van de recreatieve
mogelijkheden van het Waterpark IJmeer.
Denkmodellen
In theorie kunnen er vier denkmodellen worden geconstrueerd.
De varianten onderscheiden zich in investeringsniveau, omgevingseffecten,
complexiteit, maar ook in maatschappelijk rendement en vooral in de mate van
koppeling tussen de groen-blauwe en rood-grijze maatregelen. Vandaar de
benaming “XSMALL, SMALL, MEDIUM en LARGE”.
De denkmodellen zijn
samengesteld op basis van verzamelde expertise uit de Verkenning IJmeer,
gecombineerd met de bevindingen van het Atelier IJmeer en de Verkenning
Regionale IJmeerverbinding. Met nadruk moet worden gesteld dat het gaat om
(ambtelijke) denkmodellen, gebaseerd op de laatste stand van denken. Ze
ambiëren structuur aan te brengen in afhankelijkheden. Definitieve uitkomsten
van de VRIJ worden pas in het voorjaar van 2006 verwacht. De modellen moeten
daarom met enige ‘lenigheid’ worden beschouwd!
BOX met toelichting/omschrijven modellen
Model XSMALL(=Autonoom)
Almere is een uitgestrekte suburbane stad in de polder.
Almere Pampus is een rustig groen woonmilieu met 5.000 tot 10.000 woningen achter
de dijk. In Pampushaven is een jachthaven met enkele horecavoorzieningen. Het
zwaartepunt van de Almeerse verstedelijkingsopgave ligt (als Almere akkoord
gaat met aan schaalsprong bij dit model) aan de oostzijde van de stad in Almere
Hout en Spiegelhout. Hier zal voor ongeveer 35.000 woningen een plek moeten
worden gevonden. Gekoppeld aan de oostelijke opgave is in het zuidelijk- en
middendeel van Flevoland grootschalig bos aangeplant en water gegraven. Dit
nieuwe landschap dient als decor voor diverse woon-, werk- en recratievormen en
heeft vooral betekenis als grootschalig ecologisch kerngebied in
Midden-Nederland.
Almere is door zijn uitgestrekte karakter een echte
autostad. De capaciteit van de A6, de A27 en de A1 (ook door het Gooi) is fors
vergroot. De doorgetrokken A30 zorgt voor een optimale verbinding naar Oost- en
Zuid-Nederland. De Flevospoorlijn is verdubbeld en er is een nieuwe
(light)raillijn naar Utrecht/Amersfoort.
Model Small
Dit denkmodel lijkt in veel opzichten op model XS, ware het
niet dat Almere Pampus is ontwikkeld tot een stadswijk aan het IJmeer,
met 10.000 tot 15.000 woningen. Door het maaiveld binnendijks te verhogen tot
aan de waterkering is Almere Pampus optimaal verbonden met het water.
De kustlijn van het IJmeer is tussen Almere Poort en Pampushaven
getransformeerd naar een boulevard met een veelheid aan stedelijke en
recreatieve voorzieningen, maar ook met stranden (met luwtedammen/-eilanden) en
natuurlijke overgangen tussen land en water. De oeverlijn is dus verzacht.
Ook in dit model ligt het zwaartepunt van de verstedelijking
aan de oostzijde van Almere, met alle landschappelijke en infrastructurele
investeringen (zoals genoemd in model XS). Vanuit het verstedelijkingsconcept
van Almere en de hoeveelheid programma in Almere Pampus is er naar alle
waarschijnlijkheid onvoldoende ‘vlees’ voor een verbinding door het IJmeer. De
ontsluiting Almere Pampus gaat dus binnendoor naar de Hollandse Brug en met
busbanen/HOV naar station Almere Poort en Almere Centrum. Dit vraagt om grote
aanpassingen van de bestaande infrastructuur (Hoge Ring, A6 en Flevospoorlijn).
Model Medium
De verstedelijkingsopgave van Almere is evenwichtig gespreid
over de west- en de oostkant van de stad. In Almere Pampus is binnen- en
buitendijks (ca 400 ha) een stedelijk gebied ontwikkeld met 15.000 – 25.000
woningen vermengd met stedelijke, recreatieve en maritieme voorzieningen. Aan
de oostkant van de stad is Almere Hout ontwikkeld tot een lommerrijk gebied met
zo’n 15.000 woningen in lagere dichtheden.
Almere is op twee manieren verbonden met Amsterdam: via de
Hollandse Brug en via een IJmeerverbinding. De aard van de verbinding (rail of
weg) en de vorm (brug, tunnel, brugtunnel) is na intensief landschappelijk
onderzoek en kostenbatenanalyses bepaald.
Rond Almere Pampus is de harde kustlijn getransformeerd tot
een breed overgangsmilieu met een veelheid aan overgangen tussen land en water,
strekdammen, putten, ondieptes, enzovoorts. De buitendijkse ontwikkeling ter
hoogte van Pampushaven heeft mede geleid tot forse ecologische en
waterhuishoudkundige investeringen binnen de speciale beschermingszone
IJmeer/Markermeer. Op diverse plekken langs de Noordhollandse kust zijn luwe
zones ontstaan met helder water en een rijke onderwatervegetatie. Hier zijn de
nieuwe vogelhotspots ontstaan. De benodigde luwtedammen spelen een belangrijke
rol in de kustverdediging čn als recreatief vaardoel.
