Pronks nota ontmoet steeds breder verzet
DEN HAAG, 21 APRIL 2001 -
'Rode contouren zijn vooral rode belemmeringen. De ruimtelijke
contourenplannen van minister Pronk zijn defensief, niet vernieuwend, en
leiden tot schrale en benauwende resultaten.' Dat vindt de
werkgeversorganisatie VNO-NCW van de Vijfde nota ruimtelijke ordening van
de minister. Ook de VROM-raad is kritisch, zoals vrijdag bleek.
Maandag vergadert de Tweede Kamer voor het eerst over de plannen van de
minister. De kritiek daarop van belangrijke maatschappelijke organisaties
en adviesorganen zwelt aan. De VROM-raad is weliswaar lovend over de 'goede
bedoelingen' van de minister, maar vreest dat hij er met zijn beleid niet
in zal slagen het landschap te beschermen.
VNO-NCW, de ANWB, het Algemeen Verbond van Bouwbedrijven (AVBB) en de
Vereniging Natuurmonumenten bepleiten een culturele revolutie in de
ruimtelijke ordening. Dat blijkt uit hun onlangs verschenen plan Samen
Werken aan de Ruimtelijke Ontwikkeling van Nederland.
Pronk wil met zijn contouren de bebouwing van het platteland een halt
toeroepen. Maar de brede maatschappelijke alliantie voorspelt dat ze alleen
maar tot conflicten en juridische procedures zullen leiden.
De vier organisaties vinden dat burgers, bedrijven en maatschappelijke
belangenorganisaties veel meer bij bouw- en infrastructuurplannen van de
overheden moeten worden betrokken. Niet achteraf, maar vooraf, als hun
inbreng nog verschil uitmaakt. De alliantie verwacht dat het draagvlak voor
bouw- en infrastructuurplannen daardoor vergroot zal worden.
Ook volgens veel provinciebestuurders, moet het roer om bij de inrichting
van de ruimte in ons land. Dat staat in het rapport Van Ordenen naar
ontwikkelen, dat een adviescommissie van het Interprovinciaal Overleg (IPO)
eind vorige week heeft uitgebracht.
De commissie pleit voor 'gebiedsgerichte ontwikkelingsplannen', die de
huidige gemeentegrenzen te boven gaan. Nu trekken alle gemeenten nog hun
eigen plan, waardoor de kwaliteit van veel nieuwe woningbouwlocaties en
bedrijventerreinen te wensen overlaten en natuurgebieden vaak erg
versnipperd zijn.
Overigens hebben de drie noordelijke provincies onderling ruzie, omdat
Pronk aan Groningen en Assen een hogere status toekent dan aan Leeuwarden.
Volgens alle genoemde organisaties is het beleid van Pronk te star, omdat
het uitgaat van geboden en verboden. Volgens de critici moet per regio
worden bekeken welke ontwikkelingskansen er zijn. De natuur en het
stadsgroen zijn daarbij ook gebaat. Rode contouren die vooraf worden
vastgesteld, zijn bij zo'n flexibele aanpak juist een sta in de weg.