"Vrijheid maak je met elkaar"
"Ik ben hier natuurlijk namens het stadsdeel Zeeburg, maar spreek vooral ook namens mezelf. Ik hoorde net die muziek uit Suriname. Ik spreek die taal niet, maar ik voel natuurlijk wel wat zij ons met die muziek proberen te vertellen: het respect voor je voorouders.
Vanavond ben ik hier om mijn respect te betuigen voor de mensen die het mogelijk gemaakt hebben dat we hier met zijn allen staan. Het is natuurlijk een dodenherdenking, maar tegelijkertijd wil ik ontzettend graag uw aandacht vragen voor mensen die het overleefd hebben.
Mensen die ontzettend moedig waren in die tijd. Als je het later terug leest, wat die mensen durfden te doen, die verzetsdaden, ga er maar aan staan, dat je jezelf, je hele gezin en alles in de waagschaal stelt!
In het bijzonder denk ik ook aan degenen die onderduikadressen beschikbaar stelden voor onze joodse landgenoten. Je haalt mensen binnen in je gezin, je hebt kinderen, en je loopt risico's. Ik vind het onvoorstelbaar dat ze dit durfden. Ook namens hen sta ik hier, ik heb er ontzettend veel respect voor.
Kosovo
Natuurlijk wordt je ook geconfronteerd met wat er nu in Kosovo gebeurt. De beelden die je op de tv ziet, die we allemaal kennen, die komen iedere keer weer terug. Je ziet die treinen, je ziet wanhopige mensen, je ziet vluchtelingen, iets dat ook wij hebben ervaren.
Ik heb niet bewust de oorlog meegemaakt, ik was pas zeven toen het afgelopen was, maar na die tijd was ik mij eens te meer bewust van wat die mensen voor ons gedaan hebben. Ik zal het proberen uit te leggen. Als je die kinderen ziet, dan denken wij misschien, het gaat langs die kinderen heen, wat er nu weer gebeurt heden ten dage. ar ik ben er van overtuigd dat het niet langs die kinderen heen gaat. Zelf had ik later
namelijk in de gaten dat het zeker niet in mijn kouwe kleren is gaan zitten.
Wij woonden hier in de Dapperbuurt. Daar woonde ik met mijn moeder. Mijn vader was zeeman, die was zeven jaar weg, die man kon niet terugkomen tijdens de oorlog. Dus mijn moeder zat hier gewoon in haar eentje met drie kinderen. Dan moet ik altijd denken, aan de dagen dat ze dan terug kwam van het platte land, die beroemde ruilhandel, het zeulen met de kar en het kleine beeje voedsel, dat je dan met elkaar deelde.
Broden
Ik zag van de week broden op de televisie. Ik zag die mensen aan die broden trekken. Ik zie dat, en ik zie zo mijn broer weer tijdens de oorlog een bakkerswagen overvallen. Voor mijn gevoel was dat toen geen stelen. Stelen bestond toen niet, het was gewoon je eigen hachie redden ten koste van alles.
Als je dan kijkt wat er allemaal gebeurd is. Dat mensen dat konden opbrengen om dat tot een goed einde, als er al een goed einde was, te brengen. Dan denk ik iedere keer weer: Laten we dan met zijn allen er in godsnaam voor zorgen, want nu gebeurt het weer, dat al die mensen die die offers voor ons gebracht hebben, die mensen die hun leven gegeven hebben, en ook de overlevenden die er na de oorlog vreselijke trauma's aan overgehouden hebben... wie zijn wij dan om niet te zorgen dat het geen vervolg krijgt.
Lichtknop
Als ik de televisie aanzet en ik zie daar een NAVO woordvoerder glimlachend roepen: "Wij beheersen de lichtknopje van Belgrado!"
Die man die zei dat op zo'n triomfantelijk toon, ik kreeg er kouwe rillingen van. Wie zijn wij dat we dat zouden willen? Zijn wij dat echt, is dat de politiek, of zijn dat de generaals?
Naar mijn mening zijn dat de grote wapenleveranciers. Er zit een soort regelmaat in dat gedoe. Na de Golfoorlog kwam Kosovo. Ik heb zo'n idee, dat die mensen een winkeltje hebben met wapentuig dat ze kwijt willen. Op zo'n moment komt een seintje naar de politiek, mensen we moeten die troep kwijt. Het is weer handel, het is weer zover.
Dan mag die NAVO-woordvoerder natuurlijk niet zeggen dat wij de lichtknop in Belgrado uit zetten. Dat is gewoon niet waar. Wij willen dat niet, zoals we hier met z'n allen zijn, dat wij die knop omzetten, nee dat doen zij.
Plicht
En wij moeten er voor zorgen dat wij die lui stoppen, dat we er een eind aan maken, want we hebben natuurlijk een plicht ten opzichte van de mensen die het in de oorlog allemaal voor ons opgeknapt hebben. Die plicht is gewoon te zorgen dat zij die er niet meer zijn, en zij die er voor gezorgd hebben dat wij nu hier te samen kunnen zijn, dat zij dat niet voor niets hebben gedaan. Ik dank u voor uw aandacht!"