Zeeburg Nieuws

Voorpagina
Digitaal trapveldje
Nevenstaand artikel onder verantwoordelijkheid van de redactie van ZeeburgNieuws is 20 januari 2000 gepubliceerd in de bundel "Digitaal Divers", uitgegeven door het Amsterdams Steunpunt Wonen ter gelegenheid van de stedelijke conferentie over digitale trapveldjes.

De lessen van Zeeburg Nieuws

Op 1 april 1999 verscheen het eerste nummer van Zeeburg Nieuws, een digitale buurtkrant gericht op het stadsdeel Zeeburg en omstreken. Het initiatief kwam voort uit een behoefte tot een meer onafhankelijke nieuwsvoorziening over het reilen en zeilen binnen het stadsdeel.
"Als de zaag daadwerkelijk aan de wortel van de boom gezet wordt begint doorgaans pas de inspraak," aldus een bewoner van Zeeburg, daarmee de situatie rond inspraak en betrokkenheid van de buurt bij de politieke besluitvorming helder samenvattend.

Voor de initiatiefnemers van Zeeburg Nieuws was het opzetten van een internet-krant tegelijk ook een eerste kennismaking met het internet zelf. Een soort "trapveldje" avant-la lettre, waarin geleerd moest worden hoe te publiceren op internet, de sterke kanten van dit medium te benutten, en vooral niet te vallen in de vele valkuilen die er ook zijn.
De stormachtige ontwikkeling van het wereld wijde web is op de ontdekking van de boekdrukkunst na zonder enig precedent. Het blijkt nu voor iedereen mogelijk anderen tegen relatief lage kosten deelgenoot te maken van gedachten en meningen. Naar buurt- en wijkniveau vertaald: het internet biedt bewoners ongekende mogelijkheden zich te manifesteren en zich aan de lokale gemeenschap bekend te maken. Dit geldt voor individuen, verenigingen, winkeliers, en stadsdelen in gelijke mate.

De digitale krant Zeeburg Nieuws koos als invalshoek het brengen van dagelijks nieuws. Een van de verrassende conclusies was al snel dat in het kleine stadsdeel Zeeburg zoveel aan de hand is dat de aanvankelijke éénmansredactie zijn handen vol had om alles te kunnen volgen. Dat komt niet in het minst door de vele problemen waarmee deze, deels achterstandsbuurt, te kampen heeft.
Geleidelijk aan werd tevens duidelijk dat de multiculturaliteit van Zeeburg in de kolommen van Zeeburg Nieuws nauwelijks aan bod kwam, en dat uitbreiding van de redactie met allochtone redactieleden een must is, wil een krant of een redactie zich tenminste kunnen beroepen op enige representativiteit.
Zo ontstond begin 2000 een uitgebreider initiatief waarin Zeeburg Nieuws, samen met andere groepen bewoners, participeerde in een project van het Wijkbouworgaan Indische Buurt voor een digitaal trapveldje in Zeeburg. Door het ontbreken van de vereiste co-financiering echter, is dit bewonersplan in de loop van vorig jaar een zachte dood gestorven en opgegaan in een door stadsdeel Zeeburg opgestelde aanvraag voor een trapveldje.

In het oorspronkelijke projectplan zou het "digitale trapveldje" een computer- en internet leer- en werkplek worden met een concrete praktijkinvulling: het maken van een digitale krant, het opzetten van een informatie-centrum voor de buurt en het helpen van ondernemers bij het zichzelf presenteren op internet. Op het trapveldje zouden volgens de initatiefnemers laag opgeleide jongeren, met achterstanden in computerkennis en taal, centraal moeten staan.
Zo zouden veel doelen in één keer bereikt kunnen worden. Uitgaande van het didactische concept dat motivatie verkregen zou kunnen worden door uit te gaan van de 'eigen situatie' van de deelnemers, zou spelenderwijs een buurt website kunnen groeien, die bij zou kunnen dragen aan de emancipatie en integratie van betrokkenen.

Deze uitgangspunten leken aanvankelijk zeer goed aan te sluiten bij de door minister Roger van Boxtel geformuleerde doelstellingen voor de 'digitale trapveldjes'. Zij zouden mogelijk ook aan kunnen sluiten bij de ambities van stadsdeel Zeeburg de Kenniswijk te worden.
Het voorjaar van 2000 bracht dan ook groot enthousiasme bij de verschillende initiatiefnemers, in de verwachting dat zij een rol zouden kunnen spelen in de door de overheid voorgestane ICT-ontwikkelingen in de buurt.

De praktijk wees echter anders uit. Stadsdeel Zeeburg volgde een eigen koers. Het leek niet werkelijk bereid tot samenwerking met de verschillende particuliere initiatieven. Het Kenniswijk-project werd vooral van 'boven af' geleid, maar ook de bewoners-initiatieven binnen het 'trapveldje' kregen geleidelijk aan steeds minder plek en verdwenen uit de definitieve subsidieaanvraag. Een stuurgroep, waarin ook bewoners zitting zouden hebben, kwam niet van de grond.
Zo bleef het overheidsvoornemen iets te doen aan de achterstanden op het gebied van computer- en internetkennis, het opheffen van de digitale kloof, en bij de uitvoering daarvan de bewoners zelf te betrekken, vooralsnog niet meer dan een mooi voornemen.

Allochtone organisaties in het stadsdeel Zeeburg beschikken na meer dan een jaar discussie nog steeds niet over computers en snelle internetverbindingen. Jeugdcentra moeten het doen met "afdankertjes" of komen later misschien nog in aanmerking voor de "tweede-kans computers" die het stadsdeel in het kader van het 'trapveldje' wil uitzetten.
De internetkrant Zeeburg Nieuws wordt nog steeds uit particuliere middelen betaald, ondanks het feit dat deze krant nuttig kan worden ingezet bij de verbreiding van ict-kennis, het werken aan taalachterstanden en het vergroten van de buurtbetrokkenheid en de integratie van bewoners.
Wordt gesproken over financiering: het stadsdeel verwijst naar de door bezuinigingen getroffen wijkopbouworganen. Stedelijke fondsen waarbij wordt aangeklopt, wijzen weer naar op de "verantwoordelijkheid" van de stadsdelen. Geeft men tonnen, zo niet miljoenen uit aan de websites van stadsdelen en de gemeente Amsterdam zelf, voor de initiatieven vanuit wijken, bewonersgroepen of migrantenorganisaties, is nauwelijks geld beschikbaar.

Wil de gemeente Amsterdam bewoners werkelijk betrekken bij de ontwikkelingen van ict en internet, en ze hierbij mogelijkheden bieden zich te scholen om bestaande achterstanden weg te werken, dan zal een andere koers gevaren moeten worden.
Zoals gebleken gonst het in bijna alle buurten van de initiatieven. Plannen afkomstig van bewoners, van "onderop", ideeën die het waard zijn uitgeprobeerd en gesteund te worden. Kiezen voor 'vertrouwde' opties, zoals recentelijk, voor de uitbreiding van de openingstijden van de computerplekken in de bibliotheken, laat de de andere initiatieven in de kou staan.
Dat bijvoorbeeld een computer-project in stadsdeel Oost-Watergraafsmeer, dat allerlei allochtone organisaties op ict gebied op weg wil helpen, pas van de grond kon komen door de inzet van "toevallig" in de reserves van het stadsdeel gevonden middelen, is tekenend voor de werkelijk problematiek van de financiering van de bewoners-initiatieven.
De anderhalf miljoen gulden die de gemeente Amsterdam volgens de beleidsnotitie "Laagdrempelige ICT -voorzieningen op wijkniveau" nu wil inzetten voor het wegwerken van ict-achterstanden bij bijna vijftig procent van de Amsterdamse bevolking, is nauwelijks een druppel op de gloeiende plaat te noemen. Dat deze gelden nota bene stammen uit de jaren 1998, 1999 en 2000, en dat de Amsterdamse gemeenteraad en het college van B&W niet in staat blijken te zijn extra middelen vrij te maken voor het dichten van de digitale kloof, geeft te denken over de politieke bereidheid werkelijk iets te doen aan de achterstanden van grote groepen Amsterdammers.

Martin van Etten, eindredacteur


© 2001 Naar boven Digitaal trapveldje Voorpagina info@zeeburgnieuws.nl