|
| ||||
| Zeeburg Nieuws | ||||
|
| ||||
|
Het Sociaal Debat: De 'multiculti' uitdaging
door Mellouki Cadat
(Zeeburg, 27 juni 2002)
"Multicultureel, maar ieder claimt eigen buurthuis" luidt op 12 december 2001 de krantenkop van een artikel van Theo Besteman, journalist bij de Amsterdamse Stadsblad en fijne kenner van het stadsdeel Zeeburg. In dit artikel schetst hij levendig de zoektocht van professionals van het lokaal Sociaal-Cultureel Werk naar erkenning van de etnisch-culturele diversiteit van de buurt met behoud van een gezamenschappelijke Zeeburgse identiteit. En wie duikt in de digitale archieven 2000 van www.zeeburgnieuws.nl, de website van de Zeeburgse kroniekschrijver Martin van Etten, heeft gauw, van het lokale buurthuis Karrewiel in de Indische Buurt, een chronique scandaleuse samengesteld waarin titels boekdelen spreken: Wat is er gebeurd in 't Karrewiel? Twee jaar geleden is er een conflict los gebarsten tussen het personeel en de grootste gebruikersgroep, de Marokkanen. Er ontstond een onwerkbare situatie. Alles begint in 1997 met de komst van een Marokkaanse werkgroep binnen het buurthuis. In 2000 is de groep Marokkaanse gebruikers gegroeid tot circa 150 deelnemers uit de eerste generatie. Wegens ontevredenheid met de programmering, het accommodatiebeleid en zaken die te maken hebben met het beheer ontrolt zich een conflict en gaan de Marokkanen in toenemende mate de gebruikte procedures verstoren en de methodieken bekritiseren. De nieuwe binnenkomers zijn opvallend mondig . Zij kiezen voor een strategie van confrontatie met en ondermijning van de bestaande cultuur en verhoudingen. Uiteindelijk bezet de groep het Karrewiel in oktober 2000. Na bemiddeling van het Amsterdams Centrum Buitenlanders wordt het op een akkoord gegooid. De Marokkaanse werkgroep mag gebruik maken van een alternatieve ruimte die door de Stichting Welzijn Zeeburg ter beschikking wordt gesteld.
't Karrewiel in Zeeburg Buurthuis 't Karrewiel in Zeeburg illustreert de 'roaring' (gedruis, geraas, gedender) en de 'bubbling' (gesputter, gespetter) van de Melting Pot dat een sociaal-cultureel centrum vormt in een 'multiculti' wijk en de worsteling van het sociaal-cultureel werk daarmee. Buurtcentrum 't Karrewiel is een openbare voorziening. Het biedt sociaal-agogische dienstverlening aan individuen, groepen en organisaties en is gericht op hun cultureel en maatschappelijk functioneren in Zeeburg. In het Karrewiel blijkt dat, ondanks alle goede bedoelingen, intercultureel werken in de wijk gekenmerkt wordt door een verscherping van culturele tegenstellingen. De bestaande ordening, dat wil concreet zeggen de verdeling van de (schaarse) ruimte en de opzet van het rooster van het Karrewiel wordt bekritiseerd tot bezetting toe. Opvallend is wel dat de Marokkaanse werkgroep blijft echter wel onderdeel uitmaken van het sociaal-cultureel werk in Zeeburg, ook nadat zij door de gebruikte drukmiddelen een eigen ruimte heeft weten te verwerven.
