Een jeugddroom, de vijftiger jaren

De Eerste Elthetoschool, Riouwstraat 64, Amsterdam, Een Zomer in de vijftiger jaren. Klik op de foto voor groot formaat (185 kb)
door Maartje Kniertje Pronk
Iets schrijven over de Indische Buurt, is voor mij terug denken aan een Tijd van
weleer. Een gedeelte van de Stad, dat achter een Spoordijk zijn eigen leven
leidde. Een rustige Buurt, met als hoofdstraat de Javastraat.
Vele winkels waren daar vertegenwoordigd, o.a. de kaasboer, toen al zeer gevarieerd met zijn kaassoorten, en de brood Bakkers, en een verscheidenheid aan heerlijke Delicatessen winkels, en zeker niet te vergeten de kledingzaken met een grote sortering aan kleding, en als je daar klaar was, kon je ook nog een paar leuke schoenen uit zoeken bij Matto of Hoogenbosch.
Het was een kinderrijke Buurt, toen nog geen Walkman of Skeelers, maar gewoon de Step of rolschaatsen, touwtje springen, of sommige lieten de zweep z'n gang gaan en de tol kwam terecht waar ze die wilden hebben, of vaak ook niet.
Creatief
Als vierjarige ging je voor het eerst naar de kleuterschool, dat was je eerste
kennismaking met het schoolgebeuren, en de ontmoeting vaak met andere
leeftijdsgenoten. Je was nog niet leerplichtig, soms werd er weleens een dagje
overgeslagen, omreden als het mooi weer was, mocht je er gebruik van maken om
thuis te blijven. Na twee jaar Kleuterschool, ging je naar de Lagere school meestal in het jaar dat je zes werd, nu heet dit de Basisschool.
Merkkleding droeg men niet, vaak in de winter hadden de meisjes gebreide truien aan met een plooirok, en de jongens eveneens een gebreide trui met een ander patroon, en daaronder een pantalon in niet altijd heftige kleuren, ik kan haast wel zeggen een doffe wollen stof, met hier en daar een blok ingeweven. Moeders waren in die Tijd creatief, de nette pantalon werd in de zomer het korte shortje van nu.
Jarig
Er was niet veel te eisen als kind, alles was nog in opbloei, net na de oorlog,
je had het maar af te wachten.
In die tijd gingen vele buurtgenoten naar de Buurtwinkel, dit was vaak de Gruyter die was gevestigd op de hoek van de Javastraat en Sumatrastraat, en als kind wilde je dan wel mee om een tas te dragen. Als er dan voor een bepaald bedrag aan boodschappen was besteed, mocht je gebruik maken van het snoepje van de week, vaak een zak drop of toffees met een pepermunt smaak.
En als mijn moeder dan weer een fles Chloor had gekocht was ik ten hemel te rijk want dan kon ik mijn ketting weer uitbreiden. Boven in de fles dreven een aantal kralen die je aan elkaar kon zetten via een schakel, dan klemde de een aan de ander vast, en zo spaarde je elke keer tot de ketting de lengte had gekregen die bij jou paste.
In de Sumatrastraat had je een IJssalon, als je daar kwam, werd er gevraagd wanneer je Jarig was, en dan kreeg je met je verjaardag een kaartje thuis gestuurd, binnen veertien dagen kon je dan een ijsje komen uitzoeken, dat was altijd wel een bijzonder moment, de uiterste leeftijd was twaalf jaar.
Emancipatie
Sportclubs waren er wel maar niet iedereen kon daar gebruik van maken. Een heel
bekende voor de buurt was de Vereniging Oranje Nassau, zij gaven vaak
voorstellingen in de Javastraat, midden op de rijweg, alles werd gewoon
afgesloten, voor het verkeer, en dat was een feest op zich.
Zo werd er bij mij in de Straat al heel snel een meisjesclub opgericht, we waren de tijd vooruit. Deze werd op Woensdagmiddag gehouden, want dan had een ieder vrij van School. De Clubcontributie bestond uit een dubbeltje per week, daar werd materiaal voor gekocht.
Een gedeelte werd gebruikt voor het uniform, namelijk de rok van het uniform werd gemaakt van crepe papier, een rode kleur bij het intreden van de club, en zat je iets langer bij de club dan werd het een witte crepe papieren rok, daarop moest altijd iets wit gedragen worden, bijvoorbeeld een blouse. De club werd trouw bezocht door zeker vijftien meisjes, er werd toen al onderhandeld over de Emancipatie.
Nozems
De zaterdag voor Pinksteren werd er altijd Luilak gevierd, heel
vroeg in de morgen was het opstaan, de donkere straten nodigden velen uit om onder een lantaarnpaal de verhalen van de jaren daarvoor aan te horen, vaak werd er geluisterd met een half oor, eigenlijk had iedereen zijn slaap nodig maar wilde toch van de partij zijn.
Meestal werd er uitgeweken naar een ander stadsdeel, de confrontatie was altijd een belevenis, want je mocht niet naar een andere buurt. Ouders hadden het toen toch nog wel voor het zeggen, dit werd stiekem toch uitgevoerd, vaak was het de Dapperbuurt of ging het naar de Eilanden Kattenburg of Oostenburg, dat was een eind weg, maar des te spannender.
Als je de molen de Gooyer gepasseerd was, zag je hier en daar een groepje jongeren staan, soms met de uitdaging 'kom maar op', de vetkuiven van Kattenburg, grote knapen, de meisjes van daar stonden in portieken te wachten, tot dat er een leuke jongen uit de Indische Buurt de hoek om kwam, dat was ook niet niks, de uitdaging kon beginnen. De Nozems, zo werden de jongens in die tijd genoemd, vaak met een strakke broek, een col trui, en een lik cream in het haar, dan was je de bink.
Emigreren
In die Tijd gingen er ook veel vrienden of vriendinnen van je emigreren, naar
Australie of Nieuw Zeeland. Dat gebeurde vaak in de Zomervakantie, dan hadden de
kinderen hun klas af gemaakt en kregen hun rapport over het schoolgebeuren van
dat jaar mee naar huis. Vaak grote gezinnen, zes kinderen in die tijd was
gewoon, er werd niet gevraagd of je wel zin had om te emigreren, het ging
allemaal van zelf, je moest wel.
Zo zijn veel van mijn klasgenootjes de Oceaan overgestoken, menigeen zal de Buurt niet meer terug kennen als ze zouden terug keren, veel scholen staan er niet meer, laat staan Je ouderlijk huis, waar je hebt gewoond, maar dat is ook voor diegene van toepassing die uit de buurt zijn verhuisd naar elders.
Pontje
In de Zomermaanden ging je achter op de fiets bij je vader of moeder op weg naar
de Merwede Dijk, voor nu meer bekend als de Schellingwouderbrug, daar konden
we uren zitten kijken naar de boten die daar langs vaarden. Brood meenemen was
wel een vereiste, en een fles limonade gevuld met siroop met oranje kleur
bracht uitkomst als je dorst had. Een patatzaak bestond toen nog niet, laat
staan de bekende hamburger, waar menig kind gebruik van maakt in deze tijd. Als het heel mooi weer was kon je aan de zijkant onder aan de dijk lekker pootje baden, tot er een grote boot langs kwam, dan werd het sein gegeven om even aan de kant te gaan zitten, de golfslag was gevaarlijk, zonder oudere mocht je daar ook niet vertoeven.
Vanuit het Zuiderzeepark (nu Flevopark) kon je ook gebruik maken van een bootje of pontje naar een strandje, daar moest wel voor betaald worden. Dat was speciaal voor kinderen, in die omgeving had je ook het jongenskamp, een belevenis voor menige Jongen uit de Buurt.
Doodse stilte
Als je niet meer met je ouders mee hoefde ging je er zelf wel op uit, bijvoorbeeld naar de Oranje Sluizen, als je zover op je fiets weg was geweest had je wel een hele tocht gemaakt.
Of naar de Diemerzeedijk, daar gingen we vaak gebruik maken van de gifvaten die daar lagen. De doodskoppen op de vaten maakten het spannend, wij sprongen van het ene vat naar het andere, onder voorbehoud, wat wisten wij nu van dit alles, wat daar was neer gelegd. Het was vrij toegankelijk, ja er stond wel een bord verboden toegang, maar er was niemand die daar op lette, het was dan ook een Doodse Stilte die daar aanwezig was, maar dat maakte het juist zo spannend.
Of je ging richting de Rietlanden, meestal op Zondag, dan werd er niet gewerkt. Daar was het voormalige N.S. terrein, waar de goederenwagons gelost moesten worden, een oase op zich. Dit gebied is nu een nieuw stadsdeel geworden, vanuit de Borneostraat maakten we gebruik van de bruggetjes.
Op weg daar naar toe kwamen we vaak langs het graf van Keesje, dat werd aangegeven met een kruis, iedereen wist wat hier gebeurd was, menigeen had het thuis horen vertellen of was er door de ander op attent gemaakt, wat zich daar heeft afgespeeld in de oorlog, een ongelijke strijd.
Aan het eind van de middag op weg naar huis in je vertrouwde Buurt, dan had je die middag geleefd en van alles beleefd, iets dat nu niet is in te denken, de Vrijheid die je had was onbetaalbaar.
Vogeltje
Na de Lagere School ging je verder Studeren. Sommige kinderen gingen naar de
Zelfde school, anderen moesten een Andere keuze maken. Zo Groeide iedereen met elkaar op, totdat de eerste Brommer, de Puch gekocht ging worden. Daar moest natuurlijk wel wat tegen overstaan, een paar jongens uit mijn klas gingen werken in de Veelaan, bij een Worstenfabriek. Dat betekende worsten stoppen, in de daarvoor bedoelde darmen, afkomstig van varkens. Menigeen had het daar moeilijk mee, en moest dan weer een ander baantje zoeken, want die bewuste brommer reed niet zomaar, de tank moest wel in de gaten gehouden worden. Een paar liter was een hele uitgave, menig karweitje werd dan ook uitgevoerd, om het vervoermiddel maar te kunnen laten rijden.
Vaak achterop of zelf rijdend, met wat overgehouden centen op zak naar de snoepwinkels in de Buurt, voor mij de meest bekendde was de winkel in de Javastraat, de Naam Vogeltje was bij een ieder bekend, of bij Hoki Poki in de Palembangstraat. Daar kon je van alles op snoep gebied uitzoeken, degene die achter de toonbank stond, moest wel heel wat geduld hebben om dit alles goed te laten verlopen.
Nu vijftig jaar Later,
De Kinderen van Toen,
Op stap met hun Bagage,
Met voor een Ieder een eigen Inhoud,

|