Keniswijk en de buurtwinkels
Nuchterheid
Als Zeeburg zich zou kunnen ontwikkelen tot een kenniswijk zoals het startdocument beschrijft, dan is de positie van de buurt winkels van groot belang.
Het is goed aan te sluiten bij de laatste analyses van de ontwikkeling van E-commerce, de wat weidse benaming van de handel per internet, in de USA. De groei in de winkelaankopen via internet was vooral bij die winkeliers die men kende, vaak in de buurt, en waar men voor service of klachten naar toe zou kunnen.
Met andere woorden: aan de handel per internet voor de winkelier in de buurt ligt een persoonlijke relatie met de koper ten grondslag. Die relatie geeft de koper het vertrouwen dat zijn geld goed en controleerbaar wordt besteed.
Dat geeft enige nuchterheid in de beschouwing van de soms wat opgeklopte berichtgeving over de mogelijkheden van E-commerce voor het midden- en kleinbedrijf. Uiteindelijk komt het aan op het leggen van goed persoonlijk contact met de klant, maar dat was altijd al de belangrijkste factor voor de succesvolle middenstander.
De buurtwinkelier
Wat moet er gebeuren om de winkelier in de buurt mee te laten doen met een kenniswijk experiment. Laten we eens een paar kenmerken noemen van bijna alle middenstanders. Het zijn vaak hard werkende mensen, al of niet in familieverband, met maar een doel voor ogen: hoe maak ik winst en hoe hou ik mijn bedrijf draaiende? Er is kortom niet veel tijd voor reflectie en 'nieuwigheid' wordt in het algemeen sceptisch benaderd. De centrale vraag van een middenstander is dan ook een praktische: levert het wat op? En dan bedoelen ze vaak een hogere omzet en een behoorlijk rendement.
Er is ook niet veel samenhang tussen de middenstanders, het is vaak ieder voor zich. Ze hebben er geen tijd voor of willen zich niet in de kaart laten kijken door mogelijke concurrenten. Veel winkeliersverenigingen leiden een mager bestaan en voor sommigen is het organiseren van een jaarlijkse braderie al te ver gegrepen.
Om buurtwinkeliers dus te laten participeren in een virtuele stad of buurt, met een proefgebied Zeeburg-als-Kenniswijk als achtergrond zal niet eenvoudig zijn.
Het kleinbedrijf
Het bovenstaande geldt in grote lijnen ook voor de kleine bedrijven in een buurt: op zichzelf en op voortbestaan gericht en niet vooraanstaand bij experimenten. Maar er is ook een verschil. Het kleinbedrijf wordt niet zo afgeleid door de dagelijks binnenkomende klantenstroom van een winkelier. Zijn product kan naar andere bedrijven worden verkocht en dat wordt de business-to-business benadering genoemd. Maar ook hier is de persoonlijke relatie een belangrijke factor bij het aangaan van een zakelijke transactie: ook zij willen controle houden over de geleverde waar en de besteding van het geld.
Anders dan de winkelier hebben ze meer tijd per klant om de relatie te leggen en uit te bouwen.
Verhouding kleinbedrijf en grootbedrijf
Hoe groter het bedrijf, hoe groter de kans dat er een stafafdeling gevormd is die de vernieuwingen en de mogelijkheden van internet voor het bedrijf kan onderzoeken.
Het ligt voor de hand dat deze tendens zou kunnen leiden tot een tweedeling: de groten worden groter en de kleinen blijven klein, maar ook: de afstand tussen grote en kleine bedrijven en winkeliers wordt groter.
Dat sluit aan bij een reeds stevig voortschrijdende tendens in de binnensteden van Nederland: de grote bedrijven breiden uit door fusies en overnames met als gevolg dat dezelfde winkels in elk stadshart te vinden zijn: overal een Prenatal en een Gall en Gall met hetzelfde assortiment. Winkelen in Hoorn of Hilversum is hetzelfde geworden. Het begon ook marketing-deskundigen op te vallen dat het zo wel makkelijk winkelen werd voor de klant, maar dat er een essentieel element ontbrak: het verrassende en het avontuurlijke van het winkelen. Men vond er de term 'fun-shopping' voor uit. Het concept leidde tot sterkere aandacht voor een 'spannende' omgeving en voor de diversiteit aan winkels.