Model LARGE
Het zwaartepunt van Almere ligt aan de westzijde van de
stad. In Almere Pampus is een gevarieerd stedelijk gebied ontwikkeld met 25.000
tot 30.000 woningen en een veelheid aan stedelijke, recreatieve en maritieme
voorzieningen. Het te realiseren programma in Pampus en de rest van de Almere
levert voldoende draagvlak op voor een IJmeerverbinding. De IJmeerlijn (weg en
lightrail) vormt een directe verbinding tussen Almere en de economische centra
van Amsterdam. Het LARGE-model kan worden beschouwd als een overtreffende trap
van het MEDIUM-model: er is een relatief grote buitendijkse ontwikkeling (700
ha), er is meer stedelijk programma, er zijn meer voorzieningen en er zijn dus
ook meer investeringen in groen en water. Bovenop de maatregelen zoals genoemd
in het MEDIUM-model zullen ook de binnendijkse gebieden rondom het IJmeer
worden aangepakt. Het moerassysteem in het Middengebied van Flevoland is
versterkt, enkele droogmakerijen in Waterland zijn onder water gezet en ook de
koppeling tussen de Vechtstreek en het IJmeer is verbeterd. Aldus is er in en
rond het Markermeer/IJmeer een solide blauw-groen raamwerk ontstaan, met een
ecologische meerwaarde ten opzichte van de situatie in 2005.
4.5 Afweging en keuzes
Autonome
ontwikkeling (Model XSMALL): Afgewezen!
Het model XS voldoet op minimale wijze aan de uitgangspunten
en aan het programma. Er is geen sprake van een westelijke oriëntatie, er
worden geen stedelijke milieus aan Almere toegevoegd en nog belangrijker, er is
vanuit dit verstedelijkingsmodel geen enkele noodzaak om vanuit de Almeerse
opgave te investeren in het IJmeer. In de autonome situatie zal op termijn
minimaal worden voldaan aan de instandhoudingsdoelen. Almere Pampus is als luw,
groen woonmilieu voltooid en kan dus niet als eerste stap dienen in een verdere
fasering.
Model Small: Afgewezen!
De SMALL-variant
scoort iets beter dan het autonome model maar draagt ook weinig bij aan het
bereiken van het ecologisch wensbeeld. De interactie tussen verstedelijking en
natuurontwikkeling spitst zich toe op de randen van het IJmeer. De recreatieve
en ecologische betekenis van de randen van het IJmeer zullen op lokaal niveau
toenemen. De ecologische kwaliteiten op systeemniveau (IJmeer/Markermeer)
zullen naar verwachting niet toenemen, door de onbalans tussen de fors
toegenomen recreatieve druk op het IJmeer enerzijds en de geringe investeringen
in het IJmeer/Markermeer. Het model vraagt dermate grote voorinvesteringen
(ophogingen, aanpassing bestaande kustlijn) en kent een dusdanig specifieke
stedenbouwkundige opzet, dat het niet als eerste stap kan dienen voor een
verdere (buitendijkse) doorgroei. Door het ontbreken van een
doorgroeimogelijkheid, het geringe stedelijke programma, de marginale spin-off
op de natuurontwikkeling en de problematische bereikbaarheid verdient dit model
niet de voorkeur..
Model MEDIUM: Optie of eerste stap?
De MEDIUM-variant voldoet aan veel uitgangspunten: er is een
heldere koppeling tussen de ecologische schaalsprong en de stedelijke
schaalsprong en er wordt een bijdrage geleverd aan de realisatie van het
IJmeer/Markermeer wetland. Het model genereert voor het Waterpark IJmeer veel
recreatiemogelijkheden. Het model is goed faseerbaar (start binnendijks dan
buitendijks) en kan zelf ook dienen als tussenstap naar een eventueel
LARGE-model. Het model kent ten opzichte van het SMALL-model grotere risico’s
ten aanzien van draagvlak, VHR en financiën.
De MEDIUM-variant
lijkt ogenschijnlijk ideaal omdat er minder wordt aangetast, maar scoort toch
minder positief dan de LARGE–variant,
omdat de bijdrage aan het bereiken van het ecologisch wensbeeld lager uitvalt.
Dit beeld wordt gunstiger wanneer in deze variant ook 1000 ha.
wetlandontwikkeling wordt opgenomen.
Model LARGE: Voorkeur?!
De samenwerkende IJmeerpartijen kiezen uitdrukkelijk voor
het perspectief van een Waterpark IJmeer binnen het wetlandsysteem van het
IJmeer/Markermeer (zie hoofdstuk 3). Zowel de groen-blauwe schaalsprong als de
uiteindelijke rood-grijze schaalsprong van Almere kennen een zeer lange
uitvoeringstijd (>50 jaar). Tot 2030 dient een eerste stap te worden gezet
om dit perspectief gestalte te geven. De samenwerkende partijen van de
Verkenning IJmeer hebben de meeste verwachtingen van het LARGE-model, dat wil
zeggen een ecologische schaalsprong op het niveau Markermeer/IJmeer, in
combinatie met een stedelijke schaalsprong aan/in het IJmeer. Dat is zeer
ambitieus en ook riskant, maar dient de gestelde doelen het meest.
