|
| ||||||
| Zeeburg Nieuws | ||||||
|
| ||||||
|
Provo in Cusco Cusco, 16 juli 2000 - Het is zondagmiddag. Merel en ik zitten in het zonnetje op het Plaza de Armas. Het is een komen en gaan van allerlei lieden. Rondom de fontein verzamelt zich een groepje reizigers. Ze hebben kleine djembe's en Indiaanse trommels. De jongste van het stel, een jaar of tweeentwintig, is goed. Maar de maat die hij houdt, is niet aan zijn kornuiten besteed. Horen en zien vergaan. Maar het groepje trekt fans. Schokschouderend proberen deze de beat deelachtig te worden. Dit oploopje trekt onvermijdelijk de aandacht van de autoriteiten, aanvankelijk vertegenwoordigd door jongens met een donkerblauwe pet en een wapenstok. Maar omdat de groep rondom de trommelaars gestaag groeit, allengs aangevuld met mannen in vierkante pakken vol tressen, epauletten en veel streepjes op het manchet. Het wachten is op het moment dat zij het trommelen verbieden. Dat moment breekt aan na intensief overleg tussen een hand vol hoge Pieten en een coördinatiecentrum dat per mobilofoon is geraadpleegd. Dan wordt er gewezen en geknikt. Een paar blauwe petten doorbreken de kring en tikken de trommelaars één voor één op de schouder. Ook na enig aandringen blijven zij doorspelen. De blauwe petten vragen, leggen uit. Leggen een hand op een trommel. Pakken een trommel af. Een verontwaardigd geloei gaat door de rijen. Na tien minuten zit alleen de jonge jongen nog te spelen. Zijn talent is nu hoorbaar en als eenling verdient hij steun. De omstanders klappen met hem mee. De blauwe petten blijven vriendelijk aanwezig tussen het publiek. De jonge jongen schreeuwt "Libertad!". Een enkeling roept het hem na.. Het geklap sterft weg. Met een superieur gevoel voor timing legt een blauwe pet zijn hand op de schouder van de trommelaar. De bijeenkomst verloopt en hij ziet in dat verder spelen geen zin heeft. Als hij met tegenzin zijn spullen pakt en opstaat, wacht hem een rij westerse beroepshippies die hem de hand schudden. Het ziet eruit alsof er op de reunie van Woodstock een partijtje is gevolleybald. De jongen lacht, maakt het vredesteken met zijn rechterhand, stoot zijn vuist tegen die van alternatieve Peruanen, legt zijn hand op zijn hart. Na een half uur hebben zijn nieuwe vrienden en vriendinnen andere dingen te doen. De jongen staat, nog steeds in de wolken, alleen op het plein. Een standbeeld van muzikaal verzet, met een half uur onsterfelijkheid als bonus. De politie hoede zich voor de Peruaanse muzikant die ongevoelig is voor het strelen van zijn ego. |
|||||
|
| ||||||
| © 2000 | Latijns Amerika & de Cariben Terug | Redactie | ||||