Het stadsdeel kwalificeerde destijds de 'gedwongen' toekenning van een eigen ruimte voor Marokkaanse gebruikers als uitkomst van het conflict als "een nederlaag voor de 'multiculti' samenleving, waarin een algemeen toegankelijk buurthuis door alle bewoners bezocht zou moeten worden, met de mogelijkheid te kunnen kiezen uit een in harmonie tot stand gekomen en uitgebalanceerd activiteitenaanbod". Uit de casus blijkt dat het voor het sociaal-cultureel werk geen eenvoudige opgave is om te gaan met nieuwkomers die andere waarden en normen hanteren, eigen ideeën hebben over de kwaliteit en inhoud van de activiteiten en daarbij ook nog eens assertief zijn. Uit de missie van het sociaal-cultureel werk blijkt dat zij direct en expliciet gericht zijn op integratie van allochtone groepen in de Zeeburgse samenleving. In het landelijk NIZW-project Heel de Buurt bleek op een aantal lokaties al eerder dat veel groepen migranten "integratie" lang niet altijd op hun verlanglijstje hebben staan als zij aansluiting zoeken bij het sociaal-cultureel werk of onderkomen zoeken in een buurthuis of wijkcentrum. Daar kan het wel alle schijn van hebben, omdat de fysieke afstand tussen verschillende groepen in een locatie zeer gering is. De sociale afstand, daarentegen, kan onverminderd groot zijn. Buurten worden steeds heterogener van samenstelling, zeker in de grote(re) steden. Dit trekt een zware wissel op de veerkracht van de sociale infrastructuur. Er wordt veel verwacht van inspanningen die voorzieningen in deze sfeer (de 'formele infrastructuur') kunnen verrichten om buurten voor verval en verloedering te behoeden. Maar ook van bewoners wordt in toenemende mate verwacht dat zij zelf (een deel van de) verantwoordelijkheid voor de leefbaarheid in hun buurt nemen. In onze bijdrage 'Over kloven en overbruggen. Sociaal-Cultureel werk, accommodatiebeleid en de 'multiculti' buurt' aan Het Sociaal Debat nr. 7 over de 'multiculti' uitdaging, zetten we, Ard Sprinkhuizen en Jan de Wild en ikzelf, de schijnwerper op het sociaal-cultureel werk. Het is een werksoort, die zich altijd heeft bewogen in het schemergebied tussen de formele en informele sociale infrastructuur, daartussen probeert schakels aan te brengen. Het sociaal-cultureel werk vertrok en vertrekt daarbij altijd van sociaal-emancipatoire doelstellingen. Sociaal-culturele vorming, inburgering, samenwerken aan een betere buurt: het zijn activiteiten waarin bewoners direct of indirect worden aangespoord om - samen met medebewoners (met verschillende of eenzelfde (etnische) achtergrond), de voorzieningen in hun buurt en de lokale overheid - weer een stijgende lijn proberen te pakken: op het gebied van veiligheid, leefbaarheid, onderlinge communicatie, het sociale weefsel in de buurt, of meer direct in het persoonlijke leven. Ook voor het sociaal-cultureel werk gaat dit met vallen en opstaan. Het krijgt immers ook te maken met al die verschillende groepen met hun grote verscheidenheid aan wensen en problemen: vluchtelingen, asielzoekers, illegalen, tientallen verschillende nationaliteiten, waaronder de Nederlandse, een veelvoud aan etnische culturen. Het welzijnswerk heeft, naast de bemoeienis met de grote verscheidenheid aan allochtone groeperingen, altijd oog moeten hebben voor de diversiteit in de samenleving. Er is in de voorzieningenstructuur een traditioneel gegroeid en haast sectoraal onderscheid tussen leeftijdssegmenten. Er is een omvangrijk stelsel van voorzieningen dat zich specifiek richt op ouderen, en datzelfde geldt voor jeugd en jongeren. Bekend zijn verder natuurlijk de verhalen in gemeenten op buurtniveau waar cultureel-homogene groepen autochtone bewoners voorzieningen (buurthuizen) monopoliseren en het aanbod een gezicht geven dat niet breed in de buurt wordt gedragen. Vraagstukken die te maken hebben met de omgang tussen verschillende groepen met uiteenlopende culturen (allochtoon en autochtoon) en de diversiteit in levensstijlen (ingegeven door sexe, leeftijd, sociaal, cultureel en economisch kapitaal) mogen het sociaal-cultureel werk dus niet vreemd voorkomen. Zij zou de uitgelezen werksoort kunnen en moeten zijn om de uitdagingen - die de multiculturele, de "gediversificeerde" samenleving biedt - te lijf te gaan. Dat blijkt dus nog niet zo simpel. Ten gevolge van allerlei vormen van migratiestromen (asielzoekers, gezinsherenigers) en selectieprocessen op de woningmarkt kennen veel wijken, vooral in de grotere steden, maar ook daarbuiten een waar "patchwork" aan allochtone én autochtone culturen. In toenemende mate krijgen deze wijken het karakter van een arena, waar 'hulpeloze gladiatoren' - om de mooie uitdrukking van Herman Vuijsje in 'Correct. Weldenkend Nederland sinds de jaren zestig' te gebruiken - waar dus hulpeloze gladiatoren (dwz. de verschillende achterstandsgroepen) op zijn best elkaar weten te ontkennen, maar waar veel onderhuidse spanningen loeren en wederzijds onbegrip broeit. Een strategie waar onderlinge ontmoeting centraal staat kan ervoor zorgen dat er weer natuurlijke sociale verbanden ontstaan, kan er voor zorgen dat ook onderlinge overeenkomsten in plaats van louter de verschillen worden geaccentueerd en kan zorgen voor een voedingsbodem waarin de gedeelde waarden en normen kunnen wortelen. Het zijn juist deze zaken die tot de kerncompetenties van het sociaal-cultureel werk behoren. En het zijn de buurthuizen die, als het goed gaat, de nodige ruimte bieden aan verschillende groepen buurtbewoners om elkaar ook daadwerkelijk te ontmoeten.
