Zeeburg Nieuws

Voorpagina
Oorlog tegen terrorisme

De wereldgemeenschap heeft recht op de olierijkdom
Zeeburg, 10 oktober 2001 - Voor wie de schellen inmiddels nog niet van de ogen zijn gevallen, moet het nieuws van de laatste dagen toch weer een openbaring zijn geweest.
Wie dacht dat de "heilige oorlog", de jihad, uitgeroepen door dissidente Saudiërs en fundamentalistische Afghanen, de uiteindelijke "clash" tussen de culturen, tussen christendom en islam, zou inluiden, zat op een verkeerd spoor.

Natuurlijk, de weerzinwekkende aanslagen op de "Twin Towers" en het "Pentagon" - centrum van de westerse militaire en economische macht - alsmede de oorlogszuchtige taal van de Talibaan en hun handlanger Bin Laden, deden het ergste vermoeden.
"Het herstel van het kalifaat van Baghdad, de suprematie van de islam over de ongelovigen," de rethoriek van de mullah's kende, evenals die van Bush, de met een discutabele democratische meerderheid aangestelde leider van de westelijke alliantie, geen grenzen.
"Sta op moslims!" "Verdelg de Amerikanen. Dood de handlangers van de "Grote Satan! Bevrijdt de Palestijnen!"

De doelen van de meest gezochte "terrorist" aller tijden - hij laat de Baader-Meinhoff-groep, de Ira en de Eta ver achter zich - lijken dankzij de Qatarse CNN, al-Jazira, volkomen helder.
Voor de ongeletterde, voor de argeloze, is de boodschap van de huidige leider van het fundamentalistisch islamitisch verzet volstrekt geloofwaardig. Hij gebruikt woorden, die ook in westerse, Europeese discussies gemeengoed zijn. De uitstraling van de charismatische leider van het het door Bush als terroristisch betitelde netwerk al-Qa'ida, de Basis, verhult echter de ware bedoelingen achter de gebeurtenissen van nu.

De Amerikaanse president George Bush, en zijn opponent, de Saudiër Osama Bin Laden, hebben meer met elkaar gemeen, dan ogenschijnlijk gedacht wordt.
Beide zijn exponenten van het groot-kapitaal, Bush van de Amerikaanse lobbyisten die hem aan de macht hebben geholpen, OBL, de nieuwste eufemistische omschrijving van het nieuwe grote kwaad in de wereld, maakte deel uit van de Saudische elite, gelieerd met de koninklijke familie Saud.

Beiden gaat het om de heerschappij over de olie - een kwart van de wereldvoorraad bevindt zich in de Golf-regio - en die wetenschap leidt tot conflicten.
Kon het westen tot nu toe haar ongelimiteerde behoefte aan energie stillen door de steun aan on-democratische regimes als het Saudische, na 1990, na de invasie van Iraq in Kuwait, werd die betrekkelijke zekerheid, wreed onderuit gehaald.
De eerste Golf-oorlog kon door de suprematie van de Amerikaanse technologie nog gemakkelijk gewonnen worden. De belangen van het Saudische bewind dat door haar commissies van de olieverkoop aan de Amerikanen breed in het zadel kon blijven, werden door de vernedering van Iraq vooralsnog geconsolideerd.
Daarmee werd tegelijkertijd de kiem gelegd voor het huidige conflict. Nota bene door een "kind van het land", zelfs een vriend van de koning, een Saudiër, nu gezocht in Afghanistan, een strikte islamiet, die de "bezetting" van het land met de heilige islamitische plaats Mekka door "ongelovige" Amerikanen, aangreep als rechtvaardiging van zijn terroristische acties.

Debet is de dubbelhartige opstelling van het Saudi-regime, dat om de vrede in de eigen regio te willen bewaren, vrij spel gaf aan de dissidente elementen in de eigen samenleving, te weten de fundamentalistische al-Qa'ida organisatie van Bin Laden.
Ondanks het feit dat Bin Laden, als een te extreme criticaster van het Saudi-bewind zijn nationaliteit werd ontnomen, en via Soedan uiteindelijk in Afghanistan terecht kwam, kon de al-Qa'ida organisatie ongehinderd zijn gang gaan bij het verwerven van de middelen, die nu essentieel zijn bij voeren van de, voorlopige, terroristische eindstrijd.

Amerika's suprematie over de wereld, en meer in het bijzonder, de macht in het Midden-Oosten, is uiteindelijk vooral ingegeven door een poging tot handhaving van de "American way of life".
Energiebehoefte is daarbij een sleutelwoord, en de Opec, de organisatie van olieproducerende landen, gedomineerd door Saudi-Arabia en ook Iraq, is Amerika daarbij graag terwille, niet in het minst ter veiligstelling van de eigen financiële belangen.
De opbrengsten van de productie van de olie zouden ten goede moeten komen aan de lokale bevolking, aldus Bin Laden, de praktijk wijst anders uit.

