Fútbol esta guerra
Nasca, 30 juni 2000 - Dat het Nederlands elftal van de jaargang '78 door heel Peru bekend en bemind is, wordt ons bijna dagelijks onder de neus gewreven. Taxichauffeurs, boekverkopers, binnenpraters, obers en toevallige passanten koesteren Neeskens, Krol en Rensenbrink zoals ware liefhebbers past.
Momenteel vinden in Latijns Amerika de voorronden voor de WK 2002 in Korea en Japan plaats. Gisteren speelde Peru tegen Ecuador en al dagen praatte men nergens anders over. Dat wij in het woestijnstadje Nasca naarstig naar een TV met schotelontvanger zochten, bevreemddde menigeen. In elk portiek, op elke straathoek, in elke winkel, in ieder café en op het centrale plein zou immers de wedstrijd te zien zijn. De 6-1 overwinning van Oranje was men hier allang weer vergeten. De Copa Europa viel in de slagschaduw van het aanstaande treffen met Ecuador niet langer op.
In Lima werd veel op straat gevoetbald. De stad ligt in de woestijn. Stof, zand, gruis, viezigheid van negen miljoen mensen en de uitlaatgassen van het eindeloos doorrazende verkeer slaan als zwart poedersuiker neer op wegdek en trottoir. De voetballertjes zien er na een half uur uit alsof ze in kolenmijn werken. Want hier gelden de regels van de straat; wie gevloerd wordt, herstelt zijn aanzien door een aanvaller te stuiten, de bal te veroveren en te scoren. De spelers smakken als kegels tegen het plaveisel maar er komt geen vloek of klacht over hun lippen.
Als Peru speelt, gaan zelfs de straatvoetballers kijken. Dan stopt de wereld twee uur met draaien. Als Ecuador in een erbarmelijk wedstrijd met 2-1 wint, herademt het land. Café'tjes lopen leeg, de winkels gaan weer open en het verkeer komt op gang. Over de wedstrijd wordt met geen woord meer gerept.
Het Europese record penalties missen staat onbedreigd op naam van Oranje. Ik stel voor dat we het er gewoon nooit meer over hebben.