Het kapitaal van een kleurrijke buurt De verwerving van kapitaal en de omgang tussen groeperingen met verschillend (botsende) kapitaal gaat gepaard met onderhandelingen en conflicten waarin de factor macht een belangrijke rol speelt. Onderhuids speelt vaak mee, dat de bovenliggende partij (vaak het sociaal cultureel werk) de nieuwkomer in de "habitus" van het buurthuis tracht te trekken, terwijl die niet spoort met het kapitaalbezit van die nieuwkomer. Hier vindt plaats een proces dat door Bourdieu als 'legitimatie van het gezag' wordt genoemd, d.w.z. de omzetting van het kapitaal, sociaal, cultureel en economisch van de bovenliggende partij in een 'symbolisch kapitaal' bestaand uit een machtsverhouding: het spreekt vanzelf dat het buurthuis de 'eigendom' van autochtonen is want zij waren er al, want het wordt gerund door autochtone professionals, want oorspronkelijke beroepskrachten en klanten hebben gemeenschappelijk dat zij mensen zijn bij wie 'Neerlands bloed door d'aadren vloeit'.
Het is dan ook vanzelfsprekend dat op het moment dat buurthuizen bereikt worden door allochtonen, de sfeer, het programmatisch aanbod, de inrichting en de roostering gebaseerd zijn op Nederlandse waarden en normen.
En dat de nieuwe binnenkomers worden gevraagd:
Overbruggen Het spanningsveld wordt deels gevoed door het sociaal-cultureel werk zelf. Het opereert nu eenmaal vanuit een sociaal-pedagogische opvatting, wil de sociale samenhang in de buurt versterken en botst daarmee op de vraag van de gesegmenteerde buurtsamenleving. Te vaak is men daarbij te weinig gevoelig voor de diversiteit in de buurt en te reactief. De beroepsgroep kan zich, ook gegeven haar vaardigheden, haar kennis en kunde, veel meer pro-actief opstellen. Als zij haar kennis over de buurt en haar bewoners structureel aanwendt om het eigen functioneren in de 'multiculti' buurt te versterken en haar signaleringsfunctie over de problemen en kansen die daar liggen voor het beleid in de schijnwerpers te plaatsen, dan zijn er werelden te winnen.
Het spanningsveld wordt ook gevoed door de bewonersgroepen zelf. Ook zij zullen zich meer bewust moeten worden van het feit dat zij de brug over zullen moeten naar andere buurtbewoners, naar andere groepen, om de buurt leefbaar te houden. Niets is zo ongunstig voor de leefbaarheid als bewonersgroepen die met de rug naar elkaar toeleven. Zeker als dit langs etnisch-culturele scheidslijnen gebeurt.
Ik wil nog zeggen dat dit artikel berust mede op de resultaten van het NIZW-JWF project De multiculturele buurt dat bouwstenen biedt aan buurthuizen en dienstcentra, die zij kunnen gebruiken bij hun bijdrage aan de multiculturele samenlevingsopbouw. Wilt u meer weten, bezoek dan de website van het project: De Multiculturele Buurt.
Er is mij gevraagd om met een stelling te eindigen. Hier is dus mijn stelling:
Etnisch-culturele spanningen in de multiculti wijk zijn omgekeerd everendig met de interculturele inspanningen van het Sociaal-Cultureel Werk.
Mellouki Cadat |
|||
|
|
||||
| © 2002 | Naar boven Integratie Voorpagina | Redactie | ||