Juist de mogelijkheden van het internet zouden daarin een belangrijke rol kunnen spelen, maar dan mag het niet worden overgelaten aan de sterkere spelers, de grootwinkelbedrijven.
Nodig is een initiatief om de gezamenlijke positie van gespecialiseerde winkeliers en kleine , ambachtelijke werkplaatsen, te versterken. Slechts op die manier leidt de marktwerking niet tot verschraling van het winkelaanbod, maar tot differentiatie.
De mogelijkheden van bedrijfsverzamelgebouwen
De tendens tot 'ieder-voor-zich' kan ook ingeperkt worden, door vestiging van kleine bedrijven en startende ondernemers te organiseren in zogenaamde bedrijfsverzamelgebouwen. Op die schaal zijn er opeens allerlei mogelijkheden voor gezamenlijk opereren, bijvoorbeeld op het net en dus bijvoorbeeld in Zeeburg-als-Kenniswijk. Daar is zelfs geld voor gereserveerd in het Grote Stedenbeleid. Op die manier is de introductie en de kosten van zulk een gezamenlijk project eenvoudiger in te voeren. Het bij elkaar huisvesten van bedrijfjes 'tackeld' het voornaamste probleem: te klein en te druk en dus slecht georganiseerd.
Het blijkt echter niet eenvoudig te zijn om geschikte locaties te vinden of nieuw te bouwen waar bedrijven gezamenlijk gehuisvest kunnen worden.
Het reeds enige jaren bestaande Ondernemers Centrum Watergraafsmeer (OCW) aan de Molukkenstraat is overigens en uitstekend voorbeeld van de mogelijkheden.
Het belang van een goed lopend MKB
Een vitale wijk behoeft een vitale buurt-economie en dat zijn dus de winkeliers en de buurtbedrijven. Dat is van belang voor het toekomstperspectief van de bewoners, maar dat is ook van belang voor de kwaliteit van wonen in een buurt: een paar goede winkels maken het leven veel aangenamer.
Een winkelierbestand blijft in een buurt natuurlijk altijd bestaan, maar het kan bloeien of een kwijnend bestaan leiden. Dat hangt voor een groot deel af van de koopkracht in de wijk, maar ook van een aantal randvoorwaarden die op buurtniveau geregeld kunnen worden. Het zijn slechts randvoorwaarden omdat het uiteraard de werking van de markt op zich niet moet belemmeren: ondernemers hebben en houden hun normale bedrijfsrisico.
De ingang moet dus zijn te bezien of de bestaande 'markt' onder de bestaande randvoorwaarden goed werkt. Welnu, die stelling kunnen we onder de huidige omstandigheden zeker niet voluit onderschrijven. Integendeel.
Wegens de 'verdunning' van veel wijken en buurten en het wegtrekken van koopkracht leiden meer en meer winkelstraten een kwijnend bestaan. Slechts een actief beleid, zoals dat deels in Amsterdam ook is ingezet voor verbetering van winkelstraten (Javastraat bijvoorbeeld) is die tendens niet te doorbreken.
Met het huidige beleid wordt het steeds moeilijker om betaalbare ruimte te huren en een bedrijf te starten. Met het huidige beleid worden de groten steeds groter en gaan eerder en herkenbaarder op internet en blijven de anderen op afstand kleiner en kleiner.
Zelfs als het bovenstaande met enig nuances bezien moet worden, dan nog lijkt het van belang het in de praktijk met middenstanders en kleine bedrijven maar eens uit te proberen. Het beleid kan beter en voor een beter kwaliteit van leven in een buurt moet het ook beter.
Een proef in 'Kenniswijk Zeeburg' met zijn verschillende buurten lijkt een uitdagend project.
We moesten het maar eens proberen.
Jan van Dijk
|