|
| ||||
| IJmeer Berichten | ||||
|
| ||||
|
IJmeer: niets doen kan niet meer
door Marten Bierman Amsterdam/Almere - Het IJmeer is nu nog een Vogelrichtlijn gebied vooral dankzij de aanwezigheid van de Driehoeksmossel. Die vormt samen met kleinere organismen het voornaamste voedsel van beschermde soorten als de Kuifeend, de Tafeleend en het Nonnetje. Deze mosselpopulatie loopt echter terug. Dat wordt vooral toegeschreven aan de slibwerveling die het water zo troebel maakt dat zonlicht de bodem niet meer bereikt. Ook de waterzuiverende plantengroei heeft daarvan last en gedijt niet erg. Neemt de voedselrijkdom af dan zullen er ook minder fouragerende vogels het IJmeer aandoen en komt de beschermende werking van de Vogelrichtlijn in gevaar. Net als het Markermeer waarmee het IJmeer in open verbinding staat is het water ondiep en door zijn grote openheid flink in beweging door de wind. Daardoor is de bodem ook in beweging en verplaatsen zich geulen en platen nog. Eigenlijk is hier sprake van een ecosysteem dat een nieuw evenwicht zoekt sinds de sluiting van de dijk Enkhuizen -Lelystad zo'n dertig jaar geleden en het niet doorgaan van de inpoldering van de Markerwaard daarna. Rijkdswaterstaat Dienst IJsselmeergebied heeft er wel oplossingen voor ontwikkeld, maar een keuze is nog niet gemaakt. Omdat ook de verstedelijking nog steeds toeneemt vanuit Amsterdam met IJburg en vanuit Almere met plannen voor buitendijks bouwen heeft Natuurmonumenten met de Vereniging Deltametropool het initiatief genomen om te verkennen of samenwerking met relevante besturen en maatschappelijke organisaties tot creatieve oplossingen zou kunnen leiden voor de soms tegenstrijdig lijkende belangen. Zo is in 2003 de Werkgroep Verkenning IJmeer ontstaan, waarin vertegenwoordigd zijn de gemeenten Amsterdam en Almere, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat en de ANWB. Inmiddels is rapport uirgebracht onder de titel: Verkenning IJmeer 2004, naar een waterpark voor de Noordvleugel. In het rapport worden vijf thema's gesignaleerd. Voor elk van deze thema's worden een viertal ruimtelijke modellen geformuleerd, die in verschillende combinaties per thema kunnen worden uitgevoerd afhankelijk van wat in de besluitvorming het zwaarst gaat wegen. Die vijf thema's zijn: waterhuishouding, ecologie, verstedelijking, infrastructuur en recreatie. In deze bijdrage beperken we ons tot de thema,s waterhuishouding en ecologie en geven we de bijbehorende vier modellen weer. Richtinggevend voor de waterhuishouding is de klimaatsverandering die de waterstand in het IJmeer (en Markermeer) zal beïnvloeden. De komende decennia wordt als gevolg van opwarming een zeespiegelstijging verwacht van 30 centimeter. Op langere termijn komt daar nog eens tenminste 50 centimeter bij. Ook de rivieren zullen meer water via ons land afvoeren. Om op zee te kunen blijven spuien moet het peil in IJmeer en Markermeer omhoog. De huidige waterkeringen voldoen dan niet meer aan de veiligheidsnormen en dus zijn maatregelen nodig. Er zijn vier oplossingen voorgesteld varierend van integrale dijkverhoging tot gedifferentieerde kustverdediging ( zie ook de afbeeldingen met bijschrift). Dijkverhoging is zeer kostbaar en zal de oude Zuiderzeedijken doen verdwijnen. Hoogte en breedte van een dijk worden grotendeels bepaald door de de golfoploop. Wordt die golfoploop getemperd dan is dijkverhoging mogelijk niet nodig. Dat kan door het aanleggen van vooroevers of ondiepten voor de kust. Voor sommige dijkvakken is het wellicht zelfs mogelijk om overslaand water tot te staan