|
| ||||
| Zeeburg Nieuws | ||||
|
| ||||
|
Samen herdenken als één land
door Rogier Schravendeel
(Zeeburg, 4 mei 2002 - )
Ron Haleber vraagt zich in zijn artikel "Herdenken en monocultureel misleiden" af in hoeverre Nederland van burgers met een allochtone achtergrond kan vragen de dodenherdenking en de bevrijdingsdag mee te vieren. Het lijkt me inderdaad een gelegitimeerde vraag. Nederlanders met een allochtone achtergrond hebben immers geen familieleden in de oorlog verloren of nog andere familieleden die de oorlog hebben meegemaakt. Wat valt er dan te gedenken? Toch denk ik dat het uitermate zinvol is dat ook Nederlanders met een allochtone achtergrond op termijn de traditionele Nederlandse feesten mee gaan vieren. Dit geeft immers aan dat zij bereid zijn de Nederlandse openbare cultuur te accepteren. En dit lijkt mij dan weer de juiste manier waarop de zo gewenste integratie van Nederlanders met een allochtone achtergrond tot stand kan komen. Het is in belang van de stabiliteit van de samenleving gewenst dat de grote groepen Nederlanders met een allochtone achtergrond in de traditionele Nederlandse samenleving integreert. Dat betekent niet dat nieuwe Nederlanders hun huiselijke en culturele gewoontes zouden moeten opgeven. Integendeel, dit vormt voor Nederland juist en verrijking en maakt ons land meer kleurrijk. Het betekent wel dat nieuwkomers bereid moeten zijn de Nederlandse samenleving 'im grossen Ganzen' te omhelzen. Nederlanders met een allochtone achtergrond zijn immers niet voor niets naar Nederland geëmigreerd. Zij tonen daarmee hun voorkeur voor Nederland boven hun land van herkomst. Een manier waarop zij deze voorkeur en het respect dat daarbij hoort zouden kunnen laten zien, is door het meevieren van Nederlandse feesten. Het is inderdaad jammer dat de integratie van sommige groepen Nederlanders met een allochtone achtergrond niet erg lijkt te vlotten, wat onder andere blijkt uit het voeren van hakenkruizen en het roepen van antisemitische leuzen bij demonstraties. Met name de jeugd van Marokkaanse afkomst lijkt zich meer verbonden te voelen met zijn geloofsgenoten wereldwijd dan met de Nederlandse samenleving. Een van de oorzaken hiervan lijkt mij de afwijzende houding ten opzichte van de Nederlandse samenleving van een deel van deze groepen. Met name de ouderen onder hen zijn destijds naar Nederland gekomen zonder expliciet en definitief tot overgang naar een nieuw vaderland besloten te hebben. In deze groepen, die soms zo weinig geïntegreerd zijn dat men de Nederlandse taal nauwelijks machtig is, overheerst vaak een dubbelhartige houding: men heeft geen waardering voor de Nederlandse samenleving, maar wil ook niet terug naar het land van herkomst. Een en ander kan tot een vrijblijvende onverschilligheid leiden die door autochtone Nederlanders terecht als gebrek aan respect wordt uitgelegd. Ook van autochtone Nederlandse kant zal meer respect moeten komen voor Nederlanders met een allochtone achtergrond. Het gaat daarbij dan niet om het incidenteel bezoeken van een suikerfeest, maar om het accepteren van het feit dat deze mensen definitief Nederlanders geworden zijn. Hierbij helpt het natuurlijk wanneer de betrokken groeperingen dat zelf ook zo ervaren. Verder zou het verstandig zijn om van toekomstige nieuwkomers in Nederland een meer expliciet 'ja-woord' te vragen tegen de Nederlandse samenleving, te vergelijken met de manier waarop de Verenigde Staten haar toekomstige burgers voorbereidt.
Rogier Schravendeel (www.indischebuurt.nl) |
|||
|
|
||||
| © 2002 | Naar boven Dodenherdenking Zeeburg Voorpagina | info@zeeburgnieuws.nl | ||