Van
MEDIUM naar
LARGE
Het LARGE-model
kan worden gezien als een eindbeeld voor de westkant van Almere. Dit eindbeeld
kan in één keer worden bereikt via één Masterplan, maar kan ook in stappen
worden gerealiseerd. Zo kan er in de tijd worden ‘geschaakt’ door bijvoorbeeld
te starten met het model MEDIUM dat
op termijn kan doorgroeien naar LARGE.
Cruciaal bij een dergelijke aanpak is het anticiperen op mogelijke
vervolgstappen en (dus) het reserveren van tracés en gronden. Een en ander
dient in een vervolgfase nader te worden uitgewerkt. Buitendijks bouwen is in
model MEDIUM en LARGE gekoppeld aan toenemende investeringen in groen-blauw
(onder andere in verband met de VHR). Het lijkt er echter niet op dat de investeringsruimte
ook toeneemt met een toenemend aantal huizen buitendijks (buitendijks bouwen is
veel duurder). De financiële risico’s van LARGE
zijn daarmee ook het grootst.
Na
het bepalen van de gezamenlijke ambitie zal ten aanzien van het voorkeursscenario
zal in een vervolgfase door rijk en regio tezamen nadrukkelijk gekeken moeten
worden naar een optimalisatie van het model, naar de kosten-baten analyses, de
te volgen ontwikkelingsroute en de onzekerheden met betrekking tot tussentijdse
ijking, maatschappelijk draagvlak, enzovoorts.
In een samen met het Rijk uit te voeren vervolgfase dient
nadrukkelijk aandacht te worden gegeven aan een gedegen analyse van de risico’s
en de mogelijkheid tot risicobeperking (financieel, juridisch, draagvlak). De
regionale partners willen in dit proces graag de regierol op zich nemen.
5. Op
weg naar de uitvoering
5.1 Wet- en regelgeving
|
De
rol van Europa Met name de (Europese)
regelgeving op het gebied van milieu is kaderstellend. Deze regelgeving heeft
betrekking op: ·
Geluid- en luchtkwaliteit; ·
Bescherming van natuurgebieden
(Vogel- en Habitatrichtlijn en Natura 2000); ·
Waterkwaliteit en -kwantiteit
(Kaderrichtlijn Water). NB: er wordt in dit stuk niet
nader ingegaan op geluid- en luchtkwaliteit. De rol van Europa beperkt zich
(gelukkig) niet alleen tot normeringen. Ze is van belang als medefinancier
van structuurversterkende opgaven. |
Aanwijzingsbesluit Vogel- en Habitatrichtlijn: Natura 2000
(Min. LNV)
De
Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn verplichten tot het aanwijzen van
speciale beschermingszones (SBZ) die samen het Europees ecologisch netwerk
Natura 2000 moeten gaan vormen. Met de definitieve en hernieuwde aanwijzingen
wordt aanvang 2006 begonnen. De (gewijzigde) Natuurbeschermingswet die op 1
oktober 2005 in werking is getreden, biedt daarvoor het wettelijk kader. Bij
hernieuwde aanwijzingen zullen overlappende Habitat- en Vogelrichtlijngebieden
in veel gevallen worden samengevoegd tot één Natura 2000-gebied. Het natte deel
van het IJsselmeergebied kent nu 12 vogelrichtlijngebieden en 4
habitatrichtlijngebieden. Dit aantal zal conform de voornemens worden
teruggebracht tot 6 Natura 2000-gebieden.
De Natuurbeschermingswet kent ook Natuurmonumenten. Zodra
deze overlappen met Natura 2000-gebieden zal de aparte status van
Natuurmonument vervallen. De natuurwetenschappelijke kenmerken en het
natuurschoon worden dan overgenomen in de Natura 2000 gebieden. Dat geldt onder
meer voor de Friese IJselmeerkust, de Ven (IJsselmeerkust Noord Holland), de
Kustzone bij Muiden (IJmeer), en ook bij het Gooimeer, Eemmeer, Drontermeer,
Vossemeer en Zwartemeer.
Relevant voor het
IJmeer zijn:
·
Samenvoeging van twee SBZ’s van één watersysteem (IJmeer + Markermeer);
·
Geen algeheel herstel van de situatie
rond 1995, maar uitgaan van de actuele situatie met opgaven voor herstel voor
een aantal vogelsoorten (bijv. Zwarte Stern);
·
Gering investeringsvolume verwacht in
Beheersplan 2008;
·
Rijkswaterstaat heeft het voortouw voor de opstelling van
het Beheersplan;
·
De provincies Flevoland en Noord-Holland
verlenen vergunningen.
Kaderrichtlijn Water: Helderheid in doelen Markermeer
(Min.VenW)
Momenteel wordt de inhoud van de ecologische doelstellingen
voor het IJsselmeergebied onderzocht. Het Markermeer fungeert daarbij als
pilot. Rijkswaterstaat IJsselmeergebied wil zich richten op doelstellingen die
zowel inhoudelijk als maatschappelijk realiseerbaar zijn. Een volledig helder
watersysteem voor het Markermeer behoort vooralsnog niet tot de mogelijkheden.
Het is immers onduidelijk of de huidige achteruitgang is veroorzaakt door
menselijk ingrijpen (Houtribdijk). Om die reden is het geen mitigerende
maatregel voor de KRW. Tot nu toe wijzen alle onderzoeken uit dat een volledig
helder systeem met de huidige bekende technieken technisch niet bereikt kan
worden. Daarom zal er geen formele EU-verplichting worden aangegaan, waarin een
helder systeem als doel is opgenomen.
