ZeeburgNieuws

Voorpagina
Politiek Nieuws
Commissie Elzinga

Het hiernaast geplaatste artikel van Atilla Arda en Michael Mol verscheen eerder in De Democraat van januari 2000

ICT vreet aan D66

Informatie- en communicatietechnologie luidt het einde in van politieke partijen

De maatschappij mondialiseert en informatienetwerken vormen het zenuwstelsel van deze nieuwe wereld. Wie zich niet aansluit op dit virtuele zenuwstelsel zal verlamd achterblijven. Ook politieke partijen en individuele politici zullen de gevolgen van deze ontwikkelingen voelen. De komst van de TV maakte de politiek zichtbaar voor de burgers. Informatie- en communicatietechnologie (ICT) zal de politieke partijen tot het rijk der dinosaurussen verwijzen.

Eigen boontjes doppen
Door creatieve toepassingen van nieuwe technieken verandert de communicatie tussen burger en bestuur. Tot nu toe informeerde de overheid via Postbus51 het volk. Straks zal het volk met ICT-toepassingen, zoals Internet, zelf zijn informatie bij elkaar zoeken en het bestuur vertellen wat het wil. Uiteraard is een slimme overheid op zijn toekomst voorbereid, dus stelde D66-minister Roger van Boxtel het Actieprogramma Elektronische Overheid op.
Wanneer dit programma is uitgevoerd, zal alle overheidsinformatie op Internet te vinden zijn, wordt de publieke dienstverlening elektronisch aangeboden, vindt de beleidsvorming interactief plaats en werkt de bureaucratie efficiënter. Kortom: een paradijs voor de actieve burger die zijn eigen boontjes wil en kan doppen. Voeg hier nog elektronisch stemmen aan toe en een cruciale vraag van onze democratie ligt voor het oprapen: waarvoor dienen in een dergelijke wereld nog politieke partijen?

De rol van politieke partijen en politici
Vroeger was het niet makkelijk om de kiesgerechtigde Nederlanders regelmatig bij elkaar te brengen om de toestand van het land te bespreken en wetten goed, dan wel af te keuren. Nog afgezien van het gegeven dat door het lage opleidingsniveau van mensen slechts een handjevol burgers in staat was de noodzakelijke informatie te begrijpen en een oordeel te vellen.
Er ontstond behoefte aan een tussenschakel: de politicus. Deze zou als een intermediair tussen burger en overheid fungeren. Al snel konden sommigen het beter met elkaar vinden dan met anderen. Zie hier het ontstaan van de politieke partij.
De burger was blij met deze organisaties. Immers, zij konden wat voor hem niet mogelijk was: informatie vergaren en op grond daarvan besluiten nemen. Door vertrouwen te schenken aan politieke partijen, kon de burger zijn onzekerheid door een gebrek aan informatie over het landsbestuur reduceren. De tijden veranderen. Zo ook de burger en 'zijn' politieke partij.
De burger is beter opgeleid en de nieuwe media geven hem toegang tot informatie die vroeger bekend was bij slechts weinigen. De burger weet het inmiddels even goed als politieke partijen, zoniet beter.

De burger neemt het woord over
ICT leidt tot decentralisatie van kennis. Burgers zijn zelf in staat informatie te zoeken en te vinden. Daardoor weten ze ook meer over staatszaken. Ze willen niet meer worden gevoed door selectieve informatie afkomstig van het voorlichtingsapparaat van de overheid. Burgers kiezen er zelf voor om zich op bepaalde terreinen te informeren en andere links te laten liggen.
Zakelijke onderwerpen en niet botsingen tussen ideologieën vormen tegenwoordig het strijdtoneel van politieke discussies. Aan die zakelijke discussie neemt de mondige, beter opgeleide en goed geïnformeerde burger deel als een volwaardige gesprekspartner. Hij eist zijn plek op en heeft niet langer de behoefte om te worden vertegenwoordigd. Eenmaal tot een conclusie gekomen, wil de burger zijn eigen stem gebruiken bij onderwerpen die hem aangaan.

Achterhaald
Deze burger kan op dit moment slechts op één manier laten zien dat hij zijn stem bewust kan gebruiken: bij elke verkiezing op een andere partij stemmen. De vaste aanhang van politieke partijen kalft af en de 'zwevende' kiezer heeft de macht. Weinigen hebben in de gaten dat deze kiezer helemaal niet zweeft, maar een signaal afgeeft. De burger heeft geen macht. Hij kan slechts voor een periode van vier jaar een achterhaalde functionaris, de politicus, aanwijzen.
Om in de tussenliggende tijd niet helemaal monddood te worden gemaakt, wordt de burger lid van andere maatschappelijke organisaties. Consumentenorganisaties en de milieubeweging noteren elk jaar weer meer leden. De burger weet dat deze lobbyorganisaties iets kunnen doen met zijn stem. Desnoods op demonstratieve wijze.

Het eind van de politieke partijen
Uiteindelijk houdt niemand de geschiedenis tegen en zal er een nieuw staatsbestel worden ontworpen dat past bij deze tijd. Een systeem waarin de democratie in de ware zin des woords is uitgevoerd: het volk spreekt en bestuurt zelf. De politieke partijen zijn niet meer. Niemand heeft behoefte aan hun intermediaire diensten.
Zij proberen nog angstig een nieuwe rol te creëren voor zichzelf. Politieke partijen willen opleidingsinstituten, kweekvijvers worden voor bestuurders. Natuurlijk blijft er dan nog iets over, maar een politieke partij is het zeker niet meer.
De echt talentvollen onder het volk hebben geen politieke partij nodig om zich op te leiden. Daar zijn andere instituten voor. De nieuwe bestuurder is een zakelijke manager die zich dienstbaar toont. Hij luistert naar de wensen en besluiten van het volk en voert deze effectief en efficiënt uit. Hij is niet de eerste, maar de uitgekozene onder zijn gelijken. Deze moderne bestuurder weet hoe hij het volk kan bereiken. Vol zelfvertrouwen gaat hij op het virtuele pad om individueel zijn steun te vergaren. Hij streeft een positie na waarin hij zijn kiezers kan dienen, niet zijn partij.

D66 bestaat binnenkort niet meer
Drieëndertigjaar geleden werd D66 opgericht om het politieke systeem op te blazen. De verzuilde bestuurlijke cultuur in Nederland diende doorbroken te worden. Het land moest zakelijker worden bestuurd door de objectief beste oplossing voor het juiste probleem te vinden.
Inmiddels hebben vele andere partijen deze wijze van besturen van D66 overgenomen en konden paarse kabinetten tot stand worden gebracht. Immers, andere partijen zijn op D66 gaan lijken. En D66 is een partij als de anderen geworden. Het is hoog tijd dat D66 een nieuw bommetje plant. D66 blaast zichzelf op.
We geven D66 hiervoor nog eens drieëndertig jaar. Zesenzestig is een respectabele leeftijd waarop je van je pensioen mag genieten. In de komende jaren zal hard moeten worden gewerkt om de burger de zeggenschap over zijn eigen leven terug te geven. De natuurlijke staat van de democratie, waarin de burger het eerste en het laatste woord heeft, moet worden hersteld door de inzet van ICT. Door dat te doen, wordt D66 als vanzelf overbodig.
Lukt het niet om deze missie te doorlopen in deze termijn, dan is dat onvermogen ook een reden om tot opheffing over te gaan. Maar D66 is tot nog toe een succesvolle partij gebleken. Daar waar andere partijen zweven en praten over een procentje meer of minder, heeft D66 altijd een missie gehad. De eerste missie is vervuld, zo lijken alle commentatoren te zeggen. De tweede missie is pas begonnen.

Atilla Arda
D66


© 2000/2001 Terug Voorpagina Redactie