Vrolijk Pasen: de Paashaas in aktie

Onnatuurlijke bevruchtingsmechanismen bevorderen het ontstaan van nieuwe virussen. Deze (zeldzame) foto, beschikbaar gesteld door de AIVD, toont een experiment binnen de bio-industrie. In het kader van de winstmaximalisatie wordt hier geprobeerd de vruchtbaarheidsdrang van de paashaas te combineren met de vlees- en eierproduktie van de Nederlandse kippen. (foto: © AIVD)
Amsterdam/Zeeburg, 20 april 2003 - Zaterdag kocht ik bij een supermarkt in winkelcentrum Brazilië het laatste doosje "kip in de wei" eitjes. Ze waren zelfs niet geprijsd, bij het afrekenen werd de rij bij de kassa dus langer en langer. Na veel heen en weer gepraat wist men uiteindelijk de prijs vast te stellen. Euro 1.49, voor 6 eitjes.
Of die commotie bij de kassa nu kwam door de paasdrukte die altijd een piek in de verkoop van eieren laat zien - "een ei hoort erbij" - of dat de zich verder verspreidende vogelpest hierbij een rol speelde, dat werd me in de supermarkt natuurlijk niet duidelijk.
Feit is dat steeds meer boerenbedrijven die zich bezighouden met het fokken van kippen en kalkoenen in zogenaamde risicogebieden liggen, en dat het transport van kippenvlees en eieren meer en meer aan banden wordt gelegd sinds de uitbraak van de "klassieke vogelpest", een aantal weken geleden.
De traditionele produktiegebieden voor kip en ei worden steeds meer afgesloten door wettelijke maatregelen, en hoewel dat vooral de export treft, het zou ook invloed moeten hebben op de de binnenlandse markt. In ieder geval, mijn doosje "kip in de wei" was het laatste in het schap.
Hoort het verse, (zachtgekookte) eitje bij de symboliek van Pasen, de wedergeboorte van Christus, en
de vruchtbaarheidsrituelen uit de Germaanse cultuur - de aanvang van de lente, een nieuw seizoen - de huidige problematiek in de pluimveehoederij staat daar diametraal tegenover.
Willen wij nog een Vrolijk Pasen vieren, dan wel zonder de ruimingen van de kippenhouderijen, zonder de televisiebeelden van de miljoenen dieren die afgemaakt worden en in "tonnen" gewogen in de destructie molen verdwijnen. Het is niet anders, maar Pasen 2003 zal onlosmakelijk verbonden zijn met de huidige totale crisis in de pluimveehouderij. Na de mond- en klauwzeer epidemie en de varkenspest van enkele jaren geleden, is de vogelpest de zoveelste ellende die ons boerenbedrijf overvalt.
De vraag is natuurlijk waarom? Wij als consument kunnen ons natuurlijk afvragen, waar we ons geliefde eitje het voordeligst kunnen kopen, we kunnen ons niet afsluiten voor de vraag wat voor consequenties dat heeft.
Concurrentie op prijs leidt altijd tot schaalvegroting. Efficiency in de bedrijfsvoering vraagt om grote aantallen dieren.
Boeren die uit de hand hun kippetjes voeren, een nostalgisch beeld, ook de scharrelkip zit in een commercieel systeem. Nog wel een aantal vierkante meters buitenruimte, maar daar is alles mee gezegd, bij de exploitatie van kip en ei gelden de grote getallen.
Hier ligt de kern van het probleem van de vogelpest. De omstandigheden in de intensieve veehouderij hebben de mogelijkheden geschapen tot het ontstaan van de virulente virusstam die nu medogenloos huishoudt. Het is dus niet onverwachts, de mond en klauwzeer-epidemie en de varkenspest hebben al eerder waarschuwende signalen gegeven.
Natuurlijk werd door de boerengemeenschap allereerst de schuld in de schoenen van de natuurlijke, wilde, vogelpopulatie geschoven. Wilde ganzen en eenden, steltlopers, waaronder de bedreigde kanoetstrandloper, zij zouden de vogelpest gebracht hebben bij de scharrelkippenhouders. Immers hun dieren liepen buiten, de overvliegende trekvogels zouden via hun poep, de ziekte verspreiden.
