|
| ||||
| Zeeburg Nieuws | ||||
|
| ||||
|
Don Quichotjes van marsepein
door Mohammed Benzakour (17 april 2005)
Er zijn momenten dat je je afvraagt of iets toeval is of niet.
In onze tijden, waarin oproepen tot historisch bewustzijn dagelijkse kost
zijn, en je pas salonfähig bent als je de sterfdag weet van de gebroeders
Johan en Cornelis De Witt, mag wereldliteratuur niet ontbreken. Dus ook niet
Don Quichot.
De ridder van de Mancha is de geschiedenis ingegaan als de zonderlinge,
lachwekkende, droevige, meelijwekkende maar vooral onnozele hals die zo
rijkelijk door slagen werd getroffen. Als we aan hem denken zien we een
magere, slungelige figuur op een zielig, uitgemergeld paard, gebogen neus,
gestoken in een karikaturaal harnas met lans, ter zijde gestaan door zijn
koddige maar trouwe schildknaap Sancho Panza. Wat zijn persoon ten diepste
uitdrukt is die mateloze, onverwoestbare mix van lyriek en dramatiek die
even plechtstatig als ziekelijk is. Zo ziekelijk dat hij achter iedere boom
of struik een spook of vijand vermoedt, zelfs waar bomen noch struiken zijn.
Spreekwoordelijk proefstuk is natuurlijk die scène waarin hij met
ridderlijke kloekmoedigheid afstormt op een stel windmolens die hij aanziet
voor reusachtige monsters met kwaad in de zin.
Nu, vier eeuwen later, kun je je afvragen of het toeval is dat voor deze
beroemde gevechtsscène het meest stereotype merkteken van ons land is
uitgekozen: de molen.
Soms dichten we schrijvers te snel profetische gaven toe, maar als we dat op
spoken jagende legertje 'angsthandelaren' (Geert Mak) aanschouwen dat ons
vandaag omringt, mag Cervantes met trots de hand schudden van Nostradamus.
In het 17e eeuwse Spanje bleken reuzenmonsters vredige wiekmolentjes, in de
21e eeuwse Holland zien we iets soortgelijks: 1. Abou Jahjah is niet de alom
verfoeide 'moslimterrorist', maar gewoon een iets te intelligente
moslimdemocraat; 2. de aan het kruis genagelde Abdul Jabbar van de Ven
blijkt gewoon een grondwetminnende zeloot die modieus zei wat hij dacht; 3.
de 'discriminerende' en 'misogyne' handjesweigerende imam blijkt een kloon
van onze geliefde mediarabbijn Evers; 4. 'Al Qaida kroonlid' Samir A. mag
rustig naar huis omdat weinig strafbaars op zijn kerfstok is aangetroffen;
5. de 'van terreur en homofobie vergeven' Al Tawheedmoskee is ontmaskerd als
een normaal vredig godshuis. (let op: dit nieuws had ik zonder loep niet
opgemerkt in de krant)
Dit laatste is interessant. Het OM moest na grondig onderzoek die hele Al
Tawheed vrijpleiten; hun bibliotheek bleek niet vergeven van draken en
bloeddorstige potenrammers, maar van lectuur die aanspoort tot godsvrucht en
goede werken. Dit is komisch, want weet u het nog? Je kon de krant of tv
niet bekijken of je werd bevangen door het claustrofobische gevoel dat het
elk moment gigantisch homo's kon gaan regenen. Dat zoals in de bizarre film
Magnolia plotseling vette kikkers uit de hemel vielen, we in dit land, als
we niet snel ingrepen, getrakteerd zullen worden op fikse flikkerbuien;
pakketjes zondig vlees die vanaf hoge flats met het hoofd omlaag naar
beneden worden gedonderd.
Misschien heb ik iets gemist, maar ik heb evenveel homo's naar beneden zien
flikkeren als zwijnen parels in hun kont hebben.
Don Quichot dus, gereïncarneerd in de lage landen van de eenentwintigste
eeuw.
Hoe is het met deze dwaze ridder afgelopen? Tragisch. Zijn naam werd al bij
leve een spotnaam. Na vele tegenslagen en een onvervulde want ingebeelde
liefde, keert de arme drommel berooid en ontgoocheld huiswaarts. IJlend op
een kale sponde geeft hij ten slotte de geest. Zijn tot stervens toe aan hem
verknochte metgezel Sancho barst neergeknield aan zijn bedstede in snikken
uit.
Zal het ook zo treurig aflopen met onze Don Quichotjes? Zullen onze
pathologische verlichtingsriddertjes ook eenzaam en ontgoocheld op een kaal
bed eindigen? Vast niet. Onze riddertjes draaien - vóór zij goed en wel bij
het oud vuil zijn bijgelegd - hun Duracel-kontjes dusdanig bij dat ze weer
eindeloos lang kunnen mee tetteren. Zie maar hoe plotseling mild hun nieuwe
toon klinkt, nu alsmaar duidelijk wordt hoe hopeloos leeg hun taal klonk.
Zie hoe hun oude handelsmerk - gezwollen retoriek doorspekt met grove
generalisaties - stiekem wordt ingeruild voor de nuance, vaak in
bijzinnetjes. Zie hoe de bakens worden verzet, door zich bijvoorbeeld dapper
af te keren van hun oude strijdmakker Geert Wilders. Alles onder het mom:
wie niet van gedachte kan veranderen, heeft geen gedachten. Ja demagogen
blijven het, goedschiks of kwaadschiks.
Daarmee openbaart zich ook meteen hét grote verschil met de echte Don
Quichot. Deze bleef tot op het sterfbed geloven in zijn idealen en dromen,
hoe zot ook. Precies dat maakt hem zo echt, authentiek, en daarom zo
minzaam. Onze don quichotjes niet; zij dragen een harnas, daarachter sappelt
het marsepein.
Ps. Als de wereld vergaat, vlucht ik naar Nederland; daar gebeurt alles 50
jaar later, zei Heine in een helder moment. Nu pas, bijna 30 jaar na dato,
verschijnt de Nederlandse vertaling van misschien wel de belangwekkendste
studie van de vorige eeuw: Oriëntalism van Edward Said. Mogelijk dat dit
onze wijdverbreide donquichotterie verklaart.
Mohammed Benzakour (deze column is eerder verschenen in Contrast, en wordt hier met toestemming van de auteur opnieuw gepubliceerd) |
|||
|
|
||||
| © 2005 | Naar boven Voorpagina | info@zeeburgnieuws.nl | ||