Zeeburg Nieuws

Voorpagina
Dossier Sociale Dienst
Köhler knock-out II

De zegeningen van een grote stad

door Erik van den Muijzenberg

Amsterdam, Zeeburg, 2 april 2001 - Na de zoveelste crisis zit de Amsterdamse sociale dienst opnieuw zonder directie. Voor Kees Tamboer en Jos Verlaan aanleiding tot een kleine terugblik. (Het Parool, 29 maart) Ondermeer schrijven ze dat de plicht van sociale diensten én van hun klanten de uit- keringsduur zo kort mogelijk te houden, in de loop der jaren is verbleekt. Vooral in de grote stad. Zij vinden dat niet zo ver- bazingwekkend. In hun analyse gaan ze echter geheel voorbij aan de positieve factoren van een grote stad.

Volgens Tamboer en Verlaan maakte de crisis van de jaren zeventig en tachtig in de grote stad de meeste slachtoffers, concentreren de probleemgevallen zich in de grote stad en is het in een grote stad relatief gemakkelijk anoniem te blijven. Daar valt wel iets op af te dingen. Er waren en zijn in Nederland gebieden waar de werkloosheid veel hoger is. Anonimiteit kan ook een voordeel zijn, bijvoorbeeld voor gestigmatiseerden. Maar bovendien gaan Tamboer en Verlaan voorbij aan de zegeningen van een grote stad voor een sociale dienst.

Een stad met twee universiteiten, een reeks andere opleidingen, een uitgebreid circuit van mediabedrijven en sociaal-culturele organisaties, beschikt in potentie over een intellectueel kli- maat waarin goede oplossingen kunnen worden gevonden. Ook voor de probleemgevallen die zich wellicht in zo'n stad concentreren. In zo'n stad verwacht ik een openbaar debat over sociale zeker- heid en uitvoeringspraktijk. Bestuurders en ambtenaren met visie en bagage. Een luisterend oor voor wetenschappers, voor personeel, maar ook voor cliënten van de sociale dienst.

Dat debat is in Amsterdam afwezig. De cliënten zijn er lijdend voorwerp. Het personeel wordt er beschouwd als kostenpost. Weten- schappelijke inzichten worden niet benut. Een visie op de proble- matiek ontbreekt. Het niveau van de bestuurders wordt treffend geïllustreerd door de reactie van een raadslid bij het vertrek van de huidige directie: "het is gewoon een zootje". Zo kan men de organisatorische problemen die enige tienduizenden Amsterdam- mers tegen hun wil in een bijkans permanente staat vanafhankelijk- heid, armoede en uitzichtloosheid houden, natuurlijk niet afdoen.

De kiem van de huidige problemen is gelegd toen vele jaren gele- den het oude Iraka-systeem van de sociale dienst moest worden ver- vangen. Een bedrijf zou daar met vooruitziende blik geld voor heb- ben gereserveerd. Amsterdam had dat niet gedaan. Iraka kon alleen worden vervangen door te snijden in de loonkosten van de sociale dienst.
Gekozen werd voor een megalomaan computersysteem. Dit zou vrijwel zelfstandig beslissingen kunnen nemen over het toekennen van uit- keringen. Aldus hoefde aan het opleidingsniveau van het personeel minder hoge eisen te worden gesteld. Er zou dan met goedkoper per- soneel kunnen worden volstaan.

Om twee redenen was dit een fatale vergissing. Ten eerste veronder- stelt zo'n systeem dat de gehele sociale wetgeving er in wordt op- genomen. Maar dat is een dermate ingewikkeld samenstel van regels en uitzonderingen, in schier permanente verbouwing bovendien, dat het alleen tegen zeer hoge onderhoudskosten kan worden geformali- seerd. En dan nog zal zo'n systeem maar moeilijk recht kunnen doen aan de individuele situatie van een cliënt. Het staat derhalve op gespannen voet met het uitgangspunt van de Algemene Bijstandswet.

In de tweede plaats spreekt uit het idee een bekrompen visie op het personeel. Niemand vindt het leuk om te worden gereduceerd tot aanhangsel bij een computersysteem dat dicteert wat je moet doen. Mensen zijn geen robot. Zij zullen proberen aan die rol te ont- snappen. Door sabotage van het systeem, of door ziekteverzuim.

Het NUS - zo heette dat computersysteem - heeft de gemeenschap tenminste honderd miljoen gulden gekost. Het heeft nooit gewerkt. Het zal ook nooit werken. Het uitgangspunt ervan deugt niet. De reorganisaties die het met zich meebracht, hebben de sociale dienst ontwricht en hebben het personeel opgezadeld met gebrek aan houvast. Dit personeel tracht zekerheid te ontlenen aan het rigide toepassen van regels. Lukt dat niet dan wordt men ziek.

Aan de cliënt-kant is de situatie niet veel beter. Tamboer mag graag schrijven over calculerende werklozen, maar dat zijn er maar weinig. De meeste werklozen zijn van goede wil. Zij zijn vaak al jaren werkloos. Kampen als gevolg daarvan met veel pro- blemen. Hun initiatieven worden over het algemeen afgestraft. In Amsterdam kan nooit iets. Amsterdam geeft maar zeer weinig geld uit aan reïntegratie, en de cijfers zijn er dan ook naar. De uitstroom is zeer laag. Wie hier al enige tijd werkloos is, heeft nog bijzonder weinig kans aan die situatie te ontsnappen.

Langdurig werklozen bevinden zich in Amsterdam in een uitzicht- loze situatie. Al jaren. Zij hebben de ene economische opleving na de andere zien passeren zonder dat ze daar van mochten mee- profiteren. Zij hebben ondervonden dat het niet uitmaakt wat ze doen. Dat niets helpt. Langdurig werklozen hebben last van wat psychologen learned helplessness noemen. Aangeleerde apathie.

In de provincie beschikt men misschien niet over de expertise om de pretenties van het NUS te beoordelen, of om het concept van learned helplessness te begrijpen. Van bestuurders en hun ambte- naren in de hoofdstad van ons land mag wat meer inzicht en bagage worden verwacht. Toch hebben zij blijkbaar nooit nagedacht over de vraag of het uitgangspunt van het NUS wel deugde. Of wat de psychologische gevolgen zouden zijn van invoering van dit tien- tallen miljoenen kostende systeem. Dat moeten ook Tamboer en Ver- laan toch tamelijk verbazingwekkend vinden.

Na jaren vol wanprestaties is de sociale dienst van Amsterdam nu redelijk in staat uitkeringen te verstrekken. De controle op de rechtmatigheid is nog steeds ritualistisch. De dienst is nog in geen jaren in staat om langdurig werklozen naar een betaalde baan te begeleiden, en zal dat misschien wel nooit kunnen. Toch blijven de bestuurders deze gebrekkig functionerende organisatie maar op- zadelen met nieuwe taken.

Het alternatief is: de sociale dienst reduceren tot uitkeringsfa- briek, en de reïntegratie van werklozen uitbesteden aan andere or- ganisaties. Dat wordt door menigeen cynisch gevonden en de pas af- getreden directeur was er een fel tegenstander van.

Maar is het niet nog vele malen cynischer om te veronderstellen dat de langdurig werklozen van Amsterdam - enkele tienduizenden personen - jaar in jaar uit beleefd zullen creperen, tot de orga- nisatie eindelijk op orde is? En is het niet verbazingwekkend dat daarover, in een stad vol we- tenschappers, politici en andere opiniemakers, geen debat wordt gevoerd?


© 2001 Naar boven Voorpagina info@zeeburgnieuws.nl