Relevant voor het
IJmeer zijn:
·
Gedeeltelijk helder maken van het
IJmeer/Markermeer;
·
Afdekken erosiegebieden Noordhollandse
kust, mogelijk in combinatie met maatregelen voor waterveiligheid;
·
Gering investeringsvolume verwacht in
Beheerplan 2008;
·
Nog heel veel vragen en onzekerheden.
|
Het
Nee-tenzij beginsel van de VHR Het buitendijkse deel van
Pampus en de verbinding door het IJmeer vallen binnen de vigerende Speciale
Beschermingszone (SBZ) IJmeer c.q. binnen de voorgestelde SBZ
IJmeer-Markermeer zoals geschetst in het concept-gebiedendocument van juni
2005. Voor handelingen en projecten die schade aan de
instandhoudingdoelstellingen kunnen opleveren, geldt het nee-tenzij beginsel. Voor een
vergunning dienen: ·
de kansen op
significante negatieve gevolgen voor de instandhoudingdoelstellingen te
worden vastgesteld door het opstellen van een passende beoordeling; ·
met een
passende beoordeling moet
de schade worden beschreven; dat is schriftelijk en op basis van de best
beschikbare wetenschappelijk informatie en met inbegrip van beschrijving van
de mogelijke cumulatie met de gevolgen van alle andere plannen en projecten
in en buiten (externe werking) dezelfde SBZ; ·
nut en
noodzaak spijkerhard aangetoond te worden. Er moeten dwingende redenen van
groot openbaar belang zijn voor het project en er mogen geen alternatieven
aanwezig zijn; ·
voorafgaand aan de voorgenomen
eventueel schadelijke ontwikkelingen moeten compenserende en mitigerende
maatregelen getroffen worden. De natuur dient in kwaliteit en omvang zodanig
te worden hersteld dat de samenhang in Natura 2000 gewaarborgd blijft. |
5.2 Ecologisch surplus maakt
buitendijkse ontwikkeling mogelijk
De ecologische (en waterhuishoudkundige) schaalsprong is
voorwaarde voor een stedelijke schaalsprong. Er moet daadwerkelijk worden
geďnvesteerd in natuur, voorafgaand aan (of ten laatste gelijktijdig met)
investeringen in verstedelijking en infrastructuur. Om buitendijkse
ontwikkelingen mogelijk te maken is een aantoonbare verbetering van de
ecologische situatie noodzakelijk. Dit ecologisch ‘surplus’ geeft (juridische)
ruimte voor buitendijkse ontwikkelingen.
De volgende werkstappen zijn fundamenteel:
·
Stap 1:
De rijksoverheid is verantwoordelijk voor het bereiken en handhaven van de
ecologische en waterhuishoudkundige basiskwaliteit in het IJmeer/Markermeer
(middels de ontwikkelingsdoelen van VHR en KRW);
·
Stap 2:
Er is een ambitie voor een ecologische schaalsprong. De ecologische kwaliteit
van het IJmeer/Markermeer zal door natuurinvesteringen toenemen. De wettelijk
te garanderen basiskwaliteit wordt dus verhoogd;
·
Stap 3:
De toename van ecologische waarden geeft ruimte voor stedelijke ontwikkelingen
in en rond het IJmeer/Markermeer. Het betreft dus niet alleen Almere, maar ook
andere gemeenten met buitendijkse ambities (zoals Lelystad, Hoorn en Muiden).
De balans moet steeds positief blijven voor de natuur, omdat anders de basis
onder de ontwikkeling wegvalt.
Op elk moment dient aan de instandhoudingsdoelen van de VHR
en dus aan de vereisten van de Natuurbeschermingswet te worden voldaan.
Toetsmomenten kunnen gekoppeld worden aan de evaluatiemomenten van de VHR (eens
per 10 jaar) of aan de momenten waarop de VHR/KRW-beheerplannen worden
vastgesteld (eens per 6 jaar).
|
VERVOLGVRAGEN Nader uit te werken punten bij deze
strategie zijn: ·
De ijkpunten/meetpunten van de
ecologische schaalsprong. Te denken valt aan de aanwezigheid van soorten
(bijv. de visarend) of de toename van het areaal essentiële biotooptypen
(bijv. kranswieren/fonteinkruiden) (N.b. een en ander in afstemming met de
VHR- en KRW-indicatoren!); ·
De verhouding tussen de ecologische
schaalsprong en de stedelijke gebruiksruimte; ·
De schaal van de beoordeling. Wordt
de beoordeling toegepast op het Markermeer/IJmeer (dus inclusief
verstedelijkingsplannen Lelystad, Hoorn, etc) of alleen op het schaalniveau
IJmeer en omgeving?; ·
De juridische onderbouwing. |
5.3 Ontwikkelingsstrategie
Op weg naar de uitvoering speelt er een aantal ‘duivelse’
dilemma’s.
Voorafgaand aan de verstedelijking (buitendijkse
ontwikkeling) moet er daadwerkelijk sprake zijn van een verbetering van de
ecologische situatie ten opzichte van de ecologische basissituatie zoals die
geldt vanuit de VHR. Dit ecologische surplus genereert buitendijkse
ontwikkelingsruimte. Voorkomen moet echter worden dat het ecologische surplus
op termijn als nieuwe maat wordt gehanteerd bij het vaststellen van de VHR en
KRW.
