Wethouder Pauline van Hoogenhuizen-Verploegh over haar vertrek:
Slangenkuil Almere
ALMERE/ZEEBURG, 31 mei 2001 -
In Almere zijn in korte tijd vier wethouders afgetreden. Een van hen,
Pauline van Hoogenhuizen- Verploegh, is zwaar teleurgesteld in het college
waarvan ze deel uitmaakte, in burgemeester Hans Ouwerkerk en zeker ook in
een aantal VVD-Ieden. Een interview.
Er is politieke moord op mij gepleegd. Nog steeds zijn er geen feiten aan
het licht gekomen waaruit blijkt dat ik slecht heb gefunctioneerd. Door het
vertrek van een onderwijswethouder aan het begin van de collegeperiode
kreeg ik de mogelijkheid wethouder te worden. Ik wilde aanvankelijk niet
maar er waren geen geschikte andere kandidaten. Na aandringen vanuit mijn
partij heb ik de functie aanvaard. Toen ik aantrad, was de hiërarchie
binnen B en W al bepaald. Het college zag bovendien nog twee wethouders
vertrekken. Dat komen en gaan van mensen heeft niet tot een optimale sfeer
geleid, om het maar voorzichtig uit te drukken.
Ik wil vooropstellen dat ik nooit hoogoplopende conflicten heb gehad met
collega's, maar de samenwerking verliep moeizaam. Binnen het college werd
een domeinenoorlog gevoerd. Veel wethouders wilden stukjes van andere
portefeuilles afnemen. Daar had ik direct mee te maken, omdat bij mijn
portefeuille - onder meer onderwijs en personeel en organisatie - veel
samenwerking met andere collega's komt kijken.
SCHOOLJUF
'Op een aantal terreinen was zelfs sprake van openlijke tegenwerking. Zo
moesten er met spoed vijftien nieuwe locaties komen voor een basisschool.
Wat doet de VVD-wethouder van ruimtelijke ordening? Hij wijst alle
mogelijkheden af die werden aangedragen. Waar die tegenwerking vandaan
komt? Ik denk dat het te maken heeft met een ordinaire machtsstrijd, anders
kan ik het niet verklaren. Ik kwam later binnen in het college, de
hiërarchie was al bepaald.
De verwijten dat ik mij als een schooljuf zou gedragen kan ik niet serieus
nemen. Het is wel zo dat ik mijn nek durf uit te steken. Ik ga misschien
wel teveel voor de liberale zaak en te weinig voor het politieke compromis.
Ik kreeg bijvoorbeeld bitter weinig steun in het college voor mijn
standpunt in de kwestie rond het schudden van handen op de islamitische
school. Als liberaal stelde ik het ontoelaatbaar te vinden dat de
mannelijke schoolbestuurders de hand van een vrouwelijke wethouder niet wilden schudden. Het college vond dat ik me wat milder moest opstellen. Ook is het mij kwalijk genomen dat ik tegenover televisieploegen die op bezoek waren, heb toegegeven dat Almere een enorm lerarentekort heeft door de groei van de bevolking. Dat is ook zo, dus waarom zou ik dat niet mogen zeggen?
DRAAGVLAK
'Tijdens mijn afwezigheid van twee maanden zijn er dingen gebeurd die echt
niet door de beugel kunnen. Een paar weken voor mijn ziekte had ik nog om
extra geld gevraagd voor het onderwijs. Ongeveer 10.000 gulden per school.
Als positief signaal. Dat kreeg ik niet.
'Ik ga misschien wel teveel voor de zaak en te weinig voor het compromis'
Het college vond dat de schoolbesturen eerst maar moesten aangeven waar ze
het geld voor zouden gebruiken, terwijl de problematiek allang bekend is.
Maar toen ik ziek thuis zat, kwam er opeens 24 miljoen gulden extra vrij
voor het onderwijs. Schitterend natuurlijk dat alle plannen die er al lagen
in één klap gerealiseerd konden worden. Maar het kwam neer op politieke
moord.
Tijdens mijn ziekte is daardoor een negatief beeld van mij ontstaan. Ik zou
niets voor elkaar krijgen, terwijl de VVD-wethouder die onderwijs waarnam
wel succesvol zou zijn. Ik kon mij door mijn ziekte niet verdedigen.
Prominente VVD'ers binnen de fractie hebben tijdens mijn ziekte
aangedrongen op vertrek. Het draagvlak zou ontbreken. Ik besloot echter als
wethouder terug te willen keren.
De meerderheid van de fractie vond dat risicovol maar gaf toe dat er geen
feiten waren die mijn functioneren onmogelijk maakten.
Op dinsdag 25 april verscheen ik daarom weer op het gemeentehuis. Maar de
vergadering werd niet geopend. 's Middags was er coalitieoverleg. Het
college gaf aan niet meer met mij te willen samenwerken. In een brief aan
de raad stelden ze dat problemen op het relationele vlak de samenwerking
verhinderde. Feiten waaruit bleek dat ik niet functioneerde, worden in deze
brief niet genoemd.
BURGEMEESTER
'Een beschamende vertoning. Zonder naar de uitspraak van de raad te
informeren ben ik gedwongen op non-actief gezet. De burgemeester deed er
met onacceptabele uitspraken in de media nog eens een schepje bovenop. Hij
stelde dat ik niet functioneerde en dat ik een ijverig wethouder was met
weinig rendement. Dat kan de voorzitter van het college natuurlijk niet
zeggen voordat de raad een oordeel heeft geveld. Bovendien werd ik onder
druk gezet om mijn ontslagbrief zo snel mogelijk in te leveren voordat een
eventuele raadsvergadering zou plaatsvinden.
'Ik denk dat het te maken heeft met een ordinaire machtsstrijd'
Ik heb dat echter alleen gedaan op voorwaarde dat er een openbaar
raadsdebat over mijn aftreden zou komen. Als de raad stelt dat ik het
slecht heb gedaan, dan vind ik dat prima. Dat er nu uiteindelijk nog drie
wethouders - van de PvdA en GroenLinks - zijn afgetreden, voordat de
oppositie tot vragen kon komen, maakt duidelijk dat het zeker niet alleen
om mij ging. Er is al die tijd een rookgordijn opgetrokken om aan het zicht
te onttrekken wat er allemaal misging in het college. Ik denk dat ik een
martelaarsrol heb vervuld.
Over de rol van de burgemeester wil ik niet al teveel kwijt. Mijn verhaal
spreekt voor zich.
Tijdens mijn ziekte heb ik twee korte telefoontjes en een e-mail van hem
ontvangen. Na mijn terugkeer heeft hij me heel kort gebeld om te vragen of ik mijn ontslagbrief in zou leveren. Toen ik dat gedaan had heeft hij het ontslag nog eens een keer bevestigd. Nee, dat was zeker geen lang gesprek'.
(Bron: Binnenlands Bestuur 20 18/5/2001, door: Martijn van der Kooij)