|
| ||||||
| Zeeburg Nieuws | ||||||
|
| ||||||
|
Cusco, de navel van de wereld III
Cusco,12 juli 2000 - Tussen zijn studietijd en het begin van zijn militaire bevrijdingscampagne in 1810, bouwde simon Bolivar een leger op. Het Spaans gezag was danig verzwakt na verloren oorlogen tegen Engeland en het Frankrijk van Napoleon. Bolivar, zijn maarschalken Jose de Sucre en Jose San Martin en hun manschappen, veegden in en armzwaai van vijftien jaar de Spaanse overheersers de Atlantische oceaan in. In 1821 werd Peru onafhankelijk, trad later toe tot Groot Colombia - de staat die Bolivar van heel Zuid Amerika wilde maken. In 1827 verklaarde Peru zich opnieuw zelfstandig.
Cusco speelde in de turbulente jaren van onafhankelijkheidsstrijd geen rol van betekenis. In de rest van de negentiende eeuw wordt van Cusco evenmin iets bijzonders vernomen. Tot in het begin van de twintigste eeuw zich het begin van een kentering aandient, leidt ´De Navel van de Wereld´ een provinciaal-truttig bestaan.
In 1911 worden de vier eeuwen oude ruines van Incastad Machu Picchu ontdekt. Het duurt tot het midden van de eeuw vordat het gebied wordt ontsloten. in de jaren daarna wordt ook de bereikbaarheid van Cusco zelf verbeterd en en stroom toeristen komt op gang die nog ieder jaar groeit.
Als Merel en ik na een adembenemende treinrit over de hoogvlakte van de zuidelijke Andes, het Altiplano, door een taxi op het Plaza de Armas worden afgezet, is het donker. De prachtige barokke en Spaans-koloniale gebouwen zijn uitgebreid verlicht, het plein leeft met auto´s, wandelaars, een enkele fietser, mensen op bankjes die naar de fontein kijken en met elkaar babbelen, voetballende jongetjes en straatverkopers. Er heerst een sfeer van bescheiden superioriteit en schoonheid, waar iedereen deel van uitmaakt en aan bijdraagt. We voelen ons meteen vereerd.
Inca en Spaans-koloniale geschiedenis gaan in Cusco hand in hand. Vanaf het terras van ons hotel kijk ik neer op de nu terracottadaken van de hacienda-achtige huizen. Op de bergen aan de overkant is de structuur van de landbouwterrassen die de Inca´s daar aanlegden, te zien. Veel van de gebouwen staan op een Incafundament en overal in de stad is die afgedwongen symbiose te zien. In een van de zijstraatjes van het plein is een muur waarin een steen met twaalf (!) hoeken een haast onmogelijk te vullen gat valt. Het is een staaltje bouwkunst waar de Spanjaarden nooit de vinger achter hebben gekregen. Ze namen de moeite ook niet, zeker van hun zaak bij het herdefinieren van Cusco als Spaans voorbeeld van culturele en militaire suprematie.
Op het terras klinkt vaag de muziek die in de hippe cafe´s en disco´s rondom het Plaza de Armas wordt gedraaid. In de kleine straatjes rondom het plein zijn restaurants, pubs, souvenirshops en reisorganisaties gevestigd. Het leven bruist van ´s morgens vroeg tot ´s avonds laat. Met reizigers van uit de hele wereld die de stad bezoeken en met haar 300.000 inwoners een cosmopolitisch karakter geven, is Cusco weer waar het achthonderd jaar geleden begon. |
|||||
|
| ||||||
| © 2000 | Latijns Amerika & de Cariben Terug | Redactie | ||||