Een westelijke schaalsprong van Almere is één op één
gekoppeld aan de aanleg van een IJmeerverbinding. Het één kan als hoofdkeuze
niet worden losgekoppeld van het ander: Er wordt geen IJmeerverbinding
aangelegd zonder een groot Pampus en andersom. De verstedelijkingsopgave van
Almere vraagt in principe dus om één besluit. Op dezelfde wijze is er ook
sprake van een onlosmakelijke koppeling tussen de groen-blauwe schaalsprong en
de rood-grijze schaalsprong.
In theorie vraagt het IJmeer op termijn om één integraal
lange termijnbesluit van rijk en regio. Dit zal nooit gebeuren. In de finale
besluitvorming over het IJmeer zal specifieke aandacht moeten worden besteed in
het ‘slim’ opknippen van de IJmeeropgave in fasen, gebieden en departementen,
waarbij het eindbeeld, de grote schaal en de integraliteit geborgd blijven.
MOGELIJK BESLUITVORMINGSMODEL
Medio 2006: integraal rijksbesluit over
ontwikkelingsrichting (ecologische opgave + groeitaak Almere + bereikbaarheid)
als onderdeel van besluitvorming in het kader van het Programma Noordvleugel
2006
-2008: vorming
ontwikkelingsschap Regio-Rijk + oprichting ontwikkelingsfonds IJmeer +
opstellen Masterplan IJmeer + starten Natuurfabriek (pilotprojecten
natuurontwikkeling)
2006
-2013: planontwikkeling
Almere-Pampus (o.v.v. Almere) en planontwikkeling IJmeerverbinding (o.v.v.
V&W)
2008 -2009: vaststelling
Beheerplannen VHR + KRW
2009
-2013: uitwerken
deelplannen + monitoren pilotprojecten + regelen financieringsafspraken +
inschakeling private partijen
2014: finale
besluitvorming over integrale ontwikkeling + formele vaststelling deelplannen
2015: start
uitvoering
Opstarten van een ‘Natuurfabriek’
Het IJsselmeergebied kent een rijke recente historie van
grootschalige nieuwe natuurprojecten. Deze projecten uit het verleden hebben
aangetoond dat er meteen een fors natuurrendement behaald kan worden. Dit
vertrouwen in de ‘maakbaarheid’ van natuur kan worden ingezet voor de toekomst.
Uitgangspunt is het realiseren van natuurwinst. Omdat de
effecten van natuurinvesteringen vaak moeilijk vooraf te voorspellen zijn, is
het voorstel om te werken met gerichte investeringen in nieuwe natuurgebieden
met daaraan gekoppeld een ecologisch monitoringssysteem. Daadwerkelijke
(voor)investeringen in natuur zijn noodzakelijk om te voldoen aan de
instandhoudingsdoelen en om het ecologisch surplus op te bouwen. Ze zijn
tegelijkertijd bedoeld om te ‘oefenen’ met de onzekere slibproblematiek. De
natuurprojecten moeten kennis en ervaring opleveren om integrale besluitvorming
mogelijk te maken en gelijktijdige ontwikkeling van verstedelijking met natuur
te kunnen sturen.
5.4 Naar één ontwikkelingsfonds?
Kosten
In de pre-verkenning Businesscase IJmeer (uitgevoerd door de
gemeenten Almere en Amsterdam) wordt een indicatie gegeven van de benodigde
investeringen en baten van het IJmeerproject, alsmede van de te nemen
processtappen. Resultaten van deze eerste rekenexercitie worden in december
2005 verwacht. De beoogde vervolgstap is om in samenwerking met het Rijk (het
Ministerie van Financiën) een definitieve Businesscase IJmeer te gaan maken.
Duidelijk is nu al dat de investeringen enorm zijn (ca 6
miljard euro), de looptijd lang is en dat er veel partijen bij de uitvoering
betrokken zijn. Helder lijkt ook dat bij een buitendijkse ontwikkeling van
Almere in combinatie met een IJmeerverbinding aanzienlijke aanvullende
financiering nodig is. Het is dus een utopie om een groenfonds uitsluitend
vanuit de woningbouwexploitatie van Almere Pampus voldoende te voeden. Van
belang is de notie dat de stedelijke schaalsprong geen lokale Almeerse opgave
is, maar dat die uitdrukkelijk regionale en nationale doelen dient. De
groen-blauwe schaalsprong dient eveneens regionale en nationale doelen.
|
INDICATIE BANDBREEDTE INVESTERINGEN Doel Projecten Bandbreedte indicatieve kosten (met een
onzekerheidsmarge van 30-50%) (onder strikt voorbehoud) Groenblauwe schaalsprong Ca 2.000 ha aaneengesloten
wetlandgebieden, delen Markermeer slibvrij, multifunctionele oevers IJmeer € 500 - 1.000
miljoen Verstedelijkingsconcept Almere Bouwrijpmaken Almere-Pampus binnen- en
buitendijks € 1.500 - 2.500 miljoen (grotendeels te
dekken uit opbrengsten) Extra verbinding Almere-Amsterdam Gecombineerde weg/OV-verbinding door het
IJmeer, incl aansluitingen € 2.400 – 3.000 miljoen (deels te dekken
uit beprijzing) Totaal Ca € 6 miljard |
Vergelijking met andere grote Nederlandse projecten
Om meer gevoel voor een orde van grootte aan te geven, is
een vergelijking gemaakt met een aantal grote Nederlandse projecten op het
gebied van ruimtelijke ordening.
