Geachte redactie,
Onzuiver en tendentieus
"Driekwart van de panden in de Javastraat in de Indische Buurt blijkt niet te deugen", lees ik zaterdag 8 juni in het Parool. Even verderop blijkt dat er achttien panden onderzocht zijn, zeventien horecapanden en een belhuis. Meer......
Gekleurde bril
De heer Herrema meldt positieve economische ontwikkelingen in de Javastraat. Graag zou ik deze gegevens schriftelijk bevestigd willen zien.
Dan het zogenaamde succes van de Javacup. Deze werd voor de deur van de Eltheto-kerk gehouden en op dezelfde dag als de gemeentelijke open-kerken dag. Voor allebei de evenementen een mislukt succes die dag; goed geregeld meneer Herrema.
Bezoekers ervaren (volgens een enquete) de Javastraat als veilig. Ik weet niets van een enquete en mede-buurtbewoners evenmin. Ik verzoek de heer Herrema derhalve vriendelijk zijn gekleurde bril af te zetten, om de ingekleurde enquete naar waarde te beoordelen.
Als laatste opmerking: de onderzochte panden; 18 in totaal + de belwinkels. In dat kleine stukje Javastraat blijven, na een kleine rekensom, niet zo veel legale bedrijven meer over.
(Margreet Aling , 12 juni 2002)
Aandeel stadsdeel
In het rapport van Van Traa staat: "Stadsdeel, woningcorporaties en stadhuis
verleenden nagenoeg blindelings vergunningen voor koffiehuizen, cafés en
woningen."
Wat is het aandeel van stadsdeel Zeeburg in deze kwestie, tijdens de voorgaande bestuursperiode? Hoeveel horecagelegenheden stonden binnen het stadsdeel ter discussie vanwege verdenking op malversatie? Wat
was de afweging om niet op te treden, behoudens 2 of 3 gevallen?
Was er inderdaad sprake van het 'blindelings verlenen' van vergunningen?
Waar ligt in deze bestuurlijk gezien het zwaartepunt: bij stadsdeel,
burgemeester of OM? Welke wijzigingen worden doorgevoerd, nav het rapport van Van Traa?
(Willem de Wit, 11 juni 2002)
Positieve ontwikkelingen
Dat de media vooral aandacht hebben voor slecht nieuws is met de presentatie
van het van Traa tussenrapportage weer gebleken.
De informatie over de positieve economische ontwikkeling tijdens de
persconferentie zijn niet opgepikt, zoals de brede nieuwe
ondernemersvereniging, de investeringsplannen van 6 tot 8 ondernemers, de
kortgeleden gehouden Java cup en de mededeling dat uit een recente enquete
gebleken is dat bezoekers het in ruime meerderheid overdag als een veilige
straat ervaren.
Gegevens over individuele panden zijn niet openbaar, het verslag wel. Voor
alle duidelijkheid gaat het om 18 onderzochte panden vooral in de horeca.
Daarop heeft het onderzoek betrekking dus niet op andere ondernemers in de
straat. De belwinkels zullen in de vervolgfase nader bekeken worden.
Allemaal om de ongezonde economie minder kans te geven en de gezonde hard
werkende ondernemers te ondersteunen.
(Tjeerd Herrema, wethouder economische zaken, 10 juni 2002)
Verdachtmakingen
De reactie van de heer Schravendeel (ZeeburgNieuws, 10 juni 2002) is mij uit het hart gegrepen. Al eerder, na lezing van het artikel in NRC-Handelsblad "Fiscus haakt af in buurtonderzoek" - dit weekend integraal gepubliceerd op deze website - bekroop mij het onbehaaglijke gevoel niet meer te weten waar in de Javastraat terecht te kunnen.
Bij veertien van de achttien door het Van Traa-team in de Javastraat onderzochte horeca-ondernemingen "bleek sprake te zijn van criminele relaties, schijnbeheer, verstoringen van de openbare orde of een combinatie ervan."
En dan zijn nu volgens De Volkskrant ook de "belwinkels" verdacht, "illegaal bankieren zou aanleiding geven tot criminaliteit."
In wat voor buurt leven wij? Kunnen we ons nog veilig vertonen in de Javastraat? Of lopen we het risico slachtoffer te worden van de genoemde "gewelddadige incidenten, uiteenlopend van overvallen tot steekpartijen."
Hoe erg is de situatie? Waar kunnen we nog wel en waar niet een pizza bestellen, een broodje shoarma eten of een borrel drinken?
Ik ben het met Schravendeel eens dat door publikatie van het "Van Traa-rapport" over de Javastraat en de publicaties in sommige landelijke media "een sfeer ontstaan is" is die "zeer ongunstig is voor de verhoudingen in de straat zelf."
Duidelijkheid is geboden. Daar waar sprake is van overtredingen zal het stadsdeel en/of de gemeente moeten optreden. Daar waar men zegt niet te kunnen ingrijpen omdat de wettelijke mogelijkheden zouden ontbreken is de situatie kennelijk niet zo erg. Dan past het niet dergelijke ondernemingen verdacht te maken.
Nu echter meer dan driekwart van de horeca-ondernemingen wordt aangemerkt als verdacht zal het stadsdeel ook de tweede stap moeten zetten. Man en paard noemen dus. Anders zullen inderdaad, zoals Schravendeel stelt, "de goede ondernemers onder de kwade lijden".
(Hendrik Limmen, Zeeburg, 10 juni 2002)
Open brief aan Dagelijks Bestuur Stadsdeel Zeeburg
Zeeburg, 10 juni 2002 -
Geachte leden van het Dagelijks Bestuur,
Het vrijdag verschenen rapport van de het Kernteam Javastraat en Omgeving
heeft veel emoties losgemaakt. Deze komen onder andere tot uiting in een
artikel in de Volkskrant van vandaag, waarin een aantal ondernemers in de
Javastraat met naam en toenaam genoemd worden. Op deze manier ontstaat een
sfeer van verdachtmakingen die zeer ongunstig is voor de verhoudingen in de
straat zelf. Daarom wil ik u verzoeken de lijst van ondernemers en winkels
bekend te maken waar onregelmatigheden geconstateerd zijn, met daarbij de
aard van de onregelmatigheid. Op deze wijze zullen de goede ondernemers niet
onder de kwade lijden, terwijl een sfeer van verdachtmakingen definitief en
op waardige wijze de kop wordt ingedrukt.
(door Rogier Schravendeel, 10 juni 2002), www.indischebuurt.nl