zoals bij de Oostvaardersplassen en voor de Waterlandse kust. Naast golfoploop is opstuwing bij langdurig sterke wind uit één richting een probleem, vooral bij de zuidkust van het IJmeer en de zuideljke randmeren. Daartegen kan weerstand worden opgebouwd door de aanleg van één of meer eilanden tussen Waterland en Flevoland. Ook kan er een dam tussen Waterland en Flevoland worden aangelegd. Ecologisch wordt ingezet op verbetering van de waterkwaliteit en vergroting van de biodiversiteit. Voor het oplossen van het al genoemde slibwervelingsprobleem wordt gedacht aan het afgraven van het slib, het laten bezinken in diepe sleuven en zelfs chemische ingrepen zijn mogelijk. Daarvoor is nog nadere studie nodig. Ook hier worden ondiepe vooroevers met rietkragen genoemd om te zorgen voor een rijkere flora en fauna en zo de voedselpyramide op orde te brengen. Harde overgangen moeten worden verzacht. Daarnaast moet een natuurlijk waterpeil worden ingevoerd ( in de zomer laag en in de winter hoog) De grootste ecologische effecten worden volgens de werkgroep bereikt wnner in het IJmeer een archipel van natuureilanden wordt aangelegd. Leuk of niet, het thema waterhuishouding moet natuurlijk de maat der dingen bepalen willen we het in de toekomst nog droog houden en betaalbaar. Dat waterhuishouding en ecologie zich goed met elkaar verdragen was te verwachten. Bij een jong ecosysteem volgt de biodiversiteit de kansen die via waterstaatswerken aan milieu's worden geboden. Zo bezien is er helemaal geen botsing van belangen. Via een grotere peilvariatie, die toch al nodig is omdat plotselinge grote watertoevloed moet worden geborgen voor die kan worden gespuid, is de biodiversiteit flink te vergroten. De waterhuishouding behoort echter ook uit kostenoogpunt maatgevend te zijn voor verstedelijking. Immers na verstedelijking zijn de kosten om het bijvoorbeeld op IJburg II droog te houden nu nog voor rekening van alle belastingbetalers. Worden die kosten vooraf in de plankosten opgenomen dat heeft verstedelijking buitengaats op de meeste plaatsen niet veel kans meer omdat die onbetaalbaar wordt. Opvallend is dat de geformuleerde ecologische ingrepen zoals een eilandenrijk weiliswaar de biodiversiteit wel kan vergroten maar het grote open water aantast. Er wordt droge ecologie toegevoegd en is dat nou wel de bedoeling. En tot hoe ver moet het streven naar grotere biodiversiteit eigenlijk gaan? Is er niet wat al te snel geconcludeerd dat het hoe dan ook diverser moet. Gegeven de soorten die met velen tegelijk op hun internationale trektocht komen fourageren kan er ook voor worden gepleit om juist voor deze soorten een grootschalig ecologisch milieu op maat te bieden in plaats van voor elke soort maar wat wils. En daarbij spreken we nog maar even niet over de handhaafbaarheid van ecologische eilanden in termen van kijken mag maar aanleggen niet. Van de waterhuishoudkundige modellen spreekt ons model A1 met vooroevers en overstort het meeste aan. Juist die overstort, het binnendijks halen van het water vinden we een goede oplossing. Zo behoeven niet alle harde overgangen tussen water en dijk te worden verzacht door vooroever verlanding. Wel denken we IJburg II even weg. En zoals gezegd laat de natuur de geboden kansen maar invullen.Vooralsnog blijven we zo, naar we menen, dichter bij onze doelstelling om juist het karakteristieke grote open water te bewaren als contrast tegenover het dichtbevolkte vasteland. Marten Bierman |
|||
|
|
||||
| © 2007 | Naar boven IJmeerberichten, discussiepagina IJmeer | info@zeeburgnieuws.nl | ||