Wat bij deze vergelijking ten aanzien van het IJmeerproject
opvalt is:
·
Het integrale karakter en dus het
dienen van meerdere maatschappelijke doelen tegelijkertijd (water, natuur, stedelijke
ontwikkeling, infrastructuur, recreatie);
·
De grote schaal van het IJmeerproject
(IJmeer, Markermeer + omgeving) met een bijdrage aan het Europese Natura
2000-ecosysteem;
·
De lange doorlooptijd (20 jaar, met dus
een gemiddeld investeringsniveau van ‘maar’ € 300 miljoen/jaar);
·
De brede mix van partijen
·
Het creëren van een winwinsituatie
tussen meerdere grote projecten (schaalsprong Almere, corridor Schiphol-Almere,
ecologische opgave IJmeer/Markermeer, landschapsopgave)
|
|
investering |
oppervlakte |
planning |
partijen |
thematiek |
|
Tweede maasvlakte |
2,9 miljard |
2000 ha |
Start aanleg 1e fase vanaf
2008 |
Rijk, provincie, gemeente, markt,
natuurorganisaties |
economie / natuur |
|
Betuwellijn |
5 miljard |
nvt |
In gebruik in 2007 |
Rijk |
Infrastructuur, economie |
|
Planstudie Schiphol – Amsterdam -
Almere |
4,5 miljard |
nvt |
2011-2014 |
Rijk, provincie, regio |
Infrastructuur |
|
Ruimte voor de rivier |
2,2 miljard |
nvt |
Uiterlijk 2015 |
Rijk, provincies |
Water |
|
Utrecht City Project |
3 miljard |
nvt |
2006-2025 |
Rijk, gemeente, marktpartijen |
Stedelijke vernieuwing,
infrastructuur |
|
Noord-Zuidlijn |
1,5 miljard |
nvt |
2003-2012 |
Rijk, provincie, gemeente |
Stedelijke ontwikkeling infrastructuur |
|
Natuurontwikkeling in het
IJsselmeergebied |
PM |
3000 ha natte natuur |
1999-2010 |
Rijk |
Natuur |
|
Leidsche Rijn |
PM |
2100ha |
1997-2015 |
Rijk, provincie, gemeente,
marktpartijen |
Woningbouw |
|
Waterpark IJmeer |
6 miljard |
68.000ha |
2010-2030 |
Rijk, provincies, gemeenten,
marktpartijen |
Water, natuur, stedelijke
ontwikkeling, infrastructuur, recreatie |
Financieringsbronnen
In
de huidige situatie zijn er vele gescheiden geldstromen. De stelling vanuit de
Verkenning IJmeer is dat handhaving van deze gescheiden financieringsbronnen
onvoldoende budget genereert voor de groen-blauwe opgave. Er wordt nu vooral
geďnvesteerd in (financieel) kleinschalige projecten, die op het (ecologisch)
schaalniveau van het wetland Markermeer/IJsselmeer weinig soelaas bieden.
Combineren van de gescheiden geldpotten tot één ontwikkelingsfonds genereert
meer financieel rendement en dus meer investeringsruimte om gericht en
grootschalig in natuurprojecten te investeren.
Een bloemlezing van (potentiële) financieringsbronnen voor
de groen-blauwe investeringen:
·
Slimme ‘engineering’ van reeds
gelabelde middelen (VHR, KRW en ICES)
·
Investeringen VenW/waterschappen t.b.v.
waterveiligheid;
·
ICES-Investeringen LNV en VenW in
IJsselmeergebied;
·
Mitigerende maatregelen Almere Pampus,
Poort, Lelystad, Muiden, etc.;
·
Infraprojecten in de Noordvleugel;
·
Inkomsten zandwingconcessies Domeinen;
·
Bijdragen uit Europese investerings- en
structuurfondsen;
·
Grondstofwinning IJmeer/Markermeer;
·
….
De
regionale partners zullen zich inspannen voor de natuurontwikkeling via een
natuurontwikkelingsfonds, waaraan zij ook zelf zullen bijdragen. De vereiste
maatregelen kunnen echter maar zeer ten dele worden gedekt uit grondopbrengsten
en regionale middelen. Het gaat immers om een operatie van tientallen tot
honderden miljoenen, weliswaar uitgesmeerd over vele jaren. De regio kan dit
project onmogelijk alleen dragen. Omdat met het ontwikkelingsproject IJmeer ook
belangrijke nationale en internationale doelen worden gediend, is substantiële
investeringssteun van de zijde van het rijk en van Europa niet meer dan
logisch.
5.5 Het belang van
‘werk met werk maken’
Zandwinning als hulpmotor van de
ontwikkeling
Voor verstedelijking
(landmaken), infrastructuur (aanlandingen), recreatie (stranden, eilanden),
waterveiligheid (vooroevers en golfbrekers), waterkwaliteit (afdekken slib en
slibputten) en natuurontwikkeling (ondieptes, geleidelijke overgangen land-water)
is verplaatsing van zand en slib nodig. Op dit moment worden deze opgaven nog
niet op een gestructureerde wijze met elkaar gecombineerd. Concreet betekent
dit het combineren van grondstofwinning (industriezand) met landmaken en het
realiseren van een ‘onderwaterlandschap’, ophoging met grof zand voor
verstedelijking en gebruik van het slib voor het realiseren van natuurlijke
overgangen tussen land en water.
