Zeeburg Nieuws

Voorpagina
Latijns Amerika & de Cariben

Fulco's column
0906: Begin

0906: Gastgezin

2206: Machu Pichu

2806: Alfred Kossman

2806: Holland spreekt een woordje mee

3006: Meeting the locals

3006: Fútbol esta guerra

0207: Moord en doodslag

0307: De vlinder

0307: Nasca-lijnen

0507: Poep

0507: Externe factoren

0907: Taxioorlog

1207: Cusco I

1207: Cusco II

1207: Cusco III

1207: Goederen en diensten

1307: Yma Sumac

1307: Panamericana digital

1507: Goederen en Diensten II

1607: Provo in Cusco

1607: Schillen

1807: Perro I

1807: Perro II

1907: Perro III

2007: Perro IV

2107: Perro V

2207: Perro VI

2207: Perro VII (slot)


ME HA MORDIDO UN PERRO 1 / Sodemieter op, rothond!

Cusco, 17 juli 2000 - Hoogmoed komt voor de val. Ik had nog niet geschreven dat onze poep uitstekend was of Merel moest het bed houden. Met meer dan dertig toiletbezoeken per etmaal maakte zelfs de hoteleigenaar zich zorgen. Op ons verzoek kwam hij ieder heel uur een beker cocathee brengen en voegde daar steeds een opbeurend woord aan toe.

Met Merel in veilige handen besluit ik de Inca ruines ten noorden van Cusco te bezoeken. Het landschap trilt onder de wolkenloze hemel en ik wandel de hele dag van machtig uitzicht naar prachtig fort. Omdat ik de laatste opgraving, een heus theatertje, niet kan vinden, loop ik een pad naar een wit huis op om de weg te vragen. Halverwege komt een blaffende hond mij tegemoet. Ik ken de theorie en blijf bewegingsloos staan.
Hoop dat hond theorie ook kent.
Het misverstand is evident: Ik kom de weg vragen, hond denkt ik kom bazin in repen snijden.
Hond rent blaffend een rondje om mij heen.
Wat is in godsnaam "goed volk" in het Spaans?
Hond rent nog een rondje. Blaft nu harder.
En "braaf beest"?
Hond bijt.
"SODEMIETER OP, ROTHOND!!!"
Nu begrijpen we elkaar. Hond rent naar het huis en zet het op een stationair grommen.
Een jongen verschijnt. Hij jaagt de hond weg, trekt mij het huis binnen en pakt een grote fles 7Up. Hij giet de 7Up op de wond in mijn kuit. De 7Up ruikt naar alcohol.
"Waarom loop je hier? Heb je het bord niet gezien?", vraagt hij.
"Jawel, ik wilde alleen de weg vragen naar Q'enqo."
"Da's hier de weg af, aan de voet van de heuvel."
Hij schroeft de fles dicht en brengt me naar de weg.
"Hier naar beneden."
"Dank je. Waarom hebben jullie geen hek?"
"We hebben een bord."

De hoteleigenaar stuurt me meteen naar de politie. Als de hond na twee weken quarantaine geen sporen van dolheid vertoont, heb ik niks te vrezen. De agent van dienst zegt mij een taxi naar Q'enqo te nemen en daar op zijn collega te wachten die hij per mobilofoon naar het Inca theatertje dirigeert.

In Q'enqo gebeurt van alles. Bussen vol toeristen rijden af en aan, gidsen geven rondleidingen, jonge stellen tongen. Van de politie geen spoor. De chauffeur van een minibusje heeft het halve uur voor mijn komst geen agent gezien. Na een kwartier ben ik het zat. Ik stap in het minibusje om in de stad op zoek te gaan naar een ziekenhuis.
Halverwege Cusco rijdt ons een motoragent tegemoet. De buschauffeur toetert, zwaait en knippert met zijn lampen. De agent rijdt voorbij maar mindert vaart. De binnenprater gebaart me snel uit te stappen. Als het busje wegrijdt, zie ik de motoragent achter de heuveltop verdwijnen.

Op het ritme van mijn woedende stappen zing ik ROT-HOND-ROT-HOND-ROT-HOND totdat ik een taxi vind die mij bij de eerste hulp van Hospital Regional afzet.

De wond in mijn been wordt opengemaakt en goed uitgewassen. Een laag jodium en een verbandje later trek ik mijn gescheurde broek weer aan. De dokter die naast mij het achterhoofd van een Amerikaanse toerist staat te hechten, biedt jolig aan gelijk mijn broek te repareren. Ik betaal aan de kassa voor de geboden hulp, lever een van de twee kassabonnen bij de verpleegster in en moet wachten tot ik met een recept voor antibiotica naar de ziekenhuisapotheek kan.
Er passeert een dokter. Hij vraagt wat er is gebeurd. "Me ha mordido un perro", zeg ik. Hij lacht zoals dokter Bob in de Cup-a-soup reclame lacht als hij een rontgenfoto van een schedelbasisfractuur ziet. De dokter loopt door en zijn collega geeft me een recept.
Met een bon van de apotheek reken ik bij de kassa af. Ik geef een van de twee betaalbewijzen aan de apotheker en krijg mijn pillenkuur.
Morgenochtend om acht uur dien ik mij bij het vaccinatiebureau te vervoegen voor een serie injecties tegen rabies. ik beloof er te zijn en neem me voor om daarna nogmaals bij de politie langs te gaan.

Mijn onwrikbare voornemen om de hond voor de rechter te brengen, zal vier dagen standhouden.

Vervolg


© 2000 Latijns Amerika & de Cariben Terug Redactie