Deze visie werd tot voor kort breed uitgemeten in de nationale pers, het scheelde niet veel of het zou komen tot een totaal afschot van wilde vogels. Vooral wilde ganzen en eenden moesten het ontgelden, terwijl het onwaarschijnlijk is dat deze dieren De Geldersche Vallei, het gebied rond Barneveld, aan de rand van de Veluwe, zouden frequenteren, het zijn tenslotte waterdieren.
Er waren meer ongerijmdheden in de klaagzang van de pluimveehoederij over de wilde vogels. Hoe was het immers mogelijk dat de vogelpest juist nu uitbrak, terwijl jaarlijks miljoenen wilde vogels het Nederlandse luchtruim doorkruisen, op weg naar het zuiden of noorden, al naargelang herfst of voorjaar. Deze dieren zouden dan toch al eerder scharrelkippenhouderijen hebben moeten infecteren, een vorige uitbraak van de vogelpest was echter ver voor de Tweede Wereldoorlog.
Zoals deze week bleek, ligt het verhaal anders. De vogelpest, al jaren in onschuldige vorm endemisch, kreeg vaste voet in de bio-industrie. Daar vond dit virus een vruchtbare voedingsbodem. Honderdduizenden potentiële prooidieren bijeen. Daardoor kreeg het virus de mogelijkheid zich bijna in het oneindige voort te planten. Met alle mogelijkheden van de eigen genetische variabiliteit, en een toegenomen kans op eventueel kwaadaardige mutaties.
De bio-industrie waar de dieren dicht opeen worden gehouden en waar ze elkaar ongelimiteerd kunnen infecteren, werkt als een proeftuin, een laboratorium waar letterlijk genomen de wet van de grote getallen geldt. Een toevallige kwaadaardige mutatie vond er voedingsbodem en kreeg vervolgens de kans zich razendsnel te verspreiden.
Iets vergelijkbaars zien we bijvoorbeeld ook bij het Sars-virus dat nu de wereld bedreigt, ook dit virus, is ontstaan in een dicht opeen levende gemeenschap, het drukbevolkte zuiden van China.
Zet voldoende dieren/mensen bijeen, en er is kans dat een normaal goedaardig virus op gegeven moment muteert, en de wereld vervolgens voor grote problemen stelt. Uiteindelijk zijn we dan gedwongen de totale populatie van de geïnfecteerde dieren te vernietigen om de verspreiding van deze kwaaddaardige stam te stoppen, de mens wordt in quarantaine gezet, de kippen worden geslacht.
De schaalgrootte van de bio-industrie speelt hierbij dus een centrale rol. Hoe meer dieren bijeen, hoe meer kansen voor een virus, hoe meer kans op een toevallige, in dit geval kwaadaardige mutatie.
En voor men het weet zijn ook andere bedrijven geïnfecteerd, de mobiliteit van de moderne bedrijfsvoering is hier debet aan, kip en ei worden van hot naar her vervoerd, al naar gelang de winstgevendheid van het bedrijfsleven dat vereist.
Voeg daarbij dat een dreiging van een mogelijke uitbraak van de vogelpest een extra dimensie geeft aan dit probleem: 'We moeten ons ontdoen van onze kippen en eieren', zo lijkt de boer te denken, 'vóór de wet beperkingen stelt'. Het vervoersverbod wordt overtreden, nog voor het door traagheid in het handelen van de overheid, is ingesteld. Kortzichtig eigenbelang binnen de sector verergert dus de problemen. De gemeenschap mag dan uiteindelijk tekenen voor de vergoedingen aan de "gedupeerde" pluimveehouders. Onderwijl verspreidt de ziekte zich ongebreideld, de maatschappelijke kosten exponentiëel verhogend. Vrolijk Pasen, een ei hoort erbij.
(Martin van Etten)
Laatste nieuws:
2004: Dierenarts overleden aan vogelpest / China meldt fors hoger aantal SARS-besmettingen