"Oorlog met de ongelovigen", en beheersing over de oliebronnen is het tweede hoodstuk in dit verhaal.
Daarbij is de tegenstelling volkomen helder: de westerse verspilling van de natuurlijke hulpbronnen, tegenover het belang van het Midden-Oosten.
Osama's verhaal gaat echter verder. Monopolisering van de hulpbronnen voor deze samenleving, vooral ten dienste van de verbreiding van het islamitisch geloof.
Daarbij dient de uiteindelijke macht verworven te worden over de regio, en dat zou gerealiseerd kunnen worden worden door het ter beschikking krijgen van het atomaire potentieel van Pakistan, nu nog verscheurd door loyaliteiten aan het westen, de noordelijke alliantie, en Azië, broedplaats van de fundamentalistische islam.

De schellen van de ogen... De betrokkenheid van Nederland bij de status quo in het Midden-Oosten, is inmiddels helder door de stappen van de Koninklijke Shell, die sinds kort een groot belang heeft verworven in de Saudische olieproductie. Wie zou nu nog willen investeren in de Midden-Oosten-regio? Gezien de oorlog, nu gaande, niemand.
Koninklijke Shell, een der grootste ondernemingen in de wereld, betaalt nu, vandaag de dag, 9 miljard gulden, voor de rechten op de Saudische olie, voor de stations van Texaco, het recht benzine te verkopen op de grootste groeimarkt in de wereld, de Verenigde Staten. Daarbij is een joint-venture gecreërd waarbij Shell en Saudië, ieder 50 % zeggenschap hebben.
Daarmee hoort Nederland ook tot de "targets" van de Mujahedien, want de winst op deze markt, hoort niet aan multinatinationals, maar aan het volk, wie dat ook mogen zijn.

Hier zit ook het probleem voor het streven van "vrijheidsstrijders" als Osama Bin Laden. Het idee de meeropbrengsten van de olieproductie te gebruiken voor eigen doeleinden, te weten de verbreiding van de islam, en de verwerving van de wereldheerschappij, is in de 21 ste eeuw een anachronisme.
Tegelijk is ook de de poging van de Verenigde Staten, in samenwerking met de leden van de Noordelijke Alliantie, te weten Europa, Rusland en China, de energie, ten eigen bate aan te wenden, niet meer van deze tijd.
Daarmee is het dilemma van nu volledig geschetst.

De oorlog die nu gaande is, kan voor hetzelfde geld ook worden gevoerd in Saudië. Is in Afghanistan een on-democratisch bewind aan de macht, de Talibaan, ook het Saudische koningshuis heeft nauwelijks enige legitimiteit.
De macht over de oliebronnen strekt echter verder dan de deeelbelangen van de betrokken partijen. Noch de Saudies, noch Osama Bin Laden zouden hierover het eindoordeel mogen hebben.

Hiermee wordt een nieuw terrein betreden. Waarbij de overeenkomsten tussen de Golf-regio en Nederland, de aardgasvoorraden, we kunnen ook spreken over Rusland, pijnlijk helder worden.
Wie heeft uiteindelijk het recht op de rijkdommen van de aarde? Is dat de lokale entiteit, een staat, een gemeenschap, een geloofsovertuiging?
Deze vraag kan in positieve zin, helder beantwoord worden, iedereen, de wereldgemeenschap.
Uiteraard is de praktijk anders, zoals duidelijk wordt gedemonstreerd in de Golf-regio. Amerika is een der grootste afnemers van de olierijkdom van dit gebied. De American way of life leidt tot het hoogste gebruik per hoofd van de bevolking ter wereld van fossiele brandstoffen. De olie en de oliprijs spelen daardoor een centrale rol in de Amerikaanse economie. Om de beschikbaarheid van olie veilig te stellen zijn de Verenigde Staten nadrukkelijk aanwezig in de Golf.

De bevoordeling van de Amerikaanse economie en bevolking staat echter in schril contrast met de armoede waarin het grootste deel van de inwoners van de omringende landen moeten leven. De uitzichtloosheid van hun situatie, en de oneerlijkheid van de verdeling der rijkdommen, leidt tot woede en rancune, een buitengewoon geschikte voedingsbodem voor (islamitisch) fundamentalisme en uiteindelijk ook terreur. Deze ongelijke verdeling moet bovendien met behulp van een permanente militaire aanwezigheid in Saudie-Arabië in stand gehouden worden.
Het feit dat de opbrengsten van de olierijkdom nu al vele jaren vooral ten goede komen aan westerse multinationals als Shell en een kleine bovenlaag in de oliestaten, zoals het on-democratische bewind van Saud, houdt de dreiging van deze terreur in stand.

Martin van Etten


© 2001 Naar boven Voorpagina info@zeeburgnieuws.nl