Om de zandwinning als een
daadwerkelijke motor te laten functioneren dienen zandwinlocaties en zandstortlocaties
op korte afstand van elkaar te liggen (maximaal 4 km) en er moeten natuurlijk
voldoende winbare fracties zijn. Dit is een punt van nader onderzoek.
De kosten van de
totale ‘bodemoperatie’ in het IJmeer/Markermeer zijn betrekkelijk gering ten
opzichte van de totale investeringen in het gebied. Deze kosten kunnen
grotendeels worden gedekt uit werk-met-werk-combinaties met zandwinning en
baggerspecieberging.
De provincie
Flevoland is al benaderd door bedrijven die graag de natuur willen aanleggen
als ze er tevens zand vandaan mogen halen en (schoon) bagger mogen bergen.
Cruciaal voor het welslagen van de zandwinningsmachine zijn goede afspraken met
Domeinen (Ministerie van Financiën) over de hoogte van de grondprijs en
(financiële) afspraken over grondstofwinning. Op dit moment is zandwinning in
de Noordzee goedkoper dan zandwinning in het Markermeer/IJmeer. Een voorstel is
om de domeinheffing van de zandwinlocatie als revolving fund in het gebied in
te zetten.
Combineren van maatregelen
Op de overgang tussen
water en land kan er door middel van het praktisch combineren van maatregelen
eenvoudig meerwaarde worden bereikt. Een voorbeeld is het realiseren van
vooroevers. In plaats van met harde waterkeringen te werken kunnen er
golfbrekers worden aangelegd. Achter de golfbrekers kunnen luwe ondiepe zones
ontstaan, waar het slib bezinkt, helder water komt en waar waterplanten kunnen
groeien. Juist deze oeverzones hebben grote ecologische betekenis. De
golfbrekers kunnen eventueel worden gecombineerd met recreatieve functies of
zelfs met stedelijke functies (piloon brug, wooneilanden, etc). Aldus ontstaat
er een win-win situatie tussen waterveiligheid, waterkwaliteit, ecologie en
recreatie.
5.6 Een actieve rol voor de private
investeerders
Een echt stedelijk
Almere Pampus valt pas te ontwikkelen als de vastgoedinvesteerders interesse
hebben. Om vastgoedinvesteerders en investeerders in toeristisch-recreatieve
attracties te verleiden tot investeren dient tenminste aan de volgende
voorwaarden voldaan te worden:
·
De locatie moet een bijzondere
betekenis in de regio hebben (unieke ligging aan het IJmeer, nabij Amsterdam);
·
De locatie moet een optimale
bereikbaarheid hebben met economische centra (goede verbinding met Amsterdam
Zuidoost, Schiphol, Zuidas);
·
De locatie moet een wervend en goed
imago hebben (combinatie met natuurontwikkeling).
Met deze voorwaarden zit het wel goed.
Cruciaal voor de investeringsbeslissing van marktpartijen is
een onvoorwaardelijke inzet van de overheden om het project te realiseren. Dit
vereist een langdurig en vasthoudend gezamenlijk optrekken van regio en rijk.
6. Tot besluit
De deelnemers aan de Verkenning IJmeer blijken elkaar te
vinden in een visie die durf en ambitie uitstraalt. Vanuit welbegrepen
eigenbelang hebben de uiteenlopende partijen zich gerealiseerd dat alleen een
integrale benadering de mogelijkheid biedt om de veelheid aan vraagstukken rond
het IJmeer tot een afdoende oplossing te brengen. Door deelopgaven in een breed
perspectief te beschouwen en de planvorming op een lange tijdshorizon te
plaatsen, zijn zij in staat geweest de kwaliteiten te ontdekken van de synergie
tussen simultane natuurontwikkeling en verstedelijking in de Noordvleugel van
de Randstad. Zij zijn elkaars voorwaarden gebleken. Deze Toekomstvisie kreeg
daarom de unanieme steun van alle betrokkenen,
Terwijl het IJmeer in zijn huidige staat nog gezien kan
worden als de zwakste schakel in de ecologische keten van het IJsselmeer en het
omliggende waterland, biedt de Toekomstvisie een denkmodel waarin het IJmeer
een sleutelrol gaat spelen in het herstel en stabilisatie van een vitaal
wetlandsysteem dat onlosmakelijk verbonden is met de gewenste verdere
verstedelijking van Almere, de aansluiting tussen Amsterdam en Almere als ‘twin
cities’, de economische dynamiek van de gehele Noordvleugel en de versterking
van recreatieve functies op het water en langs de kusten. De samenstellers
concluderen dat het meest geprononceerde denkmodel wellicht het meest riskante
scenario poneert, maar zeker ook het meest beloftevolle. De basis voor een
groot project is gelegd. De nog immer onvoltooide Zuiderzeewerken van Cornelis
Lely kunnen tussen nu en 2050 alsnog tot een klinkende finale worden gebracht.
Lokale en regionale overheden en verschillende maatschappelijke organisaties
hebben daarbij het voortouw genomen. Tegelijk spreken zij de bereidheid uit om
ook in het vervolgtraject als regisseurs van het proces op te treden. Het woord
is nu aan de onmisbare Haagse schakel.
|
WAT ZEGT HET RIJK OVER HET
IJMEER: NOTA RUIMTE (Min VROM, 2004):
IJsselmeer en Almere “Voor nieuwe buitendijkse ontwikkelingen,
uitbreiding van bestaande buitendijkse activiteiten, nieuwe inpolderingen en
andere landaanwinningen is het “nee, tenzij”-regime van toepassing voor water
en natuur. De ruimtelijke reservering voor een Markerwaard vervalt. In de
randen van de Noordvleugel wordt de ruimte verkend voor buitendijks wonen in
Almere (en Lelystad), met als doel de steden een gezicht aan het water te
geven, net als de Zuiderzeesteden in het verleden.” “Het kabinet zal nadere
uitvoeringsafspraken maken met de decentrale overheden over programma,
fasering en bereikbaarheid voor de ontwikkeling van Almere tot 2020 en het
langetermijnperspectief. Als langetermijnperspectief houdt het kabinet rekening
met een groei van Almere in de periode 2010 –2030 met circa 40.000 woningen
(= middenvariant = een stad van
ongeveer 300.000 inwoners). Uiterlijk 2006 zal worden bekeken of de
uitgangspunten voor de keuze van de middenvariant nog steeds geldig zijn.” NOTA MOBILITEIT (Min VenW,
2004): Planstudie Haarlemmermeer – Almere “De uitkomsten van de
verkenning Haarlemmermeer – Almere rechtvaardigen een planstudie voor de
uitbreiding van het wegcapaciteit. Twee hoofdalternatieven zullen worden
onderzocht: een nieuwe verbinding tussen de A6 en de A9 en een tracé dat
gebruik maakt van een sterke uitbreiding van de bestaande infrastructuur
(stroomlijntracé). Deze planstudie gaat een belangrijk onderdeel uitmaken van
het Programma Noordvleugel. De regio heeft een OV-verbinding via het IJmeer
als optie aangedragen om de capaciteit van het OV uit te breiden en de
ruimtelijke ontwikkeling van Almere (Pampus) te structureren. Deze verbinding
wordt als alternatief meegenomen in de Structuurvisie Zuiderzeelijn en kan mogelijk gecombineerd
worden met een weg. De wegverbinding wordt tevens als scenario meegenomen bij
de eerder genoemde planstudie voor de weg.” INTEGRALE VISIE
IJSSELMEERGEBIED (Min LNV en VenW, 2002): 6.000 Natte natuur In de Integrale Visie
IJsselmeergebied (Min LNV en VenW) wordt gesproken over 6.000 ha natte natuur
in periode van 2010 – 2030: “De aanleg van natuurontwikkelingsgebieden, zoals
ondiepten en moerassen, versterkt de waarden van het gebied. De ontwikkeling
van in totaal 6.000 ha natte natuur biedt in het IJsselmeergebied ruimte voor
een netwerk van aaneengesloten natuurgebieden. Dit schept extra ruimte voor
rust- en foerageermogelijkheden voor vogels (moeras en riet). Door het
aanbrengen van verondiepingen ontstaan beschutte gebieden, waar de onderwaterflora
en -fauna zich ontwikkelen, (water)planten groeien, vissen paaien en vogels
rusten en foerageren. Hierdoor verbetert de bereikbaarheid van de
voedselgebieden in de grote open wateren van het IJsselmeergebied en neemt de
diversiteit aan biotopen in het gebied toe.” NOTA BELVEDČRE (Min. OCW, VROM,
VenW en LNV, 1999): Koester en hergebruik Waterland, De Stelling van
Amsterdam en Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn benoemd als Belvedčregebieden.
De Stelling van Amsterdam is door de UNESCO op de Wereld-erfgoedlijst
geplaatst. |
COLOFON
Stuurgroep Verkenning IJmeer
Daan Monster (onafhankelijk voorzitter)
Mr. G.H.N.L. van Woerkom ANWB
Ir. J.J. de Graeff Vereniging
Natuurmonumenten
Ir. C.J. Vriesman Staatsbosbeheer
Drs. A.P. Delpeut Ministerie Verkeer en Waterstaat
A.M.C.A Hooijmaijers Provincie
Noord-Holland
A. Greiner Provincie
Flevoland
A.W. Bijl Gemeente
Almere
Drs. D.B. Stadig Gemeente Amsterdam
Ir. E. Mackay Gemeente
Muiden
Kerngroep Verkenning IJmeer
Zef Hemel (onafhankelijk voorzitter) Gemeente Amsterdam
Peter Heida (projectsecretaris) Gemeente Almere
Jaap Renkema ANWB
Jan Willem van Rijn van Alkemade/Machteld Versnel Vereniging Natuurmonumenten
Robert Graat/Franke Hoekstra Staatsbosbeheer
David Jansen Ministerie
Verkeer en Waterstaat
Allyson Mannsur Provincie
Noord-Holland
Hillebrand Koning Provincie Flevoland
Jaap Meindersma Gemeente
Almere
San Verschuuren Gemeente
Amsterdam
Werkgroep Verkenning IJmeer
Wiebe Oosterhoff Gemeente
Almere
Johan Karst Gemeente
Amsterdam
Dennis Menting Rijkswaterstaat,
directie IJsselmeergebied
en
ca 100 medewerkers van de deelnemende organisaties
Eindredactie SENDER
/ editors (Gert Staal)
Vormgeving Speedboot
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het
desbetreffende kerngroep- of werkgroeplid of met Peter Heida (pheida@almere.nl
/ 036 – 5399559)