De maatschappij mondialiseert en informatienetwerken vormen het
zenuwstelsel van deze nieuwe wereld. Wie zich niet aansluit op dit virtuele
zenuwstelsel zal verlamd achterblijven. Ook politieke partijen en
individuele politici zullen de gevolgen van deze ontwikkelingen voelen. De
komst van de TV maakte de politiek zichtbaar voor de burgers. Informatie-
en communicatietechnologie (ICT) zal de politieke partijen tot het rijk der
dinosaurussen verwijzen.
Eigen boontjes doppen
Door creatieve toepassingen van nieuwe technieken verandert de communicatie
tussen burger en bestuur. Tot nu toe informeerde de overheid via Postbus51
het volk. Straks zal het volk met ICT-toepassingen, zoals Internet, zelf
zijn informatie bij elkaar zoeken en het bestuur vertellen wat het wil.
Uiteraard is een slimme overheid op zijn toekomst voorbereid, dus stelde
D66-minister Roger van Boxtel het Actieprogramma Elektronische Overheid op.
Wanneer dit programma is uitgevoerd, zal alle overheidsinformatie op
Internet te vinden zijn, wordt de publieke dienstverlening elektronisch
aangeboden, vindt de beleidsvorming interactief plaats en werkt de
bureaucratie efficiënter. Kortom: een paradijs voor de actieve burger die
zijn eigen boontjes wil en kan doppen. Voeg hier nog elektronisch stemmen
aan toe en een cruciale vraag van onze democratie ligt voor het oprapen:
waarvoor dienen in een dergelijke wereld nog politieke partijen?
De rol van politieke partijen en politici
Vroeger was het niet makkelijk om de kiesgerechtigde Nederlanders
regelmatig bij elkaar te brengen om de toestand van het land te bespreken
en wetten goed, dan wel af te keuren. Nog afgezien van het gegeven dat door
het lage opleidingsniveau van mensen slechts een handjevol burgers in staat
was de noodzakelijke informatie te begrijpen en een oordeel te vellen.
Er ontstond behoefte aan een tussenschakel: de politicus. Deze zou als een
intermediair tussen burger en overheid fungeren. Al snel konden sommigen
het beter met elkaar vinden dan met anderen. Zie hier het ontstaan van de
politieke partij.
De burger was blij met deze organisaties. Immers, zij konden wat voor hem
niet mogelijk was: informatie vergaren en op grond daarvan besluiten nemen.
Door vertrouwen te schenken aan politieke partijen, kon de burger zijn
onzekerheid door een gebrek aan informatie over het landsbestuur reduceren.
De tijden veranderen. Zo ook de burger en 'zijn' politieke partij.
De burger is beter opgeleid en de nieuwe media geven hem toegang tot
informatie die vroeger bekend was bij slechts weinigen. De burger weet het
inmiddels even goed als politieke partijen, zoniet beter.
De burger neemt het woord over
ICT leidt tot decentralisatie van kennis. Burgers zijn zelf in staat
informatie te zoeken en te vinden. Daardoor weten ze ook meer over
staatszaken. Ze willen niet meer worden gevoed door selectieve informatie
afkomstig van het voorlichtingsapparaat van de overheid. Burgers kiezen er
zelf voor om zich op bepaalde terreinen te informeren en andere links te
laten liggen.
Zakelijke onderwerpen en niet botsingen tussen ideologieën vormen
tegenwoordig het strijdtoneel van politieke discussies. Aan die zakelijke
discussie neemt de mondige, beter opgeleide en goed geïnformeerde burger
deel als een volwaardige gesprekspartner. Hij eist zijn plek op en heeft
niet langer de behoefte om te worden vertegenwoordigd. Eenmaal tot een
conclusie gekomen, wil de burger zijn eigen stem gebruiken bij onderwerpen
die hem aangaan.
Achterhaald
Deze burger kan op dit moment slechts op één manier laten zien dat hij zijn
stem bewust kan gebruiken: bij elke verkiezing op een andere partij
stemmen. De vaste aanhang van politieke partijen kalft af en de 'zwevende'
kiezer heeft de macht. Weinigen hebben in de gaten dat deze kiezer helemaal
niet zweeft, maar een signaal afgeeft. De burger heeft geen macht. Hij kan
slechts voor een periode van vier jaar een achterhaalde functionaris, de
politicus, aanwijzen.
Om in de tussenliggende tijd niet helemaal monddood te worden gemaakt,
wordt de burger lid van andere maatschappelijke organisaties.
Consumentenorganisaties en de milieubeweging noteren elk jaar weer meer
leden. De burger weet dat deze lobbyorganisaties iets kunnen doen met zijn
stem. Desnoods op demonstratieve wijze.
Het eind van de politieke partijen
Uiteindelijk houdt niemand de geschiedenis tegen en zal er een nieuw
staatsbestel worden ontworpen dat past bij deze tijd. Een systeem waarin de
democratie in de ware zin des woords is uitgevoerd: het volk spreekt en
bestuurt zelf. De politieke partijen zijn niet meer. Niemand heeft behoefte
aan hun intermediaire diensten.
Zij proberen nog angstig een nieuwe rol te creëren voor zichzelf. Politieke
partijen willen opleidingsinstituten, kweekvijvers worden voor bestuurders.
Natuurlijk blijft er dan nog iets over, maar een politieke partij is het
zeker niet meer.
De echt talentvollen onder het volk hebben geen politieke partij nodig om
zich op te leiden. Daar zijn andere instituten voor. De nieuwe bestuurder
is een zakelijke manager die zich dienstbaar toont. Hij luistert naar de
wensen en besluiten van het volk en voert deze effectief en efficiënt uit.
Hij is niet de eerste, maar de uitgekozene onder zijn gelijken. Deze
moderne bestuurder weet hoe hij het volk kan bereiken. Vol zelfvertrouwen
gaat hij op het virtuele pad om individueel zijn steun te vergaren. Hij
streeft een positie na waarin hij zijn kiezers kan dienen, niet zijn
partij.
D66 bestaat binnenkort niet meer
Drieëndertigjaar geleden werd D66 opgericht om het politieke systeem op te
blazen. De verzuilde bestuurlijke cultuur in Nederland diende doorbroken te
worden. Het land moest zakelijker worden bestuurd door de objectief beste
oplossing voor het juiste probleem te vinden.
Inmiddels hebben vele andere partijen deze wijze van besturen van D66
overgenomen en konden paarse kabinetten tot stand worden gebracht. Immers,
andere partijen zijn op D66 gaan lijken. En D66 is een partij als de
anderen geworden. Het is hoog tijd dat D66 een nieuw bommetje plant. D66
blaast zichzelf op.
We geven D66 hiervoor nog eens drieëndertig jaar. Zesenzestig is een
respectabele leeftijd waarop je van je pensioen mag genieten. In de komende
jaren zal hard moeten worden gewerkt om de burger de zeggenschap over zijn
eigen leven terug te geven. De natuurlijke staat van de democratie, waarin
de burger het eerste en het laatste woord heeft, moet worden hersteld door
de inzet van ICT. Door dat te doen, wordt D66 als vanzelf overbodig.
Lukt het niet om deze missie te doorlopen in deze termijn, dan is dat
onvermogen ook een reden om tot opheffing over te gaan. Maar D66 is tot nog
toe een succesvolle partij gebleken. Daar waar andere partijen zweven en
praten over een procentje meer of minder, heeft D66 altijd een missie
gehad. De eerste missie is vervuld, zo lijken alle commentatoren te zeggen.
De tweede missie is pas begonnen.
Atilla Arda
D66