|
|
Hoop en geloof in nieuwe president

JAKARTA/Zeeburg, 12 maart 2000
Na precies drie jaar terug op Java. In die tijd is hier veel gebeurd. Het
merendeel van het Indonesische volk verlangde hevig naar het aftreden van
Soeharto. Habibie mocht even op het erepodium plaatsnemen, maar zelfs de
hoogste trede maakte de nummer 1 niet de grootste van het land. Nu onder
het presidentschap van Abdulrachman Wihad alias Gus Dur lijkt er een einde
gekomen aan jarenlange onderdrukte spanning en gewelddadigheden, op Java
welteverstaan. Werd onder Soeharto nog waarde gehecht aan economische
ontwikkelingen, nu onder Wihad zijn het nadrukkelijk politieke en sociale
ontwikkelingen die de aandacht vragen. Maar als je dan de Engelstalige
krant The Jakarta Post doorleest, stuit je bijna dagelijks op kritische
beschouwingen ten aanzien van de vaak grillige beslissingen van Wahid. Toch
gelooft het gewone volk in hem (en vice-president Megawati Sukarnoputri).
CNN-reporter Maria Ressa verwoordt het treffend: "Wahid heeft zijn eigen
stijl van handelen, die in de ogen van westerlingen niet te volgen is. Maar
als het werkt, werkt het...
In de paar maanden dat hij als president aan het bewind is, voldoet hij ruimschoots aan de verwachtingen. Niet alleen westerlingen begrijpen niet veel van het grillige doen en denken van Wahid. Ook zijn achterban is soms verstomd door de manier waarop hij handelt.
Belangrijk is echter te realiseren dat Wahid uit een zekere cultuur is
voortgebracht en dat die cultuur hem accepteert, ondanks de frustraties.
Hij blijft bijzonder populair bij het volk. Zijn portret en dat van
Megawati lachen je in o.a. in alle overheids- en bankgebouwen bemoedigend toe.
Veiligheid
Op weg van het vliegveld naar de wijk Cengkareng in West-Jakarta komen we
voorbij heel nadrukkelijk aanwezige complexen. Ze vallen gelijk op omdat ze
zwartgeblakerd zijn, en/of alle ramen gesneuveld zijn. Nog altijd overblijfselen van de ernstige rellen in mei 1998. Niemand maakt voorlopig nog aanstalte deze
puinhopen te bergen en er iets nieuws voor neer te zetten. Hier zaten
voornamelijk Chinese neringdoenden die in de ogen van de opstandige menigte
het verdienden hun heil ergens anders te zoeken. De eerste dagen in Jakarta
merk ik gelukkig dat met de komst van het nieuwe bewind de rust is
teruggekeerd en men elkaar gelukkig weer gedoogt...
Aan Cengkareng, waar een van de tantes woont, grenst een kleine Chinese wijk. Een enkel met prikkeldraad versterkt hek herinnert aan onveilige tijden. Maar ook nu nog moeten slagbomen met bewakingsmensen voor veiligheid zorgen. Lopend en fietsend patrouilleren security-mensen regelmatig. Met portofoons houden
ze contact met elkaar en de centrale post. Aan de huizen lees je de
welvaart van de Chinese bewoners af.
Even voor de laatste slagboom van deze wijk eten we in een net geopend visrestaurant; we zijn met onze familie de enige eters van niet-Chinese afkomst. Niet zo vreemd als je de aparte lijst met dagprijzen ziet en bovendien gaan de garnalen per ons. We proberen van alles. De Indonesische spinazie (kangkung), gegrillde garnalen (helaas weinig gekruid), gebakken goudvis, gefrituurde inktvis, versgeplette sambal en tempeh zijn wel lekker maar niet bijzonder (zo verwend we zijn door de familiekoks, trouwens wie kookt er niet lekker in Indonesie?).
Bovendien worden niet alle gerechten tegelijk opgediend. Dat is hier gewoon
en went vanzelf. Twee gebakken vissen en de te laat opgediende tempeh nemen we mee naar huis voor de studerende neven. Voor zeven personen betalen we bij Puri Kosanbi,
inclusief openingskorting van 20%, net Rp 100.000, zo'n fl. 30.
Bakso blijft toch het lekkerste tussendoor...
We betrappen onszelf erop dat we bijna elke dag bakso kopen. 't Liefst voor
onszelf, dan wel voor iedereen in onze buurt. De prijs varieert van Rp
2.000-3.000, nog geen gulden. Noem het soep, noem het een portie mi. Ik hou
het op maaltijdsoep, met of zonder noedels. Maar ik wil alles erin.
Vleesballetjes, als het meezit wel 8-9 stuks, soms een hele grote waarin
een gekookt ei zit verstopt, paksooi, soepgroente die voorradig is en een
al of niet lokale verrassing er nog in. Die varieert van stukjes kip
tot vet of ondefinieerbare substantie. En echt lekker en af maak
je het met tenminste drie flessen; (meestal zoete) ketjap, tomatenketchup
(voor de kleur) en ('t liefst verse) sambal.
Ayu, mijn vrouw, begint al bij de eerste hap te hoesten en laat altijd iets in de kom achter, terwijl ik toch vooral alles op eet en drink, zo van "zie je wel, het was zo lekker dat ik alles keurig heb opgegeten".
Bakso is goed als tussendoor, als basis voor verdere trek. Het is
verslavend en terug in Nederland red je het niet met die Unox Noodles of
whatever. Trouwens de Nissin Mi Goreng van 68 gram ligt hier vandaag in de
winkelschappen van Rp 585 voor Rp 510 (15 ct), de volledige mand met
boodschappen was Rp 41.000, nog geen 12 gulden, ik hou me mond, 't blijft
hier tot het genante af goedkoop voor ons. We zijn hier rijk...
|
|