Zeeburg Nieuws

Voorpagina
Dodenherdenking Zeeburg

De hiernaast opgenomen tekst is op 4 mei 2001 door Martin van Etten, eindredacteur Zeeburg Nieuws, uitgesproken ter gelegenheid van de herdenking van de slachtoffers van de 2e wereldoorlog.

Vrijheid is leven zonder angst

Vier mei 2001, 56 jaar na het einde van de tweede wereldoorlog die Europa verscheurde en de wereld stortte in een bloedbad zonder weerga.

56 jaar geleden, mijn eigen leeftijd plus één jaar. Geboren drie dagen na de allereerste herdenking van de slachtoffers van deze oorlog, ligt de kiem van mijn bestaan in die eerste euforische maanden die volgden op de bevrijding in 1945.

In die dagen overeerste bij iedereen slechts één gedachte:
"Dit nooit meer, nooit meer zo'n leven in angst en onzekerheid, want waar angst heerst, kan geen vrijheid bestaan."

Ontegenzeggenlijk ben ik van de generatie die men de ná-oorlogse noemt. Een generatie die opgroeide in een tijd van vrede en voorspoed. Een generatie die geen oorlog, onderdrukking of gebrek kende, althans niet in ons deel van de wereld.

Toch week die oorlog nimmer werkelijk uit ons leven, al werd me dat pas vele jaren later, in volle omvang duidelijk.

Mijn vader - hij was beroepsmilitair - kwam in 1945 terug vanuit Duitsland, waar hij als krijgsgevangene, als dwangarbeider, gewerkt had aan het herstel van de spoorlijnen, van vitaal belang voor de Duitse oorlogsmachine, en die daarom elke nacht door de geallieerden gebombardeerd werden.

Als mijn vader over zijn krijgsgevangenschap praat, heeft hij het altijd over de leuke dingen, de anecdotes, de vriendschap met zijn maten.

Nooit praat hij over de angst, die afgezwaaide bom die op hun barak zou kunnen vallen, en ook viel. Nooit heeft hij het over de onvrijheid van het opgesloten zijn tussen prikkeldraad, niet te kunnen gaan en staan waar je wilt. Geen woord ook over de gruwelijk onzekerheid over de dag van morgen en het lot van je familie in het verre Nederland.

Zo sprak hij ook nooit over zijn bezigheden in Nederlands-Indië, tussen 1948 en 1950, tijdens de laatste politionele aktie, zoals wij in Nederland die periode betitelen, de bevrijdingsoorlog zoals de Indonesiërs dit laatste koloniale conflict zien.

De foto-albums uit die tijd laten beelden zien van een onbezorgd familieleven, de verhalen gaan gaan over de anecdotes, de leuke dingen, het kattekwaad dat ik als peuter uithaalde.

Wat hij daar deed, daar praatte hij niet over, en ik vroeg er niet naar. Pas jaren later kwam geleidelijk zijn werkelijke verhaal naar boven.

Over de strijd in de dessa's, de nachtelijke strafexpedities naar de opstandige kampongs.
Dat mijn vader, een zoon van een schoenmaker, zich niet bij zijn leest hield, maar een mitrailleur leeg schoot op alles dat in de donkere nacht bewoog, vanuit de angst, zelf niet meer terug te kunnen keren naar huis en haard.
Dat mijn moeder overdag diezelfde kampongs bezocht om de gewonde Javanen te helpen verzorgen. Dat verscheurde mijn familie.
Een herinnering waar mijn ouders nooit over spraken, die was weggedrongen, om te kunnen overleven.

"Ik had eigenlijk niks tegen deze mensen," zegt mijn vader zoveel jaren later. "Maar ik had de eed van trouw gezworen aan de koningin, en dan ga je als je gestuurd wordt."
Het is een moeilijke herinnering, in een foute oorlog gevochten te hebben.

Zo week de angst nooit uit ons leven. En er kwamen nieuwe angsten bij. De belofte "dit nooit meer", bleek moeilijker in te lossen dan gedacht.
Pas tijdens de val van de Berlijnse muur, die het definitieve einde van het communistische systeem betekende, realiseerde ik me de loden last van zoveel jaren koude oorlog: Korea, Vietnam, Cambodja......
De bom die jaren boven onze hoofden hing, de dreiging van een allesvernietigend nucleair conflict.

In 1963, als 17-jarige jongen, vlak voor het eind-examen van de middelbare school, zag ik de Russische partijleider Chroetsjof toen hij tijdens een vergadering van de Verenigde Naties met zijn schoen op een spreekgestoelte sloeg. Hij leek het conflict met de Verenigde Staten over de plaatsing van kernrakketten op het eiland Cuba, op de spits te willen drijven.
We hielden allen onze adem in, we vergaten het examen en onze toekomst die voor ons lag, want wat is er over van een toekomst als er oorlog dreigt en de angst overheerst.

Oorlog is nooit ver weg. We leven in deze buurt samen met vele nationaliteiten. Behalve de gastarbeiders die hier kwamen om een beter bestaan op te bouwen, zijn hier ook veel vluchtelingen gekomen. Met hún verhalen.

Onlangs is op het Zeeburgereiland een asielzoekerscentrum geopend. Hier wonen bijna vierhonderd mensen die op de vlucht zijn geslagen voor onderdrukking en geweld in hun eigen land. Mensen die niet voor hun politieke overtuiging mochten uitkomen, die niet onder het juk van een Saddam Hoessein wilden blijven leven, die slachtoffer zijn van een van de vele oorlogen hier ver vandaan.
Hun verhaal is vaak eenzelfde verhaal van onderdrukking, foltering en angst en een leven zonder vrijheid en perspectief.

"Vertel het me, het hoeft niet......, maar het mag," zegt de 16 jarige Sanne Bruinsma in een gedicht dat tijdens een herdenkingsbijeenkomst in het herinneringscentrum Kamp Westerbork werd voorgelezen.
Het vertellen zou kunnen opluchten, maar ook voor de vluchtelingen en asielzoekers lukt het overleven vaak alleen door te zwijgen over de gruwelijkheden die ze hebben meegemaakt.

Ook deze buurt kent zijn eigen oorlog en nodeloze slachtoffers van geweld, agressie en criminaliteit. Ook hier gaat het thema: "Vrijheid is leven zonder angst." onverminderd op.

Want zijn wij werkelijk vrij als wij 's avonds niet meer alleen over straat durven?
Zijn wij vrij als mensen hun buurt verlaten, op de vlucht voor burenoverlast, verpaupering en verloedering?
Zijn wij vrij als wij langs elkaar heen leven, elkaar niet gedag zeggen en elkaar minachten?
Zijn wij vrij als bewoners uit onze buurten zich scharen achter de nationalistische symbolen uit hun verre vaderland?
En zijn wij werkelijk vrij als we de dialoog met hen uit de weg gaan?

"Vrijheid is iets waaraan gewerkt moet worden. Vrijheid is mogelijkheid en potentie. Vrijheid is nooit af, " zegt de socioloog Anton Zijderveld in een essay getiteld "Vrijheid is een project."
Vrijheid moet voortdurend onderhouden worden, als we haar voor vanzelfsprekend houden brokkelt ze af, vergruist ze.

Vrijheid is bij ons gekoppeld aan de democratische rechtstaat, en waar die rechtstaat zijn gezag verliest of wegvalt zal het project vrijheid onmogelijk worden.
Maar vrijheid is ook een maatschappelijk project, dat slechts gedijt in een vrije maatschappij, een civil society. Eén van de grootste bedreigingen voor de vrijheid is het verdwijnen of afnemen van deze geciviliseerde, beschaafde samenleving.

Vrij zijn en blijven schept verplichtingen. De menselijke soort kan niet voortbestaan zonder samenwerking, onze welvaart is een gevolg van de arbeidsdeling, die ons bevrijdt van de onmogelijke opgave alle taken die nodig zijn voor leven en overleven zelf uit te voeren.
Maar dit schept wederzijdse afhankelijkheid, en verplichtingen, dus beperking van vrijheid.
Levend in een maatschappij met anderen kun je niet ongebreideld je gang gaan, je moet voortdurend met anderen rekening houden, en je wordt daar, als het goed is, ook op aangesproken.

Opvoeding en pedagogie zijn daarom niet alleen een zaak van belang voor kinderen, maar vooral ook van elkaar op verantwoordelijkheden aanspreken, door volwassenen.
Het is niet voldoende om één keer per jaar de bevrijding te herdenken. We moeten ons voortdurend realiseren dat de vrijheid niet vanzelfsprekend is, dat vrijheid niet grenzeloos is, dat vrijheid vandaag de dag vooral van binnenuit bedreigd wordt.


© 2000 Naar boven Dodenherdenking Zeeburg Voorpagina info@zeeburgnieuws.nl