|
| ||||||
| Zeeburg Nieuws | ||||||
|
| ||||||
|
MORDIDO UN PERRO 6 / Barbertje moet hangen Cusco, 22 juli 2000 - We zijn om half negen op het politiebureau. Van hond en eigenaar ontbreekt vooralsnog ieder spoor. Cardenas Tello is er wel, even innemend als gisteren. Hij schudt ons de hand en vraagt of alles, de omstandigheden in aanmerking genomen, goed gaat. We zeggen "ja" en lachen naar hem terug. Als we willen gaan zitten komt de hondeneigenaar binnen. Hij is klein van stuk, schudt zwijgend de handen van alle betrokkenen en oogt als een brompot. Of is hij gewoon nerveus?
Cardenas Tello wil mijn verklaring opnemen. Maar we hebben toch al een proces verbaal? Hij maakt me duidelijk dat er een verschil is tussen een verklaring en een proces verbaal en dat dat verschil voornamelijk bestaat uit het feit dat ik van het proces verbaal geen kopie voor de verzekering kan krijgen. Met Cardenas Tello componeer ik een mooie verklaring waarvan ik de doorslag, breeduit gestempeld, van drie handtekeningen en de afdruk van mijn wijsvinger voorzien, mag houden. Dan legt Cardenas Tello uit dat hij de hondeneigenaar gaat verhoren en dat wij daarbij niet nodig zijn. Vanmiddag zal "de confrontatie" plaatsvinden en zien we verder. Schikt het ons om een uur of zes? We lopen het kantoortje uit. De hondeneigenaar neemt, totaal verpletterd, plaats in de stoel naast de rechercheur.
Als we al een eind op weg zijn richting Plaza de Armas, komt Cardenas Tello ons achterop gerend. Hij verontschuldigt zich in het Engels, hijgt, lacht en zegt dat hij vergeten is mij te vragen mijn gegevens te noteren. Hij houdt mij een clipboard met een wit vel papier en een pen voor. Ik schiet in de lach, schrijf voor de vierde keer mijn gegevens op en geef hem het plankje terug. Hij verontschuldigt zich nogmaals, zegt "tot zes uur" en keert op een holletje terug naar de sidderende Hondeneigenaar.
Klokke zes zijn we terug, evenals Hondeneigenaar. "De confrontatie" bestaat er om te beginnen uit dat Cardenas Tello tegen de man zegt dat hij mijn ziekenhuiskosten moet betalen. De man geeft geen kik maar wordt hij niet nog een stukje kleiner? Ik leg uit dat ik voor dat soort zaken verzekerd ben dus dat dat wat mij betreft niet hoeft. En dat ik het belangrijker vind dat er bij het pad een bord komt te staan, met de afbeelding van een woestkwijlende hondenkop, tussen de huiveringwekkende scheurkiezen fladderen de resten van mijn rechter broekspijp, met bloedspetters. Enfin, zoiets. Na een tête à tête tussen Hondeneigenaar en Cardenas Tello - de laatste duwt de man mijn voorstel simpelweg door de keel - gaat de eerste accoord. De rechercheur legt uit dat als dit het besluit is waar beide partijen tevreden mee zijn, we dit bij de moeten notaris laten vastleggen.
Met Hondeneigenaar voor ons uit lopen we naar het notariaat. Daar vraagt Hondeneigenaar wat het maken van een acte kost en neemt Merel apart. In de veronderstelling dat vrouwen gevoeliger zijn voor het lijden van een man zonder geld, vraagt hij haar de vijfentwintig gulden te betalen. Dit verzoek treft Merel als buitengewoon onterecht. Met een geslagen Hondeneigenaar voor ons uit keren we onverrichterzake terug op het politiebureau. Zeer tegen de zin van Cardenas Tello, die inmiddels het bloed van de man wel kan drinken. Er volgt een kwartier driftig maar onverstaanbaar geruzie tussen hem en Hondeneigenaar. Er wordt veel heen en weer gelopen. Af en toe vangen we flarden op als "hond moet dood" en "kan niet zonder hond".
Als Cardenas Tello getergd het kantoor uitstampt, houd ik hem staande. Ik vraag of hij even mee kan lopen. In het zonnetje op de veranda stel ik zachtjes voor Hondeneigenaar een verklaring te laten tekenen waarin hij belooft bij het begin van het pad naar zijn huis een duidelijk bord neer te zetten. Als na het weekend iemand van de motorbrigade even langsrijdt en vaststelt dat het bord er staat, zijn we allemaal blij de affaire te vergeten. Ik zeg tegen de rechercheur dat ik door een teefje ben gebeten. Er volgt weer een kort, geagiteerd en onverstaanbaar overleg tussen hem en Hondeneigenaar waarvan de uitkomst is dat de dierenarts zich afgelopen mei vergist moet hebben. Hondeneigenaar, die inmiddels als een doorgewinterde analfabeet het carnet bestudeert, dient dit per kerende post in orde te maken. Hij knikt verschrikt. Van Cardenas Tello krijgen wij de verzekering dat als we morgenochtend nog even langskomen, we een dikke streep kunnen zetten onder een ongelukkig incident. We laten beide mannen schaven aan hun zoveelste verklaring en gaan eten.
Vrijdagmorgen - ik ben maandagmiddag gebeten - geven we Cardenas Tello voor de laatste maal de hand. Hij stelde mij kort tevoren met een ernstig gezicht de vraag of ik Hondeneigenaar voor de rechter wilde slepen teneinde zijn dier in veertig gelijke delen te laten hakken of dat ik afzag van verdere procedures. Ik zei dat als hij er op toezag dat het bord er kwam, ik de hond een gezond, liefdevol en puppyrijk leven toewenste. Hij leek opgelucht dat ik niet doorzette en ons afscheid was allerhartelijkst. |
|||||
|
| ||||||
| © 2000 | Latijns Amerika & de Cariben Terug | Redactie | ||||