Zeeburg Nieuws

Voorpagina
Latijns Amerika & de Cariben

Fulco's column
0906: Begin

0906: Gastgezin

2206: Machu Pichu

2806: Alfred Kossman

2806: Holland spreekt een woordje mee

3006: Meeting the locals

3006: Fútbol esta guerra

0207: Moord en doodslag

0307: De vlinder

0307: Nasca-lijnen

0507: Poep

0507: Externe factoren

0907: Taxioorlog

1207: Cusco I

1207: Cusco II

1207: Cusco III

1207: Goederen en diensten

1307: Yma Sumac

1307: Panamericana digital

1507: Goederen en Diensten II

1607: Provo in Cusco

1607: Schillen

1807: Perro I

1807: Perro II

1907: Perro III

2007: Perro IV

2107: Perro V

2207: Perro VI

2207: Perro VII (slot)


MORDIDO UN PERRO 5 / Op de hondenkar

Cusco, 21 juli 2000 - Zeitgeist noch De Neus zijn aanwezig. Agent Antonio Cardenas Tello stelt zich voor. Hij is jong, gaat simpel maar sportief gekleed en hij laat met pretoogjes horen dat hij een beetje Engels spreekt. Ik vat de afgelopen vierenveertig uur voor hem samen. Hij neemt enthousiast plaats achter de computer. We gaan de hele procedure opnieuw doen, te beginnen bij het proces verbaal. Hij maakt een competentere indruk dan zijn collega's en ik geloof dat hij dat weet.
Er blijkt wel degelijk een standaardtekst in de computer te zitten. Als we na een half uurtje klaar zijn, gaat Cardenas Tello informeren wanneer we die middag op hondenjacht gaan. Hij keert terug met zijn chef, een man in een okerkleurig ski-jack. Hij vraagt of we om vijf uur weer op het bureau kunnen zijn. Dan gaat iemand met mij de berg op zodat ik de hond kan identificeren.
We beloven om vijf terug te keren.

Als we het bureau uitlopen, geef ik Merel tien cent.
"Ik wed dat er vanmiddag een auto voor ons klaar staat."
Ze kijkt me verbaasd aan.
"Denk je dat echt?"
"Nee, maar als we alletwee wedden dat 'ie er niet staat en hij staat er wel, wie wint de pot dan?"
Merel wint de pot. Natuurlijk.
Cardenas Tello stuurt ons per taxi naar een parkeerplaats op de berg. Daar zal een motoragent naar toe komen, die met mij de hond zal gaan zoeken.
Als we het bureau uitlopen, geef ik Merel twintig cent. Ze bergt het muntstuk op en houdt een taxi aan.
Ditmaal win ik.

De agent ziet eruit als een Playmobilmannetje; dunne benen, een breed lijf en een reusachtige helm. Als ik achterop stap, voel ik door veel textiel heen twee dunne schouders.
Hij geeft gas. De motor gromt diep en betrouwbaar. Zwaaiend naar Merel rijden we verder de berg op. Het perspectief is prachtig; ik steek ruim uit boven de helm en zie alle mensen langs de weg ons verbaasd gadeslaan. Ik wuif nu en dan minzaam maar maak het niet te gek.
Bij het pad-naar-het-huis-met-de-hond aangekomen, stoppen we. Ik stap af, beschrijf de hond nog eens en knik naar het huis. De agent geeft gas en hobbelt het pad op. Als hij bij het huis afstapt, duikt de hond op. Het beest bijt de agent meteen in zijn been. Het gevecht met schoppen, bijten, schreeuwen en blaffen duurt tot de jongen naar buiten gestormd komt en de hond verjaagt. De fles 7Up wordt niet gehaald dus er zit geen gat in de politielaars. De andere familieleden komen tevoorschijn. Vanaf het begin van het pad heb ik uitzicht op een poppenspel zonder tekst.
De voorstelling duurt tien minuten waarin voor het oog niet veel gebeurt. Dan komt de agent teruggehobbeld. Hij toont het gat in zijn broekspijp en lacht. Hond & eigenaar zijn morgenochtend om acht uur op het bureau "voor het onderzoek". Ik beloof na het ziekenhuis meteen te komen en stap weer achterop.

Deze keer slaat de motor niet aan. We stappen weer af. Hij schudt de motor om te horen of er nog benzine in de tank zit. Het klotst. Als hij de standaard uitklapt, horen we achter de heg de hond furieus blaffend op ons af rennen. We springen achter de motor en grijpen alletwee een steen. Met de stenen in de aanslag staan we bewegingloos te wachten op het onontkoombare ogenblik dat de Firma Blaffen & Bijten de hoek om vliegt en ons de strot afbijt.
Vlakbij stopt het blaffen en grommen. In de stilte die volgt lijkt zelfs de wind haar adem in te houden. Elk geluid, hoe onbeduidend ook, kan nu de helse furie over ons afroepen. Als een man leggen we de stenen op de grond. De agent tilt de motor van de standaard en samen duwen we de tweewieler de weg op. Als de motor bergafwaarts vaart begint te maken, springen we erop.

Zonder dat de motor nog aanslaat, rijden we een flink eind terug. Maar als de weg weer omhoog gaat, staan we onvermijdelijk stil. De agent legt uit dat hij het probleem kan verhelpen maar dat dat wel even duurt.
De avond valt. De parkeerplaats waar we Merel hebben achtergelaten is om deze tijd geen plek voor een vrouw alleen. Ik zeg de agent gedag, beloof nogmaals morgenochtend op het bureau te zijn en ploeg mijn weg door velden, greppels en slootjes richting parkeerplaats. Als Merel en ik de berg afdalen, horen we ergens in het donker een motor aanslaan.
(wordt vervolgd)

Vervolg Terug Aflevering I


© 2000 Latijns Amerika & de